Mijn bedrijfsgeheimen zijn gestolen door een buitenlands bedrijf: kan ik in België een procedure starten?

Tijdens overnamegesprekken deelt u cruciale bedrijfsinformatie onder een strikte geheimhoudingsovereenkomst. De deal springt af, en plots ziet u dat de buitenlandse tegenpartij uw concepten en data gebruikt in een concurrerend project. U wilt dit onmiddellijk laten stoppen. Kan u hiervoor de Belgische rechter inschakelen? Volgens een arrest van het hof van beroep te Gent van 10 februari 2025 is het antwoord niet vanzelfsprekend. De bevoegdheid hangt af van waar de onrechtmatige handeling (het misbruik) plaatsvond, en dat is vaak in het buitenland.

De feiten: van samenwerking naar concurrentie

De zaak betrof een groep Belgische bedrijven, actief in de ontwikkeling van geavanceerde robotica-software, waaronder een specifiek platform genaamd ‘ZBOS’. Vanaf midden 2019 voerden zij intensieve gesprekken met een grote Duitse groep, HAHN Automation Group, over een mogelijke overname.

In juni 2020 werd een intentieverklaring (Letter of Intent) getekend die een strikte confidentialiteitsclausule bevatte. Vervolgens kregen 25 personen van de Duitse groep toegang tot een ‘dataroom’ met zeer gevoelige informatie:

  • Commerciële strategieën
  • Klanten- en distributeurslijsten
  • Technische presentaties over de ‘ZBOS’-architectuur
  • Conceptuele uitwerkingen voor een nieuw Europees platform genaamd ‘United Robotics’

Eind februari 2021 beëindigde de HAHN Group eenzijdig de onderhandelingen, verwijzend naar de moeilijke marktomstandigheden door de COVID-19-crisis.

Korte tijd later stelden de Belgische ondernemers vast dat de Duitse groep een nieuwe vennootschap had opgericht: de United Robotics Group (URG). Volgens hen was URG een kopie van de concepten die zij tijdens de onderhandelingen hadden gepresenteerd. Bovendien werden hun klanten en leveranciers, zoals SoftBank, benaderd en overtuigd om de samenwerking stop te zetten en met de nieuwe Duitse entiteit in zee te gaan.

De Belgische bedrijven startten een stakingsprocedure in België wegens de onrechtmatige verkrijging en het gebruik van hun bedrijfsgeheimen en oneerlijke marktpraktijken.

De beslissing van het hof van beroep

Zowel de voorzitter van de ondernemingsrechtbank in eerste aanleg als het hof van beroep te Gent in hoger beroep verklaarden zich zonder rechtsmacht om de zaak te behandelen.

De kern van de redenering is gebaseerd op de Europese regelgeving, met name de Brussel Ibis-Verordening (nr. 1215/2012), die de internationale bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken regelt.

De hoofdregel is dat een verweerder (in dit geval de Duitse bedrijven) wordt gedagvaard voor de rechtbanken van zijn eigen lidstaat (Duitsland). Een belangrijke uitzondering hierop is artikel 7.2 van de verordening, dat bepaalt dat men bij een onrechtmatige daad ook een procedure kan starten voor het gerecht van “de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen“.

Het hof oordeelde dat het ‘schadebrengende feit’ niet de (rechtmatige) kennisname van de informatie in België was, maar wel de onrechtmatige beslissing om die informatie te misbruiken. Die beslissingen – zoals de oprichting van URG, de ontwikkeling van een concurrerend platform en het afwerven van klanten – werden genomen op de maatschappelijke zetel van de Duitse bedrijven in Duitsland. De plaats van de onrechtmatige handeling bevindt zich dus in Duitsland, waardoor de Duitse rechtbanken exclusief bevoegd zijn om over deze stakingsvordering te oordelen.

Juridische analyse en duiding

Dit arrest is een schoolvoorbeeld van de complexiteit van internationale bevoegdheidsregels. De uitspraak steunt volledig op de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie over artikel 7.2 van de Brussel Ibis-Verordening. Dit artikel laat de eiser de keuze tussen twee fora:

  1. De Locus delicti: de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis.
  2. De Locus damni: de plaats waar de directe schade intreedt.

De Belgische eisers argumenteerden dat de schade in België werd geleden (locus damni), aangezien hun marktaandeel en omzet hier werden aangetast. Het hof van beroep volgde deze redenering echter niet voor een stakingsvordering.

De ratio decidendi van het hof is dat een stakingsvordering tot doel heeft de onrechtmatige handeling zelf te stoppen. Voor een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting is het dan logisch om de rechter aan te duiden van de plaats waar die handelingen worden gesteld en waar de beslissingen worden genomen. Dit is de vestigingsplaats van de inbreukmaker. Een bevel tot staking moet immers daar worden uitgevoerd.

Het hof maakt een subtiel, maar cruciaal onderscheid: bij een vordering tot schadevergoeding zou de locus damni (België) wellicht wél een geldige basis voor rechtsmacht kunnen zijn, maar enkel voor de schade die op Belgisch grondgebied is geleden. Voor een vordering die de stopzetting van de handelingen beoogt, primeert de locus delicti (Duitsland).

Wat dit concreet betekent

  • Voor de Belgische onderneming die confidentiële informatie deelt: Dit arrest is een belangrijke waarschuwing. U kan er niet zomaar van uitgaan dat u bij misbruik door een buitenlandse partij in België terechtkunt. Een procedure in het buitenland is vaak complexer en duurder. Het is daarom essentieel om in de geheimhoudingsovereenkomst (NDA) niet alleen de vertrouwelijkheid, maar ook de bevoegde rechtbank (forumkeuze) en het toepasselijk recht contractueel vast te leggen.
  • Voor de buitenlandse partij die informatie ontvangt: Wees u ervan bewust dat de beslissingen die op uw hoofdzetel worden genomen, bepalend zijn voor de vraag welke rechter bevoegd is. Het feit dat de informatie in België werd ontvangen, betekent niet automatisch dat de Belgische rechter bevoegd is bij een geschil over het gebruik ervan.
  • Strategisch advies: Een preventieve aanpak is cruciaal. Laat u juridisch bijstaan bij het opstellen van een Letter of Intent en een geheimhoudingsovereenkomst. Een goed uitgewerkt forumkeuzebeding kan discussies zoals in dit arrest voorkomen en u veel tijd en middelen besparen.

FAQ (Veelgestelde vragen)

Wat is het verschil tussen de ‘locus delicti’ en de ‘locus damni’?
De ‘locus delicti’ is de fysieke plaats waar de onrechtmatige daad wordt gesteld (bv. de beslissing tot misbruik op de zetel in Duitsland). De ‘locus damni is de plaats waar de gevolgen van die daad zich manifesteren en de schade concreet wordt geleden (bv. het verlies van omzet voor het Belgische bedrijf in België).

Had een forumkeuzebeding in de geheimhoudingsovereenkomst dit kunnen voorkomen?
Ja, hoogstwaarschijnlijk wel. Als de partijen in hun overeenkomst expliciet hadden afgesproken dat de Belgische rechtbanken bevoegd zouden zijn voor alle geschillen, had de rechter deze keuze in principe moeten respecteren. Dit is een krachtig instrument om juridische zekerheid te creëren in internationale contracten.

Betekent dit arrest dat mijn bedrijfsgeheimen niet beschermd zijn tegen buitenlandse actoren?
Nee, uw bedrijfsgeheimen zijn wel degelijk beschermd. Dit arrest gaat niet over de grond van de zaak (of er effectief sprake was van misbruik), maar enkel over de vraag welke rechtbank bevoegd is om daarover te oordelen. De Belgische bedrijven kunnen hun vordering nog steeds instellen, maar zullen dit voor de bevoegde Duitse rechtbank moeten doen.


Conclusie

De bescherming van bedrijfsgeheimen in een internationale context vereist meer dan een standaard geheimhoudingsverklaring. Zoals dit arrest van het hof van beroep te Gent illustreert, zijn de regels rond internationale bevoegdheid complex en kunnen ze bepalen of u uw rechten efficiënt kan afdwingen. Een proactieve juridische strategie, nog voor de onderhandelingen starten, is onontbeerlijk om onaangename en kostelijke verrassingen te vermijden.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics