Wie in België een voetbalwedstrijd illegaal streamt, botst sinds 1 juni 2024 op een van de snelste blokkeringsprocedures van Europa: de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel beslist binnen acht werkdagen, en een gespecialiseerde dienst van de FOD Economie houdt de blokkering daarna up-to-date zonder nieuwe rechtszaak. Een studie die in juli 2026 voor de juridische commissie van het Europees Parlement werd gepubliceerd, zet het Belgische model naast dat van Italië, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Griekenland en Nederland, en noemt het een hybride model dat rechterlijke controle combineert met administratieve slagkracht. Diezelfde studie vindt het Europese kader zelf te traag en te versnipperd, en beveelt een bindende verordening aan.
Waarom een livestream een ander probleem is dan een gewone inbreuk
Een illegale kopie van een film blijft schadelijk zolang zij online staat. Bij een live sportwedstrijd ligt dat anders: de economische waarde van de uitzending verdampt binnen de duur van de wedstrijd zelf. Een blokkering die pas na de match komt, komt te laat.
Volgens de studie is die live-piraterij geen randfenomeen meer, maar een gestructureerd en economisch weerbaar segment van het piraterij-ecosysteem, vooral via illegale IPTV-diensten en apps. Voor België meldde de Pro League in april 2025 dat naar schatting 6 procent van de bevolking, en bijna 20 procent van de 18- tot 25-jarigen, dagelijks illegale content bekijkt. De piraterij van sportuitzendingen kost de sector volgens diezelfde bron honderden miljoenen euro per jaar en de overheid minstens 24 miljoen euro aan btw-inkomsten.
Het Europese kader biedt bouwstenen, maar geen spoedprocedure
De studie loopt het bestaande Unierecht af en komt tot een dubbele vaststelling. De bouwstenen bestaan wel degelijk. De ongeoorloofde doorgifte van een sportuitzending valt onder de rechten van mededeling aan het publiek uit de richtlijn 2001/29/EG over het auteursrecht in de informatiemaatschappij (InfoSoc-richtlijn). De Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG laat bevelen toe tegen tussenpersonen wier diensten voor de inbreuk worden gebruikt, en op die grondslag hebben nationale rechters statische, dynamische en zelfs live blokkeringsbevelen ontwikkeld. De Digitaledienstenverordening (DSA) voegt daar meldings- en zorgvuldigheidsverplichtingen voor platformen aan toe.
Alleen: geen van die instrumenten werd voor het live-tijdvenster geschreven. Zij bevatten geen termijnen op maat van een wedstrijd van negentig minuten. Het Europees Parlement vroeg daarom in zijn resolutie van 19 mei 2021 een wetgevend voorstel, met onder meer de verwijdering van illegale streams binnen dertig minuten na melding door een betrouwbare flagger. De Commissie antwoordde met de Aanbeveling (EU) 2023/1018 over de bestrijding van onlinepiraterij van sport- en andere live-evenementen. Die aanbeveling moedigt snellere behandeling van meldingen, dynamische blokkering en samenwerking tussen stakeholders aan, maar zij bindt niemand. De evaluatie door de Commissie toont volgens de studie wel meer bewustzijn en betere praktijken, maar geen wezenlijke daling van de live-piraterij in de Unie.
België koos voor een eigen spoedprocedure in het Wetboek van economisch recht
Hier komt het Belgische recht in beeld, en de studie wijdt er een volledig hoofdstuk aan. De Belgische wetgever voerde met de wet van 19 juni 2022, die de richtlijn 2019/790 over auteursrechten in de digitale eengemaakte markt (DSM-richtlijn) omzet, een bijzondere kortgedingprocedure in: artikel XVII.34/1 en volgende van het Wetboek van economisch recht (WER), van toepassing sinds 1 juni 2024.
De procedure werkt zo. Elke belanghebbende, een beheersvennootschap of een beroepsvereniging kan zich via een eenzijdig verzoekschrift of een dagvaarding wenden tot de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel, die exclusief bevoegd is. Het eenzijdig verzoekschrift is toegelaten met een wettelijk vermoeden van spoedeisendheid en zelfs van volstrekte noodzakelijkheid, wat het optreden tegen buitenlandse exploitanten aanzienlijk vergemakkelijkt. De voorzitter doet uitspraak binnen hoogstens acht werkdagen na de inschrijving op de rol (art. XVII.34/1, § 4 WER).
De voorzitter willigt de vordering in onder drie cumulatieve voorwaarden (art. XVII.34/1, § 6 WER). Het ingeroepen auteursrecht, naburig recht of databankrecht moet ogenschijnlijk geldig zijn. De inbreuk moet duidelijk en aanzienlijk lijken. En na afweging van de betrokken belangen, rechten en vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de informatievrijheid, de ondernemingsvrijheid en de persoonlijke levenssfeer van de gebruikers, moeten de feiten de gevraagde maatregelen redelijkerwijze verantwoorden. De voorzitter kijkt daarbij uitdrukkelijk naar de gevolgen voor de toegang van het publiek tot rechtmatige inhoud.
Het bevel richt zich niet noodzakelijk tegen de piraat zelf. Het kan rechtstreeks worden gericht tegen elke tussenpersoon wiens diensten worden gebruikt: internetproviders, hostingdiensten, zoekmachines, domeinnaambeheerders en zelfs betalingstussenpersonen. De maatregelen zijn niet limitatief opgesomd: volledige blokkering van een website, blokkering van specifieke URL’s of domeinnamen, verwijdering van accounts op sociale media, blokkering van livestreams en apps, en dereferencing door zoekmachines behoren allemaal tot de mogelijkheden. Wie de spoedweg kiest, moet wel binnen een redelijke termijn een bodemprocedure instellen (art. XVII.34/4 WER).
Een dienst van de FOD Economie houdt de blokkering levend
Het vernieuwende zit in wat er na de beschikking gebeurt. Piraten verhuizen bij een blokkering gewoon naar een spiegelsite of een nieuw domein, en tot voor kort betekende dat telkens een nieuwe procedure. De Belgische wet doorbreekt die cyclus: de voorzitter kan de maatregelen zelf uitbreiden tot replicasites, en hij kan de Dienst voor de strijd tegen inbreuken op het auteursrecht en de naburige rechten op het internet, opgericht binnen de FOD Economie bij koninklijk besluit van 18 april 2024 (art. XVII.34/3 WER), machtigen om de uitvoering op zich te nemen.
Die Dienst bepaalt binnen maximaal drie werkdagen de nadere toepassingsregels van de beschikking, identificeert nieuwe spiegelsites, deelt geactualiseerde lijsten mee aan de providers, publiceert zijn beslissingen en houdt een lijst bij van ontoegankelijk gemaakte websites. Hij mag de draagwijdte van de beschikking niet uitbreiden of wijzigen; wordt een maatregel onvoldoende, buitensporig of achterhaald, dan moet hij terug naar de voorzitter. De rechter blijft dus de beslisser, de administratie de uitvoerder. Dat is precies wat de studie het hybride Belgische model noemt, tussen het zwaar administratieve Italiaanse Piracy Shield en de zuiver rechterlijke modellen zoals het Nederlandse.
De cijfers tonen dat het systeem draait. Een jaar na de oprichting van de Dienst maakte de FOD Economie bekend dat 147 websites met illegale films, series en sportuitzendingen waren geblokkeerd, dat de eerste blokkering gemiddeld binnen zes werkdagen na de beslissing volgde, en dat de Economische Inspectie daarnaast ongeveer 3.500 illegale decoders in beslag nam.
De Brusselse rechtspraak past het systeem al toe op sport, boeken en IPTV
De studie somt de eerste Belgische beschikkingen op, en zij tonen hoe breed het instrument intussen wordt ingezet. In een beschikking van 30 april 2025 (RR2500030) beval de voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank te Brussel DNS-blokkeringsmaatregelen tegen de grote Belgische internetproviders, publieke DNS-aanbieders, zoekmachines en hostinggerelateerde tussenpersonen, wegens de ongeoorloofde streaming van wedstrijden uit de Belgische Pro League. Het bevel bleef niet beperkt tot de aanvankelijke domeinlijst, maar strekte zich uit tot spiegel-, omleidings- en copycatdomeinen die aan omschreven criteria voldoen, en de uitvoering werd gesynchroniseerd met de wedstrijdkalender, zodat de blokkering precies tijdens het live-venster werkt. De uitvoeringsbeslissing van de Dienst volgde op 7 mei 2025.
Dezelfde aanpak keerde terug in de beschikking van 16 juli 2025 over de illegale digitale bibliotheken rond Internet Archive en Open Library, met een uitvoeringsbeslissing van 1 oktober 2025 die de toegang tot rechtmatige inhoud en werken uit het publiek domein uitdrukkelijk vrijwaarde. En in een beschikking van 30 januari 2026 (RR260003), uitgevoerd op 12 februari 2026, werd het systeem toegepast op illegale IPTV-aanbiedingen met live en uitgestelde doorgiften.
Twee vaststellingen uit de studie verdienen aandacht. België ging verder dan de meeste lidstaten door de blokkeringsverplichtingen uit te breiden tot publieke DNS-aanbieders, de resolvers waarmee gebruikers een providerblokkering doorgaans omzeilen. En er lopen bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel intussen meerdere derdenverzetsprocedures, ingesteld door technische tussenpersonen die door de maatregelen worden geraakt. De wet voorziet daarnaast in hoger beroep en in de mogelijkheid om de maatregelen te laten opheffen, onder meer bij een onevenredig afschrikkend effect op de vrijheid van meningsuiting.
De studie wil dat Europa het Belgische en Italiaanse voorbeeld veralgemeent
De eindaanbevelingen van de studie lezen als een pleidooi om wat België en ook Italië nationaal hebben gebouwd, Uniebreed te verankeren. De auteur beveelt een verordening aan, geen richtlijn, precies om nieuwe versnippering bij de omzetting te vermijden. Die verordening zou een bindend meldings- en verwijderingsmechanisme voor live-inbreuken bevatten, met een maximumtermijn van bijvoorbeeld dertig minuten naar het voorbeeld van het Italiaanse Piracy Shield, en een veralgemeend recht op dynamische en realtime blokkeringsbevelen die meebewegen met de inbreuk zonder telkens een nieuwe procedure.
Daarnaast stelt de studie voor dat elke lidstaat een onafhankelijke administratieve autoriteit aanwijst, en dat de verplichtingen worden uitgebreid tot de volledige technische keten: content delivery networks, DNS-resolvers, VPN-diensten en aanbieders van dedicated servers. Tegenover die verruiming staan waarborgen: beperking van de maatregelen tot de duur van het evenement, rechterlijk of administratief toezicht, en strikte proportionaliteit volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie. De studie vraagt ten slotte duidelijkheid over de rechtspositie van sportorganisatoren, die vandaag afhangen van contracten en uiteenlopende nationale figuren zoals het huisrecht, en meer aandacht voor het legale aanbod, onder meer via het Europese portaal Agorateka.
Wat betekent dit concreet?
Voor Belgische rechtenhouders, van sportcompetities tot uitgevers en producenten, is de boodschap dat het instrument er al ligt. Wie geconfronteerd wordt met een duidelijke en aanzienlijke online-inbreuk, kan binnen acht werkdagen een dynamisch blokkeringsbevel verkrijgen, desnoods preventief vóór de inbreuk begint, en de opvolging tegen spiegelsites aan de Dienst overlaten. De procedure staat wel enkel open voor het auteursrecht, de naburige rechten en het databankrecht; voor merken, octrooien en modellen blijven het klassieke kort geding en de stakingsvordering de weg. Een goede voorbereiding van het dossier, met bewijs van de rechten en van de omvang van de inbreuk, blijft beslissend, en wie die stap overweegt doet er goed aan zich te laten bijstaan door een advocaat gespecialiseerd in auteursrecht.
Voor tussenpersonen, van internetproviders tot DNS-aanbieders, zoekmachines en betaaldiensten, betekent het Belgische model dat een bevel hen rechtstreeks kan treffen, ook zonder enige fout aan hun kant. Hun verweer speelt op de belangenafweging: de toegang van het publiek tot rechtmatige inhoud, het verbod op algemene toezichtverplichtingen en de evenredigheid van de gevraagde maatregelen. Wie door een bestaand bevel wordt geraakt, kan derdenverzet instellen of de opheffing vragen, en de lopende Brusselse derdenverzetsprocedures tonen dat die weg ook effectief wordt bewandeld.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is het strafbaar om zelf naar een illegale stream te kijken?
De resolutie van het Europees Parlement van 19 mei 2021 legt de verantwoordelijkheid voor de illegale uitzending uitdrukkelijk bij de aanbieders van de streams en de platformen, niet bij de kijker, die vaak onbedoeld op illegale content terechtkomt. Dat neemt niet weg dat het aanbieden en verspreiden van beschermde content zonder toestemming een inbreuk is; meer daarover leest u op onze pagina over illegaal downloaden.
Hoe snel kan een illegale streamingsite in België worden geblokkeerd?
De voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel beslist binnen hoogstens acht werkdagen na de inschrijving op de rol, en de Dienst van de FOD Economie stelt binnen drie werkdagen na ontvangst van de beschikking de technische uitvoeringsregels vast. In de praktijk rapporteerde de FOD Economie een gemiddelde van zes werkdagen tussen de beslissing en de eerste effectieve blokkering. Sinds 17 mei 2026 kan het bevel er zelfs komen vóór de inbreuk begint, zodra zij op het punt staat plaats te vinden.
Kan een geblokkeerde website of een getroffen tussenpersoon zich verweren?
Ja. Tegen de beschikking staat hoger beroep open, en wie door een op eenzijdig verzoekschrift verkregen bevel wordt geraakt, kan derdenverzet instellen. De maatregelen kunnen bovendien tijdens hun looptijd worden opgeheven, onder meer wegens een verkeerde voorstelling van de feiten, misbruik van het bevel of een onevenredig afschrikkend effect op de vrijheid van meningsuiting of van informatie.
Conclusie
Het Europese kader tegen live-piraterij blijft volgens de studie voor het Europees Parlement functioneel op papier maar onvolledig in de praktijk: de InfoSoc-richtlijn, de Handhavingsrichtlijn, de DSA en een niet-bindende aanbeveling volstaan niet voor een inbreuk waarvan de schade zich binnen negentig minuten voltrekt. België loopt met artikel XVII.34/1 en volgende WER voorop: een beslissing binnen acht werkdagen, dynamische blokkering tot en met publieke DNS-aanbieders, preventief optreden bij een imminente inbreuk, en een gespecialiseerde dienst die de uitvoering bewaakt onder rechterlijk toezicht. Of de Europese Unie dat model veralgemeent in een verordening met een dertigminutentermijn, is de vraag die de studie op tafel legt. Tot dan is het Belgische recht voor rechthebbenden en tussenpersonen alvast het terrein waarop de strijd om live content wordt beslecht.



