Een rechtszaak die niet dient om een recht af te dwingen maar om een tegenstander het zwijgen op te leggen, heet een SLAPP. De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, oordeelde op 4 juni 2026 dat zo’n procedure ook vandaag al bestraft kan worden — niet via de nog niet omgezette Europese SLAPP-Richtlijn, maar via het bestaande Belgische recht inzake tergend en roekeloos geding. De eiser, een vermogend man die een vzw en haar bestuurder voor 200.000 euro (na een dreiging met 1,2 miljoen euro) had gedagvaard, kreeg een schadevergoeding, een verhoogde rechtsplegingsvergoeding én een geldboete aan zijn broek.
De feiten
Een gepensioneerd ondernemer, woonachtig in het buitenland en nog aandeelhouder in diverse vennootschappen, dagvaardde een bestuurder en twee vzw’s. Die vzw’s verenigen investeerders die zich gedupeerd voelen door vastgoedconstructies op basis van erfpacht, ondersteunen hun gerechtelijke procedures en dienden een petitie in bij de Kamer met de vraag om zakelijke gebruiksrechten bij investeringsvastgoed aan consumenten te verbieden.
De eiser meende dat de websites van de vzw’s en de petitie zijn goede naam en zijn vermogensrechtelijke belangen schaadden. Hij vorderde de verwijdering van persartikelen waarin zijn naam voorkwam, de intrekking van de petitie en een provisionele schadevergoeding van 200.000 euro, met aanstelling van een gerechtsdeskundige. De verweerders stelden dat de procedure niets meer was dan een intimidatieprocedure en vorderden op hun beurt schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.
De beslissing
De rechtbank wees de hoofdvordering af als ongegrond. De gewraakte passage op de websites was al vóór de dagvaarding aangepast en verwees hoogstens naar de bestuurders die de familienaam dragen — niet naar de eiser zelf, die geen enkel bestuursmandaat meer bekleedt. In de petitie werd hij niet eens vermeld. De rechtbank stelde vast dat geen enkel bewijs van reputatie- of vermogensschade voorlag en dat de geviseerde handelingen onder de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting van de verweerders vielen.
Vervolgens kwalificeerde de rechtbank de procedure uitdrukkelijk als een SLAPP. Toch wees zij de verwijzing naar de SLAPP-Richtlijn af: die was nog niet omgezet, heeft geen horizontale werking tussen burgers onderling, en haar toepassingsgebied is bovendien beperkt tot grensoverschrijdende geschillen — waarvan hier geen sprake was, nu alle aanknopingspunten in België lagen.
De redding kwam uit het interne recht. Een SLAPP is volgens de rechtbank per definitie een veruitwendiging van een tergend en roekeloos geding (art. 780bis Ger.W.). De eiser wist of behoorde te weten dat zijn vordering geen schijn van kans maakte, maar hield er bijna anderhalf jaar aan vast. De rechtbank kende elk van de drie verweerders 2.500 euro schadevergoeding toe, legde een geldboete van 1.500 euro op (art. 780bis Ger.W.) en kende de maximale rechtsplegingsvergoeding toe wegens het kennelijk onredelijk karakter van de situatie (art. 1022, derde lid Ger.W.). De gevorderde “afschrikwekkende vergoeding” van 1,2 miljoen euro, het preventief verbod op toekomstige procedures en het publicatiegebod wees zij af: daarvoor bestaat geen rechtsgrond in het huidige recht.
Juridische analyse en duiding
SLAPP-kwalificatie zonder SLAPP-wet: het interne recht als vangnet
Het juridisch interessante is niet dat de procedure een SLAPP is, maar dat de rechtbank tot bestraffing komt zonder de richtlijn toe te passen. De redenering verloopt in twee stappen. Eerst de afsluiting van de Europese weg: een richtlijn waarvan de omzettingstermijn is verstreken maar die nog niet is omgezet, kan enkel verticaal worden ingeroepen — door een burger tegen de overheid. Tussen burgers onderling heeft zij geen rechtstreekse werking. Dat is vaste rechtspraak sinds de arresten Marshall en Faccini Dori. Nu geen van de partijen een overheid is, en het geschil bovendien zuiver intern Belgisch is, biedt de richtlijn geen soelaas.
Dan de opening van de interne weg: de rechtbank stelt SLAPP gelijk aan tergend en roekeloos geding. Die gelijkstelling laat zich verdedigen, omdat het Belgische recht ook vóór de richtlijn al beschikte over instrumenten tegen procesmisbruik — art. 780bis Ger.W. is daar de evidente uitdrukking van. De rechtbank vult die instrumenten richtlijn-bewust in, zonder de richtlijn als rechtsgrond te gebruiken. Dat is een subtiel maar belangrijk onderscheid: het is geen richtlijnconforme interpretatie die de richtlijn binnensluipt langs de achterdeur, maar een autonome toepassing van art. 780bis Ger.W. waarbij het SLAPP-begrip als feitelijke beschrijving dient.
De grens van de rechterlijke macht: geen private straf en geen preventief procesverbod
Waar de rechtbank haar grens trekt, is even leerrijk als de bestraffing zelf. De gevorderde “afschrikwekkende vergoeding” van 1,2 miljoen euro wijst zij af omdat zoiets neerkomt op een private straf, die geen plaats heeft in de burgerlijke rechtspleging. Art. 15 van de richtlijn legt aan de lidstaten op om doeltreffende sancties te voorzien, maar het komt niet aan een procespartij toe die zelf te eisen zolang de wetgever ze niet heeft ingevoerd. Hier respecteert de rechtbank de scheiding der machten: zij weigert uitdrukkelijk om vooruit te lopen op een wetswijziging die nog geen kracht van wet heeft.
Datzelfde geldt voor het gevraagde verbod om in de toekomst nog SLAPP-procedures te starten. De rechtbank kwalificeert dit terecht als een blanco cheque die de toegang tot de rechter en de vrije meningsuiting van de tegenpartij zou uithollen. Niemand kan preventief de toegang tot de bodemrechter worden ontzegd op grond van wat hij ooit zou kunnen vorderen. Die overweging verdient bijval: het recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM) geldt ook voor wie het eerder heeft misbruikt.
De kostendiscussie: waarom de advocatenkosten forfaitair blijven
Een onderbelicht maar praktisch cruciaal punt is de behandeling van de advocatenkosten. De verweerders wilden hun integrale erelonen verhalen als schade. De rechtbank wijst dit af op grond van art. 1022, zesde lid Ger.W.: erelonen kunnen geen onderdeel van de schade zijn en worden enkel forfaitair vergoed via de rechtsplegingsvergoeding, zelfs bij procesmisbruik. Enkel andere schade — morele schade, tijds- en middelenverlies — kan in cumul worden toegekend. Dat verklaart waarom de toegekende bedragen (3 × 2.500 euro) bescheiden ogen tegenover de inzet van het geschil.
Hier toont het vonnis precies de leemte die de omzettingswet beoogt te dichten. Het aangenomen wetsontwerp — door het parlement aangenomen op 21 mei 2026, maar op datum van het vonnis nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad — voorziet in een wijziging van art. 1022 Ger.W. die wél toelaat de integrale advocatenkosten te verhalen bij kennelijk onrechtmatige procesvoering, en verhoogt de geldboete van art. 780bis Ger.W. tot 25.000 euro. De Belgische omzetting kiest er bovendien voor de waarborgen óók op zuiver nationale geschillen toe te passen, en niet enkel op grensoverschrijdende zaken zoals de richtlijn minimaal vereist. Was die wet al in voege geweest, dan had de uitkomst voor de verweerders er financieel heel anders uitgezien.
Wat betekent dit concreet?
Voor wie betrokken is bij publiek debat (journalisten, vzw’s, actievoerders, klokkenluiders). Wie geconfronteerd wordt met een buitensporige schadeclaim die kennelijk dient om hem te ontmoedigen, hoeft niet te wachten op de SLAPP-wet. De figuur van het tergend en roekeloos geding (art. 780bis Ger.W.) en de verhoogde rechtsplegingsvergoeding (art. 1022, derde lid Ger.W.) bieden nu al bescherming. Belangrijk: stel in conclusies uitdrukkelijk dat de procedure een SLAPP is, met verwijzing naar de indicatoren uit art. 4 van de richtlijn (wanverhouding tussen claim en bewijs, dreiging met excessieve bedragen, parallelle procedures). Ook al is de richtlijn niet rechtstreeks toepasselijk, zij levert een bruikbaar feitelijk toetsingskader. Verwacht echter geen volledige terugbetaling van uw advocaat: dat blijft tot de nieuwe wet in voege treedt forfaitair geplafonneerd.
Voor wie overweegt een reputatie- of schadeclaim in te stellen. Een dreiging met een astronomisch bedrag dat vervolgens “beperkt” wordt tot een lager gevorderd bedrag, is een rode vlag die zich tegen u keert. De rechtbank leest zo’n discrepantie als een intimidatie-indicator. Wie een vordering instelt zonder bewijs van fout én schade, riskeert niet enkel afwijzing, maar ook een eigen veroordeling tot schadevergoeding, de maximale rechtsplegingsvergoeding en een geldboete. Onderbouw een aansprakelijkheidsvordering met concrete, becijferde stukken vóór u dagvaardt.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is een SLAPP precies?
Een SLAPP (Strategic Lawsuit Against Public Participation) is een gerechtelijke procedure die niet wordt gevoerd om werkelijk een recht af te dwingen, maar vooral om iemand die deelneemt aan het publieke debat te intimideren, het zwijgen op te leggen of financieel uit te putten. Typische slachtoffers zijn journalisten, ngo’s, activisten en academici.
Kan een Belgische rechter een SLAPP bestraffen nu de Europese richtlijn nog niet is omgezet?
Ja. De rechtbank kan een SLAPP gelijkstellen met een tergend en roekeloos geding (art. 780bis Ger.W.) en op die grond schadevergoeding, een verhoogde rechtsplegingsvergoeding en een geldboete toekennen. De niet-omgezette SLAPP-Richtlijn zelf kan niet rechtstreeks worden ingeroepen tussen burgers onderling, maar de bestaande interne rechtsgronden volstaan.
Kan ik mijn volledige advocatenkosten terugvorderen als ik een SLAPP-procedure win?
Onder het huidige recht niet: advocatenerelonen worden forfaitair vergoed via de rechtsplegingsvergoeding en kunnen niet als schade worden verhaald, zelfs bij procesmisbruik. De aangenomen omzettingswet voorziet hierin wel een uitzondering, maar die treedt pas in werking na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Conclusie
Dit vonnis toont dat het Belgische recht een SLAPP ook vandaag al kan bestraffen, ondanks de vertraagde omzetting van de Europese richtlijn — zij het met de beperkingen die het huidige recht oplegt, met name op het vlak van advocatenkosten en afschrikwekkende sancties. Tegelijk bewaakt de rechtbank zorgvuldig de scheiding der machten en het recht op toegang tot de rechter, zelfs voor wie dat recht heeft misbruikt.



