Wanneer uw reputatie op het spel staat door lasterlijke uitlatingen in de media, is de verleiding groot om via de snelst mogelijke procedure een verbod te eisen bij de rechtbank. Toch is voorzichtigheid geboden: de specifieke procedure voor de voorzitter van de rechtbank zetelend “zoals in kort geding” is niet geschikt voor algemene vorderingen rond laster, eerroof en schadevergoeding. Zonder de juiste wettelijke grondslag zal de rechter zich onbevoegd verklaren of de vordering afwijzen, zelfs als de uitlatingen kwetsend zijn. Een correcte processtrategie is dus cruciaal om niet alleen gelijk te hebben, maar ook gelijk te krijgen.
De feiten en de vordering
In een zaak die behandeld werd voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Waals-Brabant, stonden Rutger Smith (een voormalig topsporter en werknemer) en de VZW Atletiek Vlaanderen tegenover de heer Jacques Borlée. De aanleiding was een reeks publieke uitlatingen van Borlée in de pers (o.a. La Libre, VRT Canvas) en op sociale media. Borlée zou Smith onder meer beschuldigd hebben van incompetentie en sprak over een “Hollandse dictatuur” en “cancres” (luieriken/slechte leerlingen).
De eisers voelden zich publiekelijk vernederd en stelden dat deze uitlatingen lasterlijk, racistisch en aanzettend tot haat waren. Na een ingebrekestelling die volgens hen geen effect had, startten zij een procedure voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kort geding.
Hun eisen waren:
- Een onmiddellijk verbod op de uitlatingen, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per inbreuk.
- Een schadevergoeding van respectievelijk € 5.000 (voor dhr. Smith) en € 3.000 (voor de VZW) wegens reputatieschade.
De verweerder, mijnheer Borlée, verscheen niet op de zitting en stuurde geen advocaat.
De beslissing van de rechtbank
In een vonnis van 21 oktober 2025 wees de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Waals-Brabant de vorderingen van de eisers volledig af als ongegrond. Ondanks het feit dat de verweerder niet kwam opdagen, toetste de rechter ambtshalve of de gekozen procedure wel correct was.
De voorzitter stelt dat hij enkel “zoals in kort geding” kan worden gevat in materies die uitdrukkelijk bij wet zijn bepaald (zoals overheidsopdrachten, leegstand, of discriminatiewetgeving). Een algemene vordering om de vrijheid van meningsuiting te beperken en schadevergoeding te eisen op basis van burgerlijke aansprakelijkheid, valt hier niet onder. De rechter oordeelde bovendien dat de vrijheid van meningsuiting de regel blijft en dat het recht om kritiek te uiten – zelfs op virulente wijze – essentieel is in een democratie.
De eisers werden veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten, inclusief twee rechtsplegingsvergoedingen van elk € 1.020,35 aan Borlée.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak raakt de kern van het procesrecht en de strategie bij reputatieschade. .
1. Procedure ‘In kort geding’ versus ‘Zoals in kort geding’
Er bestaat vaak verwarring tussen twee types procedures voor de voorzitter van de rechtbank:
- Het “echte” kort geding (Art. 584 Ger.W.): Hierbij velt de rechter een voorlopige beslissing in spoedeisende gevallen. De rechter doet geen uitspraak over de grond van de zaak (zoals een definitieve schadevergoeding), maar kan wel voorlopige/bewarende maatregelen opleggen.
- Zetelend “zoals in kort geding”: Hierbij doet de voorzitter uitspraak ten gronde (een definitief vonnis), maar volgens de versnelde procedure van het kort geding.
In deze zaak hadden de eisers de procedure “zoals in kort geding” gebruikt voor een materie (laster en schadevergoeding) die niet wettelijk is toegewezen aan deze specifieke procedure. De voorzitter stelde dat hij dergelijke vorderingen niet kan beoordelen, tenzij er sprake is van specifieke wetgeving zoals de Antidiscriminatiewet, wat hier onvoldoende werd aangetoond.
2. Artikel 19, 3e lid Ger.W.
De voorzitter gaf in zijn vonnis zelf aan waar de reddingsboei lag. Hij stelde dat de partijen “nuttig een dergelijke vordering hadden kunnen instellen op basis van voorlopige maatregelen” (artikel 19, derde lid Ger.W.).
- Wat dit betekent: Als de eisers tijdens de zitting hadden ingezien dat hun eis ten gronde (schadevergoeding) zou afgewezen worden, hadden ze subsidiair volgens de voorzitter een voorlopige maatregel alvorens recht te doen kunnen vragen. Hiermee had de voorzitter de vermeend laster uitspraken eventueel voorlopig kunnen stilleggen om de zaak later ten gronde te onderzoeken.
- De strategie: De eisers hielden echter vast aan hun eis voor een definitief vonnis en schadevergoeding, waardoor de rechter geen andere keuze had dan alles af te wijzen.
3. De kwestie urgentie
Hoewel urgentie strikt genomen geen bevoegdheidsvoorwaarde is voor de procedure “zoals in kort geding” (wel voor het “echte” kort geding), haalde de voorzitter dit toch aan om de vordering verder onderuit te halen. De feiten dateerden van oktober 2024, terwijl het vonnis van oktober 2025 is. De voorzitter oordeelde dat er na een jaar geen sprake meer kon zijn van een noodsituatie die een afwijking van de gewone rechtsgang rechtvaardigde. Dit argument werd gebruikt ten overvloede om aan te tonen dat de vordering op geen enkel vlak steek hield.
4. Vrijheid van meningsuiting als drempel
Daarnaast bevestigt het vonnis de hoge drempel voor preventieve censuur. De rechter benadrukte dat er geen sprake leek te zijn van strafrechtelijke inbreuken zoals aanzetten tot haat. Het loutere feit dat kritiek als “beledigend” of “foutief” wordt ervaren, rechtvaardigt geen preventief verbod via deze procedure. De vrijheid van meningsuiting omvat ook het recht om ideeën te verspreiden die kwetsen, shockeren of verontrusten.
5. De onterechte rechtsplegingsvergoeding
De voorzitter veroordeelde de eisende partijen, als verliezers, tot het betalen van tweemaal € 1.020,35 aan rechtsplegingsvergoeding (RPV) aan mijnheer Borlée.
Dit is in strijd met het Gerechtelijk Wetboek:
- Artikel 1022 Ger.W. definieert de RPV als een tegemoetkoming in de kosten van de advocaat.
- Het vonnis stelt duidelijk dat de verweerder niet verscheen en zich niet liet vertegenwoordigen door een advocaat.
Zonder advocaat kan er geen sprake zijn van een rechtsplegingsvergoeding. De eisers worden hier dus veroordeeld voor kosten die de verweerder nooit gemaakt heeft. Dit lijkt op een manifeste vergissing van de voorzitter, waartegen hoger beroep mogelijk zou zijn (al weegt de kostprijs van beroep wellicht niet op tegen het bedrag).
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft belangrijke implicaties voor zowel slachtoffers van laster als voor verweerders.
- Voor wie reputatieschade lijdt: Snelheid is belangrijk, maar de juiste procedure is belangrijker. Als u een definitieve schadevergoeding eist, hoort u doorgaans thuis in de gewone procedure ten gronde, of moet u bewijzen dat uw vordering onder een specifieke wet valt die de voorzitter bevoegd maakt. Wilt u enkel de laster onmiddellijk stoppen wegens extreme urgentie? Dan moet u kiezen voor een klassiek kort geding en aantonen dat de situatie onomkeerbaar is, zonder meteen definitieve schadevergoeding te vragen.
- Voor de verweerder: Zelfs als u niet verschijnt op de rechtbank (verstek laat gaan), zal een waakzame rechter uw rechten beschermen door de procedurele voorwaarden te controleren. Het recht op vrije meningsuiting wordt niet zomaar opzijgezet, zeker niet in een procedure die daarvoor niet bedoeld is.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is het verschil tussen ‘in kort geding’ en ‘zoals in kort geding’?
Bij een klassiek kort geding (art. 584 Ger.W.) neemt de rechter dringende, voorlopige maatregelen zonder zich over de definitieve rechten uit te spreken. Bij een vordering ‘zoals in kort geding’ doet de rechter wel een definitieve uitspraak, maar dit kan enkel voor specifieke wetten die deze snelle procedure toelaten.
Kan ik schadevergoeding eisen in een kort geding?
In een klassiek kort geding doorgaans niet, omdat een schadevergoeding een definitieve beoordeling van de aansprakelijkheid vereist. U kan daar enkel voorlopige maatregelen vragen (zoals een provisie, indien de schuld onbetwistbaar is). Voor een volledige schadevergoeding moet u de gewone procedure volgen.
Is iemand ‘incompetent’ noemen strafbaar?
Meestal niet. De rechter oordeelde in deze zaak dat virulente kritiek en meningsuiting essentieel zijn in een democratie. Tenzij de uitspraken aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, of louter bedoeld zijn om te schaden zonder enig algemeen belang, valt dit vaak onder de vrijheid van meningsuiting.
Moet ik gerechtskosten betalen aan iemand die niet komt opdagen?
U betaalt de rolrechten en uw eigen dagvaardingskosten als u verliest. Echter, u zou geen rechtsplegingsvergoeding (RPV) moeten betalen aan iemand zonder advocaat. Gebeurt dit wel, dan is dat een fout in het vonnis.
Conclusie
Het beschermen van uw eer en reputatie vereist niet alleen gelijk hebben op inhoudelijk vlak, maar vooral een feilloze procedurele aanpak. Het oneigenlijk gebruik in België van de procedure ‘zoals in kort geding’ leidt onvermijdelijk tot een afwijzing van de vordering en hoge kosten, ongeacht hoe kwetsend de uitlatingen zijn.



