Vervangt artificiële intelligentie straks de rechter en de advocaat?

Nee, en dat mag ook niet, zegt de eerste advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie. Michel Nolet de Brauwere wijdde op 1 september 2026 de openingsrede van het gerechtelijk jaar, de zogenaamde mercuriale, volledig aan artificiële intelligentie en justitie. Hij somt dertien risico’s op, van verzonnen rechtspraak tot een verzuipend Hof, maar pleit uitdrukkelijk niet voor een verbod. Wij lazen de rede en plaatsen enkele kanttekeningen.

Waarom het openbaar ministerie dit jaar over AI spreekt

Elk jaar opent het Hof van Cassatie het gerechtelijk jaar met een plechtige zitting waarop de procureur-generaal of een advocaat-generaal een rede uitspreekt over een actueel juridisch thema. Dit jaar koos de eerste advocaat-generaal voor AI, onder een titel ontleend aan Rabelais: wetenschap zonder geweten is slechts de ondergang van de ziel.

De aanleiding is concreet. Magistraten krijgen steeds vaker conclusies voorgelegd die met of zelfs door AI-tools zijn opgesteld. Geen enkele van de zes procureurs-generaal van het land had het onderwerp eerder in een mercuriale behandeld. De eerste advocaat-generaal vond dat het niet langer kon wachten, ook al geeft hij toe dat zijn tekst al achterhaald was voor de inkt droog was.

Zijn uitgangspunt is genuanceerd. AI kan de rechtsbedeling sneller, toegankelijker en efficiënter maken, bij documentair onderzoek, bij het ontsluiten van rechtspraak, bij vertaling en bij seriële geschillen. Maar de uiteindelijke beslissing moet menselijk blijven. De legitimiteit van de rechter vloeit volgens hem voort uit zijn menselijkheid.

Dertien risico’s, en twee dossiers die tot de verbeelding spreken

De rede somt dertien risico’s op: de illusie dat AI de magistraat en de advocaat kan vervangen, onbeheersbare systemen, algoritmische rechtspraak, gebrek aan transparantie, vooringenomenheid en manipulatie, fouten en hallucinaties, afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, cognitieve ontlasting, deresponsabilisering, schending van het beroepsgeheim, overspoeling van de rechtscolleges, verlies van onafhankelijkheid en een louter kwantitatieve beoordeling van justitie.

Twee concrete dossiers illustreren waarom het parket zich zorgen maakt. In een recente cassatiezaak bevatte de memorie van de eiser acht verwijzingen naar arresten van het Hof zelf. Twee daarvan bevatten de aangehaalde rechtsregel niet. De overige zes waren gewoonweg onjuist. De advocaat die het stuk had ondertekend, schoof de fouten door naar een voormalige medewerker en trok de onverifieerbare verwijzingen in, zonder te zeggen of een AI-tool ze had verzonnen. Voor de eerste advocaat-generaal is dat een miskenning van de plichten van bekwaamheid, rechtschapenheid en loyaliteit, en hij roept de tuchtoverheden op om sterke signalen af te geven. Over wat zo’n verzonnen bron een advocaat in België vandaag al kan kosten, schreven wij eerder in onze blog over verzonnen AI-rechtspraak in conclusies.

Het tweede dossier gaat over volume. Een memorie in een strafzaak telde bijna 100 bladzijden en meer dan 50 middelen. Het Hof moet in de regel op elk middel antwoorden. De eerste advocaat-generaal vermoedt sterk dat AI het stuk had gegenereerd, en noemt de dreigende overspoeling van het Hof op korte termijn het grootste gevaar. Wie tegen lage kosten tientallen middelen kan laten spuwen, verlamt een rechtscollege dat op elk middel omstandig moet antwoorden.

Daarnaast wijst de rede op de digitale afhankelijkheid van justitie. De IT-omgeving van de rechterlijke orde draait op software van niet-Europese leveranciers, en de Amerikaanse Cloud Act laat de Amerikaanse overheid toe om bij die leveranciers gegevens op te vragen, ook als ze in Europa zijn opgeslagen. Magistraten van het Internationaal Strafhof ondervonden al wat de unilaterale Amerikaanse sancties van 6 februari 2025 betekenen: geblokkeerde e-mailaccounts en betaalmiddelen. Op 26 juni 2026 vroegen de korpsoversten van het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State de federale regering daarom in een gemeenschappelijke brief, waaruit de rede citeert, om een gegevensbeschermingseffectbeoordeling voor het gebruik van Copilot binnen de overheid.

Welke remedies stelt de eerste advocaat-generaal voor?

De rede eindigt met denkpistes, geen uitgewerkte voorstellen. De rechter zou partijen kunnen opdragen hun conclusies te beperken in lengte, naar het voorbeeld van de Nederlandse Hoge Raad. Middelen die op rechtsleer of rechtspraak steunen zonder nauwkeurige en controleerbare verwijzing zouden niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. De antwoordplicht van het Hof zou kunnen worden beperkt via een vereenvoudigde selectieprocedure, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Franse Hof van Cassatie die kennen. Ook de uitbreiding van het monopolie van de balie bij het Hof van Cassatie naar alle aangelegenheden ligt op tafel.

Het bestaande arsenaal komt eveneens aan bod. Wie de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden, riskeert nu al een geldboete van 15 tot 2.500 euro op grond van artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek, al geldt die bepaling niet in straf- of tuchtzaken. Daarnaast blijven de tuchtoverheden van de balie en de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van de advocaat beschikbaar.

Het normatieve kader groeit intussen. Het Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie trad op 21 april 2026 in werking en verplicht de verdragsstaten erop toe te zien dat AI-systemen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de toegang tot de rechter niet ondermijnen. De verordening artificiële intelligentie (AI Act) merkt AI-systemen die gerechtelijke autoriteiten ondersteunen bij het onderzoeken en toepassen van het recht aan als hoog risico. En de OVB en avocats.be namen op 31 januari 2025 hun richtlijnen voor het gebruik van artificiële intelligentie aan: de advocaat moet de output van AI controleren, bronnen incluis, maar draagt geen algemene plicht om het gebruik van AI te melden.

Waar wij ons in vinden, en waar wij kanttekeningen plaatsen

De diagnose van de rede is grotendeels raak. Het punt over digitale soevereiniteit is sterk en onderbelicht in het Belgische debat. Ook de waarschuwing voor cognitieve ontlasting steunt op reëel onderzoek: de rede verwijst naar de MIT-studie over cognitieve schuld bij systematisch gebruik van AI-assistenten. Wie zijn juridisch denkwerk permanent uitbesteedt, verliest de vaardigheid om het zelf te doen. Toch verdienen drie punten een kritische lezing.

Ten eerste rekent de rede op een Europees kader dat er formeel wel is, maar voorlopig zonder tanden. De AI Act kwalificeert justitiële AI als hoog risico, maar de digitale omnibusverordening schoof de hoogrisicoverplichtingen door naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028, zoals wij analyseerden in onze blog over het uitstel van de hoogrisicoverplichtingen. Wie vandaag een AI-tool voor justitie bouwt of aankoopt, werkt dus nog minstens vijftien maanden zonder afdwingbaar hoogrisicoregime. Dat versterkt eerder het pleidooi van de rede voor eigen richtsnoeren dan dat het eraan afdoet, maar het verdient gezegd.

Ten tweede hanteert de rede een te scherpe tweedeling tussen onveilige, gratis “omnivoor”-tools en veilige, afgeschermde omgevingen. Ook AI-toepassingen die uitsluitend putten uit een juridische databank kunnen bronnen verkeerd samenvatten of verkeerd toeschrijven. Het cassatiedossier met de acht foute verwijzingen bewijst niet dat de tool het probleem was, wel dat de ondertekenaar niet had geverifieerd. De verificatieplicht is de constante, welk instrument er ook onder de tekst zit. De OVB-richtlijnen zeggen dat trouwens al: de advocaat blijft eindverantwoordelijk voor de output. De rede erkent dat, maar de nadruk op het type tool dreigt de aandacht af te leiden van de eigenlijke fout, het ondertekenen zonder controle.

Ten derde snijden sommige remedies in het vlees van de rechtzoekende. Een beperking van de antwoordplicht van het Hof of een verkorte verwerping treft niet alleen de advocaat die vijftig middelen laat genereren, maar ook de partij met drie zorgvuldige middelen die in de selectie sneuvelt. Het gedragsprobleem, misbruik van de rechtspleging, kan vandaag al worden gesanctioneerd via artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek, de rechtsplegingsvergoeding en het tuchtrecht. Eerst dat arsenaal consequent toepassen lijkt ons de betere volgorde dan het afbouwen van de motiveringsplicht, een waarborg die ook de rede zelf elders verdedigt. Hetzelfde geldt voor de vergelijking met de transparantieplicht van studenten: een examen toetst de persoon, een proces toetst het argument. Dat de balies geen algemene meldplicht opleggen, is dus verdedigbaar, al mag een advocaat nooit liegen wanneer de rechter ernaar vraagt.

Over de spiegelvraag, of de rechter zelf AI mag gebruiken en wat dat betekent voor de tegenspraak, schreven wij eerder in onze blog over AI in de rechtspraak en het recht op tegenspraak. De mercuriale bevestigt die analyse: een algoritmische suggestie die niet aan het debat wordt onderworpen, verdraagt zich niet met een eerlijk proces.

Wat betekent dit concreet?

Voor advocaten. Verifieer elke bron die een AI-tool aanlevert, ook wanneer de tool in een afgeschermde omgeving draait. De rede kondigt aan dat rechtscolleges verdachte verwijzingen aan de tuchtoverheden zullen melden, en de stafhouders volgen. Voer nooit niet-geanonimiseerde stukken in een onbeveiligde tool in: dat schendt het beroepsgeheim en de Algemene Verordening Gegevensbescherming, waarover u meer leest op onze pagina over privacy en gegevensbescherming.

Voor ondernemingen en hun juristen. Wie procedeert, mag van zijn raadsman verwachten dat AI de kwaliteit verhoogt zonder de controle te vervangen. Vraag ernaar bij de intake. Wie zelf AI-tools voor juridisch werk bouwt of aankoopt, houdt rekening met de hoogrisicokwalificatie die vanaf eind 2027 afdwingbaar wordt, en met het bredere juridisch kader rond artificiële intelligentie dat nu al geldt, van transparantieregels tot gegevensbescherming.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Moet mijn advocaat mij zeggen dat hij AI gebruikt?
Nee. De richtlijnen van de OVB en avocats.be leggen geen algemene meldplicht op, niet aan de cliënt en niet aan de rechter. De advocaat blijft wel volledig verantwoordelijk voor wat hij ondertekent, en wanneer de rechter hem uitdrukkelijk vraagt of hij AI gebruikte, mag hij niet liegen.

Mag een rechter in België een vonnis door AI laten schrijven?
Nee. De AI Act stelt dat AI de besluitvorming van de rechter mag ondersteunen maar niet vervangen, en minister van Justitie Annelies Verlinden bevestigde in een interview in de Juristenkrant van 13 mei 2026 dat rechtspraak een menselijke activiteit blijft en dat een vonnis niet zomaar door een chatbot kan worden geschreven. Een louter administratief gebruik, zoals het pseudonimiseren van beslissingen, valt daar niet onder.

Wat riskeert een advocaat die verzonnen rechtspraak citeert?
De geldboete van 15 tot 2.500 euro wegens misbruik van de rechtspleging treft formeel de procespartij, niet haar advocaat, en geldt bovendien niet in straf- of tuchtzaken. De advocaat zelf riskeert een aangifte door het rechtscollege bij de stafhouder, tuchtsancties die tot schrapping kunnen gaan, en een aansprakelijkheidsvordering, in de eerste plaats van zijn eigen cliënt die de boete of een veroordeling wegens tergend en roekeloos geding op hem wil verhalen.

Conclusie

De mercuriale van 1 september 2026 verbiedt niets en belooft niets, maar zet de agenda: AI hoort thuis in de Belgische justitie, op voorwaarde dat de mens beslist, de bronnen kloppen en de infrastructuur soeverein en veilig is. De diagnose overtuigt. Bij de remedies past waakzaamheid, want een justitie die zich tegen AI-misbruik wapent door minder te antwoorden, betaalt die bescherming met de rechten van de zorgvuldige rechtzoekende. Voor wie in België met AI werkt, in de advocatuur of daarbuiten, is de boodschap intussen dezelfde als die van de balies: gebruik het instrument, maar teken nooit zonder controle.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics