Wie als fotograaf of journalist meent dat zijn auteursrechten worden geschonden door een online publicatie, staat voor een aanzienlijke bewijslast. Het loutere feit dat u een foto heeft genomen, volstaat niet voor auteursrechtelijke bescherming; u moet specifiek aantonen welke vrije en creatieve keuzes de foto origineel maken en bewijzen dat u nog steeds over de relevante exploitatierechten beschikt. In een arrest van het hof van beroep te Gent van 16 maart 2026 werd een vordering tot schadevergoeding integraal afgewezen omdat de eiser niet voldeed aan deze zogenaamde stelplicht.
👉 transparantiedisclaimer: ons kantoor stond de Universiteit Gent bij in deze zaak.
De feiten
Een fotojournalist had in het verleden 18 foto’s geleverd aan een educatieve uitgeverij (Uitgeverij De Boeck). Deze beelden werden gebruikt ter illustratie in twee papieren werkpakketten (de zogenaamde CLIM-methodiek) die in 2006 en 2007 werden uitgegeven.
Jaren later, in 2016, plaatste de universiteit Gent die deze methodiek mee had ontwikkeld, digitale scans van de volledige werkpakketten kosteloos online op haar website. De fotograaf stelde dat hij aan de uitgeverij destijds enkel een eenmalig reproductierecht voor papieren werkboeken had verleend en zeker geen toelating voor online publicatie. Hij vorderde wegens inbreuken op zijn auteursrecht een materiële en morele schadevergoeding van ruim 94.000 euro van de universiteit.
De beslissing van het hof
Het hof van beroep te Gent oordeelde in het nadeel van de fotograaf en wees de vordering integraal af.
De stelplicht: waarom een ‘journalistieke foto’ niet automatisch beschermd is
Een belangrijk punt in dit arrest is de bevestiging van de stelplicht van de auteur. Het hof benadrukt dat voor auteursrechtelijke bescherming twee elementen cumulatief aanwezig moeten zijn:
- Het voorwerp moet een eigen intellectuele schepping zijn.
- De auteur moet aantonen dat het werk zijn persoonlijkheid weerspiegelt via vrije en creatieve keuzes bij de totstandkoming ervan.
De fotograaf voerde aan dat hij een specifieke techniek hanteerde, de zogenaamde ‘V-hoek’, en benadrukte de maatschappelijke waarde van zijn werk. Het hof oordeelde echter dat:
- Het gebruik van een fotografische techniek op zich geen blijk geeft van originaliteit.
- Auteursrecht geen ideeën, gedachten of de journalistieke boodschap beschermt, maar enkel de concrete uitdrukkingsvorm.
- De eiser per foto had moeten verduidelijken welke keuzes hij maakte in de voorbereidende fase (enscenering, belichting), bij het nemen van de foto (invalshoek, instellingen) of bij de nabewerking.
Omdat de fotograaf dit naliet, werd geoordeeld dat de 18 foto’s niet aan de originaliteitsvoorwaarde voldeden.
De overdracht van rechten: het gevaar van ontbrekende contracten
Zelfs indien de foto’s origineel zouden zijn, stootte de vordering op een tweede probleem: de bewijslast van de titulariteit.
Hoewel de naam van de fotograaf in het colofon van de mappen stond, bevatte datzelfde colofon een voorbehoud dat alle rechten bij de uitgever berustten. Volgens het hof creëert dit een feitelijk vermoeden dat de vermogensrechten (de exploitatierechten) waren overgedragen aan de uitgever.
De fotograaf beweerde dat zijn licentie beperkt was tot de papieren versie, maar kon geen schriftelijk contract voorleggen om dit te staven. Het hof paste hier de regels van het Burgerlijk Wetboek toe:
- Wie een ander aanspreekt, moet de feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen.
- Wanneer een partij weigert mee te werken aan de bewijsvoering (door bijvoorbeeld contracten niet te tonen), kan de rechter hieruit nadelige gevolgen trekken.
Het hof besloot dat het waarschijnlijk was dat de toegekende rechten ook de digitale verspreiding van de gescande mappen omvatten.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak raakt aan de kern van het auteursrecht, specifiek omtrent de oorspronkelijkheidsvereiste en de regels van het bewijsrecht bij de overdracht van vermogensrechten.
De oorspronkelijkheidsvereiste (originaliteit)
Conform de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (o.a. de arresten Cofemel en Painer), is een foto pas auteursrechtelijk beschermd wanneer het een eigen intellectuele schepping is die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt, tot uiting komend door “vrije en creatieve keuzes”. Ideeën of bepaalde technieken (zoals een specifieke camerahoek) zijn op zichzelf niet beschermd. De eiser moet concreet duiden welke specifieke keuzes hij maakte in de voorbereidingsfase (enscenering, belichting), bij de opname (camera-instelling, sfeer) of in de bewerkingsfase. Doet de eiser dit niet, dan schendt hij zijn stelplicht (conform artikel 870 Ger.W. en art. 8.4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en kan de rechter de bescherming afwijzen.
Bewijsrecht inzake overdracht van rechten aan derden
Wanneer men contracteert met een auteur, eist artikel XI.167 van het Wetboek Economisch Recht (WER) een strikt, schriftelijk bewijs van de overdracht. Deze zaak toont echter een belangrijke nuance: de universiteit was een derde ten aanzien van het contract tussen de fotograaf en de uitgeverij. Voor een derde gelden de soepelere bewijsregels van artikel 8.14 BW. De universiteit kon zich beroepen op ‘feitelijke vermoedens’ om de overdracht aan de uitgeverij aannemelijk te maken. Omdat de fotograaf weigerde mee te werken aan de bewijsvoering (door de licentiecontracten achter te houden), leidde de rechter hieruit een negatief feitelijk vermoeden af in het nadeel van de fotograaf, conform de medewerkingsplicht uit art. 8.6 lid 1 BW.
Wat dit concreet betekent
- Voor fotografen en andere creatieve beroepen: Een factuur met de vage vermelding “voor publicatie” is een risico. Zorg dat uw algemene voorwaarden of licentiecontracten kristalhelder afbakenen voor welke media (print, online, social media), voor welk territorium en voor hoelang de rechten worden afgestaan. Documenteer daarnaast uw creatieve proces, zodat u de originaliteit (vrije en creatieve keuzes) van uw werk kan onderbouwen bij een eventueel geschil.
- Voor uitgeverijen, onderwijsinstellingen en bedrijven: Bij het digitaliseren van oude papieren archieven moet u waakzaam zijn. Controleer de colofons en de oorspronkelijke contracten met freelancers. Kunt u aantonen dat de oorspronkelijke uitgever alle rechten verwierf (bijvoorbeeld via een ‘alle rechten voorbehouden’-clausule in het boekwerk), dan staat u sterker tegenover laattijdige claims, zeker als de eiser weigert de initiële afspraken transparant te maken.
Veelgestelde vragen
Zijn alle foto’s automatisch beschermd door het auteursrecht?
Nee, een foto is pas beschermd als deze ‘oorspronkelijk’ is. Dit betekent dat u als maker moet kunnen aantonen dat u vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt (zoals belichting, invalshoek, bewerking of enscenering) die uw persoonlijkheid weerspiegelen.
Kan een specifieke techniek, zoals een bepaalde camerahoek, auteursrechtelijk beschermd worden?
Nee, het louter toepassen van een bekende of algemene fotografische techniek geeft op zichzelf geen blijk van originaliteit. Het auteursrecht beschermt immers geen ideeën of technieken, maar enkel de concrete, originele uitdrukkingsvorm die daaraan is gegeven.
Kan iemand zomaar boeken met mijn foto’s online plaatsen?
Dit hangt af van de afspraken met de oorspronkelijke uitgever. Als u uw rechten volledig heeft overgedragen of een ruime licentie heeft verleend aan de uitgever, en de universiteit heeft toestemming van die uitgever (of de wet laat het toe), dan kan dit rechtmatig zijn.
Wat als ik geen schriftelijk contract heb van mijn foto-opdracht?
Tussen professionelen kan het bewijs van een overdracht met alle middelen van recht worden geleverd, inclusief feitelijke vermoedens zoals vermeldingen in een colofon of jarenlang stilzwijgen. Het ontbreken van een geschrift werkt vaak in het nadeel van de partij die de beperking van de rechten moet bewijzen.
Conclusie
Een succesvolle claim wegens auteursrechtinbreuk vereist in België meer dan enkel het aantonen dat u de maker bent van een beeld. U draagt de strikte bewijslast om zowel de vereiste originaliteit van het werk als de concrete draagwijdte van de licentieovereenkomsten hard te maken. Zonder heldere schriftelijke contracten loopt u het risico dat rechters teruggrijpen naar feitelijke vermoedens die in uw nadeel uitvallen.



