Een politicus mag een journalist dagvaarden wegens laster en eerroof, maar de drempel voor succes is bijzonder hoog. In een vonnis van 12 februari 2026 bevestigde de rechtbank dat onderzoeksjournalistiek over het gedrag van gezagsdragers een breed debat van algemeen belang dient. Wanneer een procedure echter ‘manifest onredelijk’ is en een intimiderend effect (chilling effect) heeft, riskeert de eisende partij een zware financiële sanctie, zelfs als er formeel geen sprake is van rechtsmisbruik.
De feiten en juridische context
In oktober 2024 publiceerde het tijdschrift Wilfried een uitgebreid portret van Claude Eerdekens, de toenmalige burgemeester van Andenne. Het artikel, getiteld “Le vieux fauve d’Andenne”, was gebaseerd op een jarenlang onderzoek en tientallen getuigenissen. De journalist beschreef hierin niet alleen zijn politieke carrière, maar maakte ook melding van een “toxische managementstijl” en vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag.
De burgemeester, die meende dat zijn eer en goede naam waren aangetast en dat de journalistieke deontologie was geschonden, dagvaardde de journalist. Hij eiste een schadevergoeding en de publicatie van het vonnis. Opvallend was dat ook de Stad Andenne zich aanvankelijk bij de vordering voegde, maar zich later terugtrok.
De journalist voerde aan dat zij te goeder trouw handelde, een legitiem doel van algemeen belang nastreefde en dat de procedure kenmerken vertoonde van een SLAPP (Strategic Lawsuit Against Public Participation): een rechtszaak bedoeld om kritische stemmen te intimideren en het zwijgen op te leggen.
De beslissing
De Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen wees op 12 februari 2026 alle vorderingen van de burgemeester af. De rechter oordeelde als volgt:
- Vrijheid van meningsuiting primeert: Als publiek figuur moet een politicus een hogere graad van tolerantie aan de dag leggen, zeker wanneer het gaat om zijn gedrag als gezagsdrager.
- Feitelijke basis: Hoewel veel bronnen anoniem waren (beschermd door het bronnengeheim), beschikte de journalist over minstens één niet-anonieme bron die gelijkaardige feiten bevestigde. Dit vormde voldoende “feitelijke basis” voor de ernstige beschuldigingen.
- Verhoogde rechtsplegingsvergoeding: Hoewel de rechtbank de vordering niet expliciet als “tergend en roekeloos” (rechtsmisbruik) bestempelde, werd de situatie wel als “manifest onredelijk” beschouwd. Vanwege het chilling effect (afschrikkend effect) op de persvrijheid, werd de burgemeester veroordeeld tot een verhoogde rechtsplegingsvergoeding van €4.000.
Juridische analyse en duiding
Dit vonnis is een belangrijk precedent in de evolutie van de Belgische rechtspraak omtrent persvrijheid en SLAPP-zaken.
1. De balans tussen Artikel 8 en Artikel 10 EVRM
De kern van het geschil betreft de afweging tussen het recht op reputatie (Art. 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (Art. 10 EVRM). De rechtbank bevestigt de vaste rechtspraak van het EHRM (o.a. Lingens t. Oostenrijk en Drousiotis t. Cyprus): politici stellen zich bewust bloot aan publieke controle. De rechter benadrukte dat zelfs feiten uit de privésfeer relevant kunnen zijn voor het publiek debat wanneer ze iets zeggen over de integriteit van een mandataris.
2. Bronnengeheim en bewijslast
Een cruciaal aspect in dit vonnis is de behandeling van anonieme bronnen. De burgemeester eiste de vrijgave van opnames, wat de rechtbank afwees op basis van artikel 21 van de Code voor de journalistieke deontologie. Juridisch interessant is dat de rechtbank oordeelde dat anonieme getuigenissen op zichzelf onvoldoende kunnen zijn, maar dat de bevestiging door één identificeerbare bron (in casu een gemeenteraadslid) de journalist voldoende feitelijke basis verschafte om de anonieme beschuldigingen te publiceren.
3. De ambigue strijd tegen SLAPPs
De uitspraak illustreert de huidige spagaat in het Belgisch recht in afwachting van de volledige implementatie van de Europese anti-SLAPP Richtlijn (2024/1069). De rechter erkent het chilling effect en de disproportionele aard van de vordering, maar labelt de vordering juridisch net niet als rechtsmisbruik. Dit leidt tot een paradox: de vordering is “niet abusief” maar creëert wel een “manifest onredelijke situatie”. Via Artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek wordt dit opgelost door de rechtsplegingsvergoeding te verhogen, wat fungeert als een feitelijke sanctie zonder de zware bewijslast van tergend en roekeloos geding.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor verschillende actoren in het medialandschap en de politiek:
- Voor Journalisten: Het vonnis is een steun in de rug. Het bevestigt dat u zware beschuldigingen mag publiceren op basis van anonieme bronnen, mits u een grondig onderzoek voert en beschikt over minstens één verifieerbaar element of getuige die het patroon bevestigt. Documentatie (zoals de 856 minuten opnames in deze zaak) is essentieel.
- Voor politici en publieke figuren: De drempel om een journalist succesvol te vervolgen ligt extreem hoog. Een rechtszaak aanspannen kan averechts werken: u riskeert niet alleen het verliezen van de zaak, maar ook een veroordeling tot zware advocatenkosten wegens het creëren van een ‘afschrikkend effect’.
- Voor slachtoffers en bronnen: Dit vonnis toont aan dat het bronnengeheim in rechte standhoudt. Uw anonimiteit kan worden gewaarborgd door de journalist, zonder dat dit de geloofwaardigheid van het artikel juridisch onderuit haalt, zolang er voldoende andere bewijselementen zijn.
FAQ: Veelgestelde Vragen
Wat is een SLAPP-procedure precies?
SLAPP staat voor Strategic Lawsuit Against Public Participation. Het is een rechtszaak die niet bedoeld is om recht te halen, maar om critici (zoals journalisten of activisten) te intimideren, op kosten te jagen en het zwijgen op te leggen.
Mag een journalist zomaar geruchten publiceren?
Nee. Een journalist heeft een onderzoeksplicht. Er moet een voldoende “feitelijke basis” zijn voor beschuldigingen. Echter, voor waardeoordelen (iemand “dominant” of “toxisch” noemen) is de bewijslast lichter dan voor feitelijke beschuldigingen.
Kan ik als bron anoniem blijven in een rechtszaak?
Ja. In België genieten journalisten van een wettelijk beschermd bronnengeheim. De rechter kan een journalist niet dwingen zijn bronnen prijs te geven, tenzij er sprake is van een onmiddellijk gevaar voor de fysieke integriteit van personen.
Conclusie
Het vonnis van de rechtbank van Namen zendt een krachtig signaal: de rechterlijke macht in België waakt over de persvrijheid en aarzelt niet om procedures die ruiken naar intimidatie financieel af te straffen. Voor publieke figuren betekent dit dat kritische, goed onderbouwde journalistiek – hoe pijnlijk ook – getolereerd moet worden in een democratische samenleving.



