Kan een streamingdienst het herroepingsrecht van zijn abonnees uitsluiten?

Nee, niet zomaar. Het Hof van Justitie oordeelde op 9 juli 2026 in het arrest Sky Österreich (HvJ 9 juli 2026, C-234/25) dat een streamingabonnement met een dynamisch aanbod geen levering van digitale inhoud is, maar een digitale dienst. Het gevolg is groot: de abonnee behoudt zijn herroepingsrecht van 14 dagen, en het gebruikelijke aanvinkvakje waarmee hij bij het bestellen afstand doet van dat recht, volstaat niet. Die regel geldt onverkort in België, omdat het Wetboek van economisch recht de Europese bepalingen woordelijk overneemt.

De feiten

Sky Österreich is een Oostenrijkse betaalzender die een streamingdienst aanbiedt in twee pakketten, Sport & Live TV en Fiction & Live TV. De abonnee kijkt live of op aanvraag via een link of een app. Afhankelijk van de licenties kan hij programma’s ook downloaden, maar een download kan slechts één keer worden bekeken en moet volledig bekeken zijn binnen 48 uur.

Wie online een abonnement afsluit, moet daarbij verplicht een beding aanvaarden. Daarin bevestigt hij de informatie over het herroepingsrecht te kennen, gaat hij ermee akkoord dat Sky Österreich de overeenkomst meteen uitvoert, nog vóór de herroepingstermijn van 14 dagen is verstreken, en erkent hij dat hij daardoor zijn herroepingsrecht verliest.

De Oostenrijkse consumentenorganisatie Verein für Konsumenteninformation vorderde een verbod op dat beding. Volgens haar is het abonnement een digitale dienst, zodat het herroepingsrecht pas kan vervallen wanneer de dienst volledig is geleverd. Sky Österreich hield vol dat zij digitale inhoud levert, waarvoor het herroepingsrecht al vervalt zodra de uitvoering begint. De rechter in eerste aanleg gaf Sky Österreich gelijk, de rechter in hoger beroep de consumentenorganisatie. Het Oberste Gerichtshof, het Oostenrijkse hoogste gerechtshof, legde de kwalificatievraag voor aan het Hof van Justitie.

De beslissing

Het onderscheid tussen de levering van digitale inhoud en een digitale dienst

De inzet van de zaak is een uitzondering op het herroepingsrecht. Artikel 9 van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (consumentenrechtenrichtlijn) geeft de consument 14 dagen om een overeenkomst op afstand zonder reden te herroepen. Artikel 16, eerste alinea, m) van die richtlijn laat de handelaar toe dat recht uit te schakelen voor digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, op voorwaarde dat de consument uitdrukkelijk instemt met de onmiddellijke uitvoering, erkent dat hij zijn herroepingsrecht verliest en daarvan een bevestiging krijgt. Voor diensten bestaat die mogelijkheid niet: daar vervalt het herroepingsrecht pas na de volledige uitvoering van de dienst.

Alles hangt dus af van de kwalificatie. Digitale inhoud is volgens richtlijn (EU) 2019/770 betreffende digitale inhoud en digitale diensten elk gegeven dat in digitale vorm wordt geproduceerd en geleverd. Een digitale dienst stelt de consument in staat om digitale gegevens te creëren, te verwerken, op te slaan of er toegang toe te krijgen. Een streamingabonnement past op het eerste gezicht in beide definities, en dat erkent het Hof van Justitie ook. De letterlijke tekst volstond dus niet om de knoop door te hakken.

Het beslissende criterium: een aanbod met een dynamisch karakter

Het Hof van Justitie schuift twee voor de hand liggende criteria opzij. De technische wijze van overdracht, streaming of download, is niet beslissend. De continue aard van de levering evenmin, want zowel digitale inhoud als een digitale dienst kan gedurende de hele looptijd van de overeenkomst worden geleverd.

Beslissend is de mate van betrokkenheid van de handelaar. Een digitale dienst kenmerkt zich volgens het Hof van Justitie door het dynamische karakter van het aanbod, dat verder gaat dan het louter stabiel en continu ter beschikking stellen van specifieke inhoud. Dat dynamische karakter blijkt onder meer wanneer het aanbod zich aanpast aan het individuele gedrag van de consument, bijvoorbeeld via afspeellijsten, favorieten of aanbevelingen op basis van eerder bekeken inhoud.

Bij Sky Österreich zag het Hof van Justitie precies die kenmerken: de catalogus wordt voortdurend geactualiseerd, en de abonnee krijgt individuele aanbevelingen op basis van zijn kijkgedrag. Hij koopt geen specifiek programma, maar toegang naar eigen goeddunken tot een veranderlijk geheel. Onder voorbehoud van de feitelijke verificatie door de Oostenrijkse rechter is zo’n abonnement een digitale dienst, geen levering van digitale inhoud. Het Hof van Justitie wijst er ook op dat de uitzondering op het herroepingsrecht strikt moet worden uitgelegd, en dat bij twijfel de regels voor diensten gelden.

Het misbruikargument en de evenredige vergoeding na herroeping

Sky Österreich waarschuwde voor misbruik: een consument zou een abonnement kunnen nemen voor één voetbalfinale of één nieuw seizoen van een serie, alles bekijken en daarna herroepen. Het Hof van Justitie wuift dat bezwaar niet weg, maar wijst op het bestaande vangnet. Wie tijdens de herroepingstermijn om onmiddellijke uitvoering vraagt en daarna herroept, betaalt een bedrag dat evenredig is aan wat al werd geleverd.

Belangrijk is de nuance die het Hof van Justitie daarbij aanbrengt op het arrest PE Digital (HvJ 8 oktober 2020, C-641/19), waarin de vergoeding in beginsel pro rata temporis werd berekend. Die tijdsevenredige berekening is niet de enige toegelaten methode. De handelaar mag de vergoeding ook vaststellen op basis van de economische waarde van de inhoud die de consument effectief heeft bekeken, en daarbij rekening houden met de prijs waartegen die inhoud op aanvraag, buiten een abonnement om, wordt aangeboden. Herroepen betekent dus niet gratis kijken.

Juridische analyse en duiding

Waarom het arrest rechtstreeks doorwerkt in artikel VI.53 WER

De Belgische wetgever heeft de Europese regels woordelijk overgenomen in het Wetboek van economisch recht (WER). Artikel VI.47 WER geeft de consument 14 dagen om een overeenkomst op afstand te herroepen. Artikel VI.53, 13° WER sluit dat recht uit voor digitale inhoud zonder materiële drager, onder dezelfde drie voorwaarden als de richtlijn: uitdrukkelijke instemming met de onmiddellijke uitvoering, erkenning van het verlies van het herroepingsrecht en een bevestiging door de onderneming. Voor diensten geldt artikel VI.53, 1° WER: het herroepingsrecht vervalt pas na de volledige uitvoering. De definities van digitale inhoud en digitale dienst staan in artikel I.8, 35° en 40° WER en zijn identiek aan die van de richtlijn; zij werden ingevoerd door de wet van 8 mei 2022, in werking sinds 28 mei 2022, ter omzetting van de Omnibusrichtlijn (richtlijn (EU) 2019/2161).

Het gevolg laat zich raden. Een Belgische streamingdienst of ander digitaal abonnementsplatform dat zijn bestelproces bouwde op artikel VI.53, 13° WER, met een aanvinkvakje dat het herroepingsrecht vanaf de eerste seconde uitschakelt, staat na dit arrest op losse schroeven. Is het aanbod dynamisch, dan geldt artikel VI.53, 1° WER, en die bepaling laat het herroepingsrecht pas vervallen bij volledige uitvoering. Een abonnement van een maand of een jaar is op de dag van inschrijving niet volledig uitgevoerd, ook al staat de hele catalogus meteen open. De abonnee kan dus 14 dagen lang herroepen. Wie het beding toch handhaaft, riskeert bovendien meer dan een discussie met één klant: een verkeerd geïnformeerde consument kan zich op een verlengde herroepingstermijn beroepen, en consumentenorganisaties kunnen, zoals in Oostenrijk, een collectief verbod vorderen.

Waar het dynamische karakter begint, zegt het Hof van Justitie niet

Het criterium is helder in de extremen, maar open in het midden. Eén film kopen op een videoplatform blijft digitale inhoud, ook al komt die via streaming binnen. Een abonnement met aanbevelingsalgoritmes, profielen en een wisselende catalogus is een digitale dienst. Daartussen ligt een grijze zone. Volstaat een catalogus die maandelijks wordt ververst, zonder enige personalisering? Is een platform dat wel afspeellijsten aanbiedt maar geen aanbevelingen doet, al dynamisch? Het Hof van Justitie geeft aanwijzingen, geen gesloten definitie.

Twee houvasten drukken de onzekerheid. Ten eerste moet de uitzondering van artikel 16, eerste alinea, m) van de consumentenrechtenrichtlijn strikt worden uitgelegd, zoals het Hof van Justitie al oordeelde in het arrest PE Digital. Ten tweede geldt volgens overweging 30 van de Omnibusrichtlijn bij twijfel het dienstenregime. Beide wegen in dezelfde richting: wie als aanbieder twijfelt of zijn aanbod dynamisch genoeg is om een dienst te zijn, moet ervan uitgaan dat het er een is. Het geschil verschuift daarmee van de vraag hoe de gegevens technisch worden geleverd naar de vraag wat de aanbieder tijdens de looptijd van het contract doet. Voor abonnementsdiensten die als Software-as-a-Service worden aangeboden, was die dienstenkwalificatie al vertrouwd; voor media-abonnementen is zij nu even onontkoombaar.

De vergoeding na herroeping mag de waarde van de bekeken inhoud volgen

Het meest praktijkgerichte deel van het arrest gaat over de afrekening. Artikel VI.51, § 3 WER, de Belgische pendant van artikel 14, lid 3 van de consumentenrechtenrichtlijn, verplicht de consument die na een verzoek tot onmiddellijke uitvoering herroept, een evenredig bedrag te betalen, berekend op de totale contractprijs, of op de marktwaarde wanneer die prijs excessief is. Het arrest PE Digital las daarin een berekening pro rata temporis: wie drie dagen van een maandabonnement gebruikte, betaalt een tiende van de maandprijs.

Het arrest Sky Österreich verfijnt die lezing voor abonnementen die rond piekinhoud draaien. Sluit een consument een abonnement af met als enig doel tijdens de herroepingstermijn inhoud met een bijzonder hoge waarde te bekijken, een titelmatch of een seizoensfinale, dan hoeft de vergoeding niet uitsluitend op de verstreken tijd te steunen. De aanbieder mag de economische waarde van de bekeken inhoud verrekenen, met als ijkpunt de prijs van diezelfde inhoud in een los aanbod op aanvraag. Wie de finale bekijkt en de dag nadien herroept, betaalt dus niet één dertigste van de maandprijs, maar kan worden aangesproken voor wat die wedstrijd los zou hebben gekost. Daarnaast bepaalt artikel VI.51, § 6 WER dat de consument zich na herroeping onthoudt van elk verder gebruik van de dienst, wat de aanbieder toelaat het account te deactiveren.

Wat betekent dit concreet?

Voor aanbieders van streaming- en andere digitale abonnementen. Kwalificeer eerst uw aanbod, en bouw pas daarna uw bestelproces. Een wisselende catalogus, gebruikersprofielen, afspeellijsten en aanbevelingen wijzen op een digitale dienst, en dan is een beding dat het herroepingsrecht bij de inschrijving uitschakelt onwerkzaam. Herzie de inschrijvingsflow en de algemene voorwaarden: informeer correct over de 14 dagen bedenktijd, vraag een uitdrukkelijk verzoek tot onmiddellijke uitvoering, en voorzie een clausule die de evenredige vergoeding bij herroeping regelt, met de mogelijkheid om de waarde van bekeken piekinhoud te verrekenen. Wie inhoud ook los op aanvraag aanbiedt, maakt die verrekening meteen becijferbaar.

Voor consumenten. Een aanvinkvakje bij de inschrijving op een dynamisch streamingplatform doet uw herroepingsrecht niet verdwijnen. U kunt het abonnement binnen 14 dagen herroepen, ook nadat u al hebt gekeken. Gratis is dat niet: voor wat u effectief gebruikte, bent u een evenredige vergoeding verschuldigd, en voor dure piekinhoud kan die vergoeding de losse aankoopprijs benaderen. Dat het Belgische herroepingsrecht ook standhoudt tegenover buitenlandse aanbieders, bleek eerder al uit onze bijdrage over de vraag of een buitenlandse webshop het Belgische herroepingsrecht moet respecteren.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Heb ik een herroepingsrecht als ik een streamingabonnement afsluit?
Ja. Een streamingabonnement met een dynamisch aanbod, dus met een veranderende catalogus en gepersonaliseerde aanbevelingen, is een digitale dienst. U beschikt dan over 14 dagen om de overeenkomst zonder reden te herroepen, en dat recht vervalt pas wanneer de dienst volledig is uitgevoerd. Een aanvinkvakje bij de bestelling kan dat recht niet vooraf uitschakelen.

Moet ik betalen voor wat ik al heb bekeken als ik mijn abonnement herroep?
Ja, wanneer u zelf om de onmiddellijke start van de dienst hebt gevraagd. U betaalt dan een bedrag dat evenredig is aan wat al werd geleverd. Voor inhoud met een bijzonder hoge waarde, zoals een groot sportevenement, mag de aanbieder de economische waarde van die inhoud verrekenen, bijvoorbeeld aan de prijs waartegen zij los op aanvraag wordt verkocht.

Geldt dit arrest ook voor muziek-, gaming- en persabonnementen?
De redenering is niet beperkt tot videostreaming. Elk digitaal abonnement met een dynamisch aanbod, denk aan muziekplatformen met afspeellijsten en aanbevelingen, cloudgaming of verrijkte persabonnementen, komt in aanmerking voor de kwalificatie als digitale dienst. Beslissend is telkens wat de aanbieder tijdens de looptijd doet: het aanbod vernieuwen, analyseren en personaliseren, of enkel stabiel dezelfde inhoud ter beschikking stellen.

Conclusie

Het arrest Sky Österreich verlegt de grens tussen digitale inhoud en digitale diensten: niet de techniek van streaming of download telt, maar het dynamische karakter van het aanbod. Voor België betekent dit dat streamingplatformen zich niet langer kunnen verschuilen achter artikel VI.53, 13° WER en dat hun abonnees 14 dagen bedenktijd behouden, met als tegengewicht een evenredige vergoeding die de waarde van bekeken piekinhoud mag weerspiegelen. Aanbieders van digitale abonnementen in België doen er goed aan hun bestelproces en voorwaarden nu te laten doorlichten.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics