Een nationale antidopingorganisatie mag de naam van een betrapte sporter, zijn sanctie en de reden ervan op internet publiceren, maar niet grenzeloos. Dat is de kern van het arrest van het Hof van Justitie van 14 juli 2026 (zaak C-474/24). Zulke publicaties vallen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR), en de organisatie moet buiten de wettelijk vastgelegde uitzonderingen per geval kunnen afwegen of de publicatie wel evenredig is, zeker wat de reikwijdte en de duur betreft. Voor Belgische verwerkingsverantwoordelijken die met een publicatieplicht zitten, is dat een belangrijk signaal.
De feiten
Vier Oostenrijkse sporters (in de procedure AR, YT, DI en RN) kregen na een antidopingprocedure een sanctie opgelegd, gaande van een schorsing voor bepaalde duur tot een levenslang verbod om aan wedstrijden deel te nemen. Die sancties werden uitgesproken door de Oostenrijkse antidopingrechtscommissie (ÖADR) of, in beroep, door de onafhankelijke arbitragecommissie (USK).
Op grond van de Oostenrijkse antidopingwet publiceerde het nationale antidopingagentschap (NADA Austria) die sancties op zijn website in tabelvorm: naam, sportdiscipline, gepleegde overtreding, sanctie en begin- en einddatum. De ÖADR deed hetzelfde in persberichten, met daarbij soms de naam van de verboden stof.
De sporters vroegen om verwijdering van hun naam en discipline. Toen dat werd geweigerd, dienden zij een klacht in bij de Oostenrijkse gegevensbeschermingsautoriteit en stapten uiteindelijk naar de federale bestuursrechter, die zeven prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie stelde.
De beslissing
Het Hof beantwoordde vijf inhoudelijke vragen. We overlopen ze hieronder kort, elk met wat het hof precies heeft geoordeeld.
Valt dit onder de AVG?
Ja. De uitzondering van art. 2, lid 2, onder a) van de AVG, voor activiteiten buiten het toepassingsgebied van het Unierecht, moet eng worden uitgelegd. Ze slaat enkel op verwerkingen in het kader van de nationale veiligheid of daarmee gelijk te stellen activiteiten. De strijd tegen doping hoort daar niet bij. Dat die materie tot de bevoegdheid van de lidstaten behoort en dat sport geen economische activiteit hoeft te zijn, verandert daar volgens het Hof niets aan. Het Hof leunde daarvoor sterk op zijn eerdere arrest Latvijas Republikas Saeima (Strafpunten) (HvJ 22 juni 2021, C-439/19).
Is dit een gezondheidsgegeven?
In beginsel niet. De loutere informatie dat iemand een antidopingregel schond en daarvoor geschorst is, is op zich geen gegeven over gezondheid in de zin van art. 9 AVG. Dat wordt volgens het Hof anders zodra de publicatie de naam of de categorie van de verboden stof of methode vermeldt en die vermelding, samen met andere gegevens, rechtstreeks of onrechtstreeks iets over de gezondheidstoestand van de sporter kan onthullen. Het Hof bevestigt zo zijn ruime uitleg van het begrip gezondheidsgegeven uit onder meer Lindqvist en Lindenapotheke. Of dat hier het geval is, moet de nationale rechter uitmaken.
Mag de wet zo’n publicatieplicht opleggen?
Ja, mits een uitweg voor het individuele geval. Art. 5, lid 1, onder a) en c) en art. 6, lid 3 AVG verzetten zich niet tegen een nationale regeling die antidopingorganisaties verplicht om naam, duur en reden van de schorsing online te publiceren, met uitzonderingen voor amateursporters, bijzonder kwetsbare personen en klokkenluiders. Voorwaarde is wel dat de regeling toelaat dat de verwerkingsverantwoordelijke, buiten die uitzonderingen en vóór de publicatie, een individuele belangenafweging maakt om te garanderen dat de publicatie AVG-conform gebeurt.
Het Hof aanvaardt dat de publicatie een doel van algemeen belang dient (afschrikking en het voorkomen dat het samenwerkingsverbod met een geschorste sporter wordt omzeild) en daartoe geschikt en in beginsel noodzakelijk is. Toch waarschuwt het Hof uitdrukkelijk dat een naamsvermelding op internet een ernstige inmenging vormt in het recht op privéleven en gegevensbescherming: ze kan leiden tot maatschappelijke afkeuring en stigmatisering, is toegankelijk voor een in beginsel onbeperkt publiek en kan blijven circuleren nadat ze is verwijderd. Een publicatie die langer duurt dan de sanctie, of die doorloopt tot een leeftijd waarop de sporter niet langer actief kan zijn, is volgens het Hof in beginsel onevenredig.
Gaat het om strafrechtelijke gegevens?
Nee. Art. 10 AVG, dat een verhoogde bescherming biedt voor gegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten, is hier niet van toepassing. Antidopinginbreuken en -sancties richten zich enkel op een bepaalde groep, de sporters, en strekken ertoe de naleving van gedragsregels binnen die groep te verzekeren, zoals tuchtsancties dat doen. Dat onderscheidt deze zaak van Latvijas Republikas Saeima, waar de strafpunten op een algemeen toepasselijke regeling steunden.
Kan iemand klagen vóór de publicatie?
Deels. Een klacht op grond van art. 77 AVG kan ontvankelijk zijn nog voordat de verwerking heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat er concrete aanwijzingen zijn dat de publicatie imminent is of in de nabije toekomst zal gebeuren, en dat ze niet louter hypothetisch is. Het Hof kende de toezichthouder daarmee een preventieve rol toe.
Juridische analyse en duiding
Het scharnier zit in de individuele afweging, niet in de publicatieplicht zelf
De meest praktische uitspraak van het Hof is niet dat publiceren mag, maar de voorwaarde die eraan vasthangt. De Oostenrijkse wetgever had de afweging al gemaakt op het niveau van de wet: hij bepaalde wat er wordt gepubliceerd en voor wie een uitzondering geldt. Het Hof zegt nu dat die abstracte afweging vooraf niet in alle gevallen volstaat.
Waar dat het geval is, moet de organisatie die de gegevens publiceert zelf nog een afweging maken vóór ze online gaat. Anders gezegd: een wettelijke publicatieplicht ontslaat de verwerkingsverantwoordelijke niet van zijn eigen verantwoordingsplicht onder art. 5, lid 2 AVG. Dat is een belangrijke nuance, want ze verplaatst een deel van de beoordeling van de wetgever naar de organisatie die de knop indrukt. Wie werkt met een wettelijk verplichte publicatie, kan zich dus niet zonder meer achter de wet verschuilen.
Hetzelfde feit, een verschillend antwoord: het Hof volgt de advocaat-generaal niet over art. 10
Op één punt week het Hof af van zijn advocaat-generaal, en dat verdient aandacht. Advocaat-generaal Spielmann had in zijn conclusie van 25 september 2025 geoordeeld dat art. 10 AVG wél van toepassing kán zijn. Hij redeneerde via de zogenaamde Engel-criteria (de toets uit de rechtspraak van het EHRM om te bepalen of een sanctie strafrechtelijk van aard is) en vond dat een levenslange schorsing zo zwaar weegt dat ze in haar gevolgen op een strafsanctie lijkt.
Het Hof koos een andere weg. Het legde het gewicht niet op de zwaarte van de sanctie, maar op de doelgroep van de regeling: omdat de regels enkel sporters viseren en de naleving van groepsgebonden gedragsregels beogen, blijven het tuchtsancties en geen strafrechtelijke sancties. Voor wie de spanning tussen beide benaderingen wil zien: de advocaat-generaal keek naar wat de sanctie de betrokkene aandoet, het Hof naar wie ze treft. Dat is geen detail. De redenering van het Hof is ruimer bruikbaar en houdt art. 10 AVG weg van zowat elk tuchtregime, ook al kan een tuchtsanctie een carrière beëindigen.
Een gezondheidsgegeven dat afhangt van wie meeleest
De tussenpositie die het Hof inneemt over art. 9 AVG is juridisch elegant maar in de praktijk lastig. De naam van de sporter plus zijn sanctie is geen gezondheidsgegeven; voeg je de verboden stof toe, dan kan het er een worden. Het Hof herhaalt zijn vaste lijn dat een gegeven al onder art. 9 valt zodra het, door een redenering van vergelijking of afleiding, iets over de gezondheid kan prijsgeven. De naam van een stof alleen volstaat doorgaans niet, maar in combinatie met andere gegevens kan hij dat wel, bijvoorbeeld wanneer de sporter de stof om een gezondheidsreden gebruikte.
Het gevolg is dat de kwalificatie niet vastligt in de gegevens zelf, maar afhangt van wat een lezer eruit kan afleiden. Dat maakt de beoordeling contextafhankelijk en dus onzeker. Een organisatie die de stofnaam publiceert, neemt daarmee het risico dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, plots gevoelige gegevens verwerkt en een uitzondering uit art. 9, lid 2 AVG nodig heeft. De les die de organisatie hieruit haalt is eenvoudig: de stofnaam weglaten neemt het probleem grotendeels weg.
Wat betekent dit concreet?
Voor organisaties met een wettelijke publicatieplicht. Een wet die u verplicht om persoonsgegevens te publiceren, is geen vrijgeleide. Zorg dat u naast de wettelijke uitzonderingen een interne procedure hebt om vóór publicatie een individuele afweging te maken, en documenteer die. Weeg minstens de ernst van de inbreuk, de bekendheid van de betrokkene, de reikwijdte (moet dit echt voor de hele wereld toegankelijk zijn, of volstaat een gerichtere kennisgeving?) en de duur (publiceer niet langer dan de sanctie loopt). De advocaat-generaal opperde daarbij pseudonimisering of een beperktere kring van bestemmelingen als minder ingrijpende alternatieven.
Voor betrokkenen die willen ingrijpen vóór publicatie. U hoeft niet te wachten tot uw gegevens online staan. Zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een publicatie imminent is, kunt u een klacht indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, mits die publicatie niet louter hypothetisch is. Let wel op de juiste grondslag: een verzoek tot wissing (art. 17 AVG) veronderstelt dat er al iets gepubliceerd is. Wilt u een publicatie tegenhouden, dan mikt u beter op een preventieve vordering of op een verzoek tot beperking, zoals de advocaat-generaal aanstipte, dan op een wissingsverzoek dat te vroeg komt.
Voor externe DPO’s en adviseurs. Deze uitspraak is breder dan sport. Elke sector waar een wettelijke of reglementaire bekendmaking van sancties of namen speelt (denk aan tuchtregimes, beroepsregisters of publicaties van toezichthouders) kan met dezelfde vraag te maken krijgen. Het Hof bevestigt dat de verantwoordingsplicht van de verwerkingsverantwoordelijke blijft doorwerken, ook binnen een wettelijk kader. Bouw die afwegingsstap standaard in.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Mag een sportbond of tuchtinstantie de naam van een betrapte sporter online publiceren?
Ja, als er een wettelijke of reglementaire basis voor is en de publicatie een legitiem doel dient, zoals afschrikking en het voorkomen dat het samenwerkingsverbod wordt omzeild. Maar de organisatie moet buiten de vastgelegde uitzonderingen per geval nagaan of de publicatie evenredig is, vooral wat de reikwijdte en de duur betreft. Publiceren zonder enige individuele afweging kan strijdig zijn met de AVG.
Is de vermelding van een verboden dopingstof een gezondheidsgegeven onder de AVG?
Niet automatisch. De naam van de sporter en zijn sanctie zijn op zich geen gezondheidsgegeven. Vermeldt de publicatie ook de verboden stof, en kan die vermelding samen met andere informatie iets over de gezondheidstoestand onthullen, dan kan het wel om een gezondheidsgegeven gaan, met de strengere regels van art. 9 AVG tot gevolg.
Kan ik een AVG-klacht indienen voordat mijn gegevens gepubliceerd zijn?
Dat kan, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de klacht concrete aanwijzingen zijn dat de publicatie imminent is of binnenkort zal gebeuren, en dat ze niet louter hypothetisch is. Een klacht die specifiek op het recht op wissing steunt, veronderstelt echter dat er al gepubliceerd is; om een publicatie tegen te houden kiest u beter een andere grondslag.
Conclusie
Het Hof van Justitie bevestigt dat de publieke bekendmaking van de namen van gedopeerde sporters onder de AVG valt en in beginsel kan, maar bindt ze aan een individuele evenredigheidstoets vóór de publicatie, keert zich af van art. 10 AVG voor tuchtregimes en houdt de deur op een kier voor gezondheidsgegevens zodra de verboden stof wordt genoemd. De rode draad is dat een wettelijke publicatieplicht de verwerkingsverantwoordelijke niet ontslaat van zijn eigen afweging.



