Het online delen van beelden waarop asociaal of gevaarlijk gedrag in het verkeer te zien is, komt steeds vaker voor. Maar mag u dergelijke video’s zomaar publiceren zonder de privacy of de persoonlijkheidsrechten van de in beeld gebrachte persoon te schenden? Volgens een arrest van het hof van beroep te Luik van 5 maart 2026 weegt de vrijheid van meningsuiting in dergelijke gevallen bijzonder zwaar door. Zolang de beelden feitelijk juist zijn, zonder kwade trouw worden gedeeld en bijdragen aan een maatschappelijk debat van algemeen belang, is zo’n publicatie in de regel juridisch toegestaan.
De feiten en de juridische context
De aanleiding van deze juridische strijd was een incident op 25 december 2020. Een vader, Paul, wandelde met zijn gezin op een pad in de Hoge Venen. Een fietser, Jules, naderde met een zekere snelheid en raakte tijdens een inhaalmanoeuvre met zijn knie de vijfjarige dochter van Paul, waardoor het kind ten val kwam. Paul was op dat moment toevallig de wandeling aan het filmen met zijn smartphone en legde het incident vast.
Kort na de feiten deelde Paul de video in besloten kring via WhatsApp en Instagram. Uiteindelijk gaf hij een kennis de toestemming om de beelden ook op Facebook te plaatsen. De video werd voorzien van de tekst “URGENT FAITES TOURNER CETTE VIDEO SVP !!”. Dit leidde tot een enorme media-aandacht waarbij de beelden massaal werden bekeken en gedeeld. Mede door een opsporingsbericht in de media meldde de fietser zich bij de politie. Hij werd later strafrechtelijk veroordeeld voor onopzettelijke slagen en verwondingen en diende een symbolische schadevergoeding van één euro te betalen.
De fietser besloot daarop zelf naar de burgerlijke rechtbank te stappen. Hij vorderde een schadevergoeding van 4.500 euro van de vader. Hij stelde dat de vader een fout had begaan (gebaseerd op artikel 1382 van het oud Burgerlijk Wetboek) door de video op grote schaal te laten verspreiden, wat volgens hem een inbreuk vormde op zijn persoonlijkheidsrechten.
De beslissing van het hof van beroep
Het hof van beroep te Luik boog zich over de zaak. Het hof hervormde het vonnis van de eerste rechter en oordeelde dat de publicatie van de video op sociale media wel degelijk onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting valt, zoals verankerd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het hof oordeelde dat het delen van deze specifieke video diende om het gedrag van bepaalde fietsers ten aanzien van voetgangers in de openbare ruimte aan de kaak te stellen. Aangezien de moeilijke cohabitatie tussen deze twee groepen weggebruikers een kwestie van algemeen of publiek belang is, geniet de deler van de beelden een ruime bescherming. Omdat de vader de feiten accuraat had weergegeven, de video niet had gemanipuleerd en hij niet handelde uit kwade trouw of met de intentie om te schaden, oordeelde het hof dat er geen noodzaak was om in te grijpen in zijn vrijheid van meningsuiting. De eis tot schadevergoeding van de fietser werd bijgevolg ongegrond verklaard.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak illustreert de delicate afweging tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en anderzijds het recht op eerbiediging van het privéleven en de bescherming van de reputatie (artikel 8 EVRM). Om een inmenging in de vrijheid van meningsuiting te rechtvaardigen, moet volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voldaan zijn aan drie cumulatieve voorwaarden: de inmenging moet wettelijk voorzien zijn, een legitiem doel dienen en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.
In deze casus was het concept van het ‘maatschappelijk debat’ doorslaggevend. Het hof benadrukt, in navolging van het EHRM, dat niet enkel traditionele journalisten, maar ook bloggers en populaire gebruikers van sociale media een ‘waakhondfunctie’ kunnen uitoefenen. Wanneer een publicatie bijdraagt aan een debat dat het publiek aanbelangt – zoals de veiligheid op de openbare weg en het delen van de openbare ruimte – dan is de appreciatiemarge van de rechter om die meningsuiting in te perken zeer beperkt.
Belangrijk voor de juridische praktijk is de vaststelling dat een particulier die toestaat dat feitelijk correcte beelden (zonder lasterlijke commentaren toe te voegen) online verschijnen, niet zomaar lasterlijke reacties proactief te modereren. De absolute grens ligt bij kwaadwillige manipulatie, laster of eerroof.
Wat dit concreet betekent
Voor burgers en slachtoffers van incidenten:
Heeft u een ongeval of een asociale gedraging op de openbare weg gefilmd? Dan mag u dit in principe online delen om een maatschappelijk probleem aan de kaak te stellen. Echter, u dient uiterst voorzichtig te zijn. Beperk u tot de naakte feiten, voeg geen opruiende of lasterlijke teksten toe en manipuleer de beelden niet. Doet u dit wel, dan riskeert u zélf burgerrechtelijk of strafrechtelijk aansprakelijk te worden gesteld wegens eerroof of laster.
Voor daders of personen die ongewenst gefilmd worden:
Als u herkenbaar in beeld wordt gebracht bij een incident in de openbare ruimte, kunt u zich niet zomaar beroepen op uw portretrecht of privacy om de beelden offline te laten halen, zeker niet als het incident kadert in een ruimer maatschappelijk debat. Pas wanneer de verspreider van de beelden bewust onwaarheden verspreidt of de beelden louter gebruikt om u persoonlijk te treiteren zonder enig maatschappelijk nut, heeft een vordering tot schadevergoeding een reële kans van slagen.
Veelgestelde vragen (faq)
Mag ik altijd beelden van een verkeersongeval op sociale media plaatsen?
Nee, dit is niet onbegrensd. Het delen van beelden is toegestaan als het bijdraagt aan een debat van algemeen belang (zoals verkeersveiligheid) en de beelden feitelijk correct zijn. U mag het slachtoffer echter niet onnodig in een kwetsbare positie tonen en u mag de beelden niet gebruiken voor zuivere wraakacties of laster.
Kan ik een schadevergoeding eisen als iemand mij ongevraagd filmt en online zet?
Dit hangt af van de context. Als u op de openbare weg gefilmd wordt tijdens een incident dat maatschappelijk relevant is, weegt de vrijheid van meningsuiting vaak zwaarder dan uw recht op afbeelding. U maakt pas kans op een schadevergoeding (via artikel 6.5 Burgerlijk Wetboek) als de deler foutief handelt, bijvoorbeeld door te liegen, te manipuleren of door een gerichte lastercampagne te voeren.
Conclusie
Het delen van video’s van incidenten op openbare plaatsen valt in België onder de vrijheid van meningsuiting, mits het doel is om een legitiem maatschappelijk debat te voeden en er geen sprake is van kwade trouw. Toch blijft de grens tussen een toegelaten publicatie en een strafbare aantasting van de eer en goede naam soms flinterdun.



