Veel ondernemers in de mode- en retailsector vragen zich af of ontwerpen die zijn samengesteld uit standaardonderdelen of die sterk leunen op modetrends, wel in aanmerking komen voor juridische bescherming. In het arrest Deity Shoes (C-323/24) van 18 december 2025 schept het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) duidelijkheid: voor modelbescherming is geen “intellectuele schepping” of artistieke inspanning vereist. Zolang het eindresultaat nieuw is en een eigen karakter heeft, is het beschermd, ongeacht of het is samengesteld uit een catalogus.
De feiten: standaardonderdelen en modetrends
De zaak speelt zich af in Spanje tussen Deity Shoes, S.L. en twee concurrenten, Mundorama Confort en Stay Design. Deity Shoes is houder van diverse gemeenschapsmodellen voor schoenen. Deze modellen werden echter niet ‘from scratch’ getekend door een ontwerper. In plaats daarvan selecteerde Deity Shoes onderdelen (zoals zolen, gespen en veters) uit catalogi van Chinese leveranciers en combineerde deze tot een eindproduct.

De concurrenten vorderden de nietigverklaring van deze modellen. Hun argumentatie rustte op twee pijlers:
- Gebrek aan creativiteit: Er zou geen sprake zijn van “echte ontwerpactiviteit” of innovatie, omdat Deity Shoes enkel bestaande onderdelen uit een catalogus samenvoegde.
- Dictaat van de mode: De ontwerpen volgden slechts algemene modetrends. Omdat trends de vrijheid van de ontwerper zouden beperken, zouden kleine verschillen niet volstaan om een eigen karakter te creëren.
De Spaanse rechter vroeg het HvJ-EU of modelbescherming een zekere intellectuele inspanning vereist en welke invloed modetrends hebben op de beoordeling van het eigen karakter.
De beslissing: objectieve criteria
Het Hof van Justitie verwerpt de argumenten van de concurrenten en bevestigt een laagdrempelige toegang tot modelbescherming.
1. Geen vereiste van creatieve activiteit Het Hof oordeelt dat Verordening nr. 6/2002 slechts twee voorwaarden stelt voor bescherming: het model moet nieuw zijn en een eigen karakter hebben. De wetgever heeft niet vereist dat het model het resultaat moet zijn van een “minimum aan creatieve activiteit” of een intellectuele inspanning.
“Om de bescherming te genieten die een gemeenschapsmodel krijgt, [hoeft] de houder of ontwerper van een model naast het feit dat aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter is voldaan, niet […] aan te tonen dat het model het resultaat is van een minimum aan creatieve activiteit.”
Dit betekent dat het feit dat een model is samengesteld uit vooraf bepaalde onderdelen uit een catalogus (ad hoc aanpassingen), op zichzelf niet in de weg staat aan bescherming.
2. Modetrends beperken de ontwerpvrijheid niet Ten aanzien van modetrends is het Hof eveneens duidelijk: modetrends zijn geen technische of wettelijke beperkingen. Een trend is vluchtig en niet onvermijdelijk; een ontwerper kiest er vrijwillig voor om een trend te volgen of er juist van af te wijken. Daarom beperken trends de “mate van vrijheid van de ontwerper” niet juridisch.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest bevestigt het fundamentele onderscheid tussen het auteursrecht en het modelrecht.
- Auteursrecht: Vereist dat een werk “oorspronkelijk” is en de “persoonlijke stempel van de maker” draagt (subjectieve creativiteit).
- Modelrecht: Richt zich op de bescherming van investeringen in de productie van gebruiksvoorwerpen. Het criterium is louter of de algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker verschilt van het bestaande vormgevingserfgoed (objectieve vergelijking).
Dit fundamentele verschil wordt pijnlijk duidelijk in de discussie rond Artificiële Intelligentie. Waar het auteursrecht worstelt met de vraag of een AI-creatie wel een ‘menselijke maker’ en ‘creatieve keuzes’ heeft, is dit voor het modelrecht irrelevant. Of een ontwerp nu door een mens, een algoritme of via een mix-and-match in een catalogus tot stand komt: zolang het eindresultaat maar nieuw is en een eigen karakter heeft, is het beschermd.
De rol van de “geïnformeerde gebruiker” Bij de beoordeling van het eigen karakter (art. 6 Verordening 6/2002) staat de perceptie van de geïnformeerde gebruiker centraal. Dit is een gebruiker die niet slechts gemiddeld, maar in hoge mate aandachtig is en de sector kent.
Het Hof benadrukt dat onderdelen die ‘in de mode’ zijn, niet van minder belang zijn bij de beoordeling. Een rechter (of de geïnformeerde gebruiker) mag deze trendy elementen niet zomaar wegdenken of negeren. Ze tellen volledig mee in de totaalindruk. Het gevolg is tweeledig: enerzijds beperken trends uw ontwerpvrijheid niet (u kiest er zelf voor ze te volgen), anderzijds betekent dit dat u zich – juist omdát u vrij bent – voldoende moet onderscheiden. Wie louter een trend volgt met miniemen variaties, zal dus bot vangen.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor diverse spelers in de markt:
- Voor ontwerpers en inkopers (Retail): U hoeft geen “kunstenaar” te zijn om uw producten te beschermen. Zelfs als u producten samenstelt via white label-catalogi of ‘mix-and-match’-systemen van leveranciers, kunt u een geldig modelrecht verkrijgen, mits de uiteindelijke combinatie een andere algemene indruk wekt dan bestaande modellen.
- Voor concurrenten: Het argument “het is maar een kopie uit een catalogus” is juridisch niet voldoende om een model nietig te laten verklaren. U zult moeten aantonen dat het model als geheel niet verschilt van eerdere modellen (nieuwheid/eigen karakter).
- Strategisch advies: Het volgen van modetrends is commercieel slim, maar juridisch risicovol als u wilt vertrouwen op kleine variaties. Omdat trends uw ontwerpvrijheid niet beperken, moet u zich voldoende onderscheiden van andere trendvolgers om een “eigen karakter” te claimen.
FAQ (Veelgestelde Vragen)
Moet ik bewijzen dat ik mijn product zelf creatief heb getekend voor modelbescherming?
Nee. In tegenstelling tot het auteursrecht vereist het modelrecht geen creatieve inspanning. Het enige wat telt is of het model nieuw is en een eigen karakter heeft ten opzichte van bestaande modellen.
Kan ik een model deponeren dat is samengesteld uit standaardonderdelen van een leverancier?
Ja, dat kan. Het feit dat onderdelen vooraf bepaald zijn in een catalogus, sluit bescherming niet uit. Het gaat om de unieke combinatie die een andere algemene indruk moet wekken bij de gebruiker.
Mag ik een ontwerp van een concurrent kopiëren omdat het “gewoon de mode” is?
Nee, dat is riskant. Modetrends worden niet gezien als een technische beperking die gelijkenissen rechtvaardigt. Als uw product dezelfde algemene indruk wekt als een geregistreerd model, pleegt u inbreuk, zelfs als die kenmerken “in de mode” zijn.
Conclusie
Het arrest Deity Shoes is een overwinning voor de pragmatische ontwerper en de retailsector. Het bevestigt dat modelrecht er in België is om investeringen te beschermen, niet enkel creatieve hoogstandjes. Tegelijkertijd waarschuwt het Hof dat het excuus van “modetrends” niet gebruikt kan worden om een gebrek aan onderscheidend vermogen te maskeren.


