Moeten online marktplaatsen zoals Amazon strengere regels volgen onder de Digital Services Act?

Amazon vocht recent zijn aanwijzing als ‘zeer groot online platform’ (VLOP) aan bij het Gerecht van de Europese Unie. De kernvraag was of een online marktplaats onderworpen mag worden aan de strengste verplichtingen van de Digital Services Act (DSA). Het Gerecht oordeelde op 19 november 2025 dat dit gerechtvaardigd is: de bescherming van de consument en het beheersen van systeemrisico’s wegen in dit geval zwaarder dan de economische vrijheid van het platform.

De juridische context en de feiten

De Digital Services Act (DSA), ofwel de digitaledienstenverordening, heeft als doel een veiligere online omgeving te creëren. Een cruciaal onderdeel van deze wetgeving is de classificatie van “zeer grote online platforms” (VLOP’s). Dit zijn platforms met meer dan 45 miljoen actieve gebruikers per maand in de EU. Vanwege hun enorme bereik moeten zij voldoen aan extra strenge regels om maatschappelijke risico’s te beperken.

De Europese Commissie wees het Amazon Store-platform aan als een VLOP. Amazon was het hier niet mee eens en stapte naar het Gerecht van de Europese Unie (zaak T-367/23). Amazon stelde onder meer dat:

  • Online marktplaatsen geen “systeemrisico’s” vormen zoals sociale media dat doen (bijv. desinformatie).
  • De verplichtingen een onevenredige inbreuk maken op hun vrijheid van ondernemerschap en het recht op eigendom.
  • Het verplicht openbaar maken van een reclameregister in strijd is met de privacy en bedrijfsgeheimen.
  • Zij ongelijk behandeld worden ten opzichte van kleinere marktplaatsen of pure webwinkels.

De beslissing van het gerecht

Het Gerecht van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 19 november 2025 alle argumenten van Amazon verworpen en het besluit van de Commissie in stand gehouden.

Het Gerecht oordeelde dat de wetgever (de EU) over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt. De kernpunten van de beslissing zijn:

  1. Marktplaatsen vormen wel degelijk systeemrisico’s: Het Gerecht benadrukte dat risico’s niet beperkt zijn tot desinformatie. De verspreiding van illegale goederen (zoals onveilige producten of namaak) via een platform met een bereik van meer dan 45 miljoen gebruikers is wel degelijk een systeemrisico voor de volksgezondheid en de consumentenveiligheid.
  2. Inbreuk op ondernemerschap is gerechtvaardigd: Hoewel de DSA-regels geld kosten en technische aanpassingen vergen, weegt het algemeen belang (consumentenbescherming) zwaarder.
  3. Reclame-transparantie: De verplichting om een openbaar register van advertenties bij te houden, is noodzakelijk om toezicht te houden op wat er aan consumenten (en met name minderjarigen) wordt getoond. Dit weegt op tegen de privacybezwaren van Amazon.
  4. Gelijke behandeling: Het onderscheid op basis van gebruikersaantallen (de grens van 45 miljoen) is objectief en niet willekeurig. Grote platforms hebben nu eenmaal een grotere impact op de samenleving.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak is een schoolvoorbeeld van het balanceren tussen grondrechten in het moderne digitale recht. Het Gerecht moest de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16 van het Handvest) afwegen tegen het recht op consumentenbescherming (artikel 38 van het Handvest).

Juridisch gezien bevestigt dit arrest dat de Uniewetgever een ruime discretie heeft bij complexe, technische regelgeving zoals de DSA. Het Gerecht toetst slechts of de maatregel “kennelijk ongeschikt” is.

Interessant is de analyse over profilering. Amazon verzette zich tegen de verplichting om voor elk aanbevelingssysteem (het algoritme dat bepaalt wat u ziet) minstens één optie aan te bieden die niet gebaseerd is op profilering. Amazon stelde dat dit hun algoritmes minder effectief maakt en de verkoop schaadt. Het Gerecht stelde echter de autonomie van de gebruiker centraal: de consument moet de keuze hebben om niet gevolgd te worden. Dit wordt gezien als een versterking van de informatiemogelijkheden van de consument, wat direct bijdraagt aan het verminderen van de dominantie van het platform over de keuzes van de gebruiker.

Daarnaast verwerpt het Gerecht de stelling dat marktplaatsen fundamenteel anders zijn dan sociale media in de context van de DSA. De term “systeemrisico” in artikel 34 DSA wordt ruim geïnterpreteerd: het gaat niet enkel om het democratisch debat, maar evengoed om de fysieke veiligheid van consumenten die producten kopen.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor verschillende actoren in het digitale landschap:

  • Voor online platforms en marktplaatsen: De drempel van 45 miljoen gebruikers is een harde grens. Zodra deze wordt overschreden, treden zware compliance-verplichtingen in werking. U moet investeren in transparantie (reclameregisters), audit-mogelijkheden voor onderzoekers en aanpasbare algoritmes. Het argument “wij zijn slechts een doorgeefluik” of “wij zijn geen social media” houdt geen stand bij deze omvang.
  • Voor de consument: U krijgt meer controle. Bij grote platforms zoals Amazon zult u de mogelijkheid moeten krijgen om producten aanbevolen te krijgen zonder dat dit gebaseerd is op uw persoonlijke surfgedrag (profilering). Ook krijgt u meer inzicht in wie er betaalt voor de advertenties die u ziet.
  • Voor adverteerders en handelaars: Wees u ervan bewust dat gegevens over uw advertenties op VLOP’s (zoals Amazon) in een openbaar register terechtkomen. Dit omvat de inhoud van de reclame, de periode en de doelgroep, maar geen persoonsgegevens of bedrijfsgeheimen over het succes van de campagne.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Wat is een ‘zeer groot online platform’ (VLOP) onder de DSA?
Een VLOP is een online platform dat maandelijks gemiddeld meer dan 45 miljoen actieve gebruikers in de EU heeft. Vanwege dit grote bereik moeten zij voldoen aan extra strenge regels om maatschappelijke risico’s te beheersen.

Waarom moet Amazon zijn algoritmes aanpassen?
De DSA verplicht zeer grote platforms om gebruikers een keuze te bieden. Er moet minstens één optie zijn voor het aanbevelingssysteem (bijvoorbeeld de zoekresultaten) die niet gebaseerd is op profilering (het volgen van uw gedrag), zodat de gebruiker meer autonomie heeft.

Is het openbaar maken van advertentiegegevens geen schending van de privacy?
Het Gerecht heeft geoordeeld van niet. Het reclameregister moet transparantie bieden over wie wat adverteert, om consumenten te beschermen. Het register mag echter geen persoonsgegevens van gebruikers bevatten en onthult geen gevoelige bedrijfsgeheimen zoals exacte verkoopcijfers.

Conclusie

Met dit arrest bevestigt het Gerecht van de Europese Unie de tanden van de Digital Services Act. Grote spelers zoals Amazon kunnen zich niet onttrekken aan hun verantwoordelijkheid door te wijzen op hun bedrijfsmodel als loutere marktplaats. De omvang van het platform brengt automatisch de verantwoordelijkheid met zich mee om systeemrisico’s – van illegale producten tot ontransparante algoritmes – actief te bestrijden. Consumentenbescherming weegt hier zwaarder dan maximale commerciële vrijheid.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics