Wanneer een commerciële partner de royalty’s voor een merklicentie niet betaalt, is een juridische procedure vaak onvermijdelijk. Een cruciale vraag dient zich dan aan: welke rechtbank is bevoegd om over dit geschil te oordelen? Een vonnis van de Franstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel van 10 april 2025 bevestigt dat voor een louter contractueel geschil, zelfs als het een Uniemerk betreft, de contractueel gekozen rechtbank voorrang heeft op de gespecialiseerde merkenrechtbank.
De feiten: een conflict over een cosmeticamerk
De zaak draaide om GGD SRL, de vennootschap van een bekende influencer en houdster van het Uniemerk “MARTINE”. GGD had een licentieovereenkomst gesloten met Azurtis Digital SA, een partner die zou instaan voor de commercialisering, logistiek en financiële aspecten van de cosmeticaproducten. In ruil voor de licentie om het merk te gebruiken, betaalde Azurtis Digital royalty’s.
In de overeenkomst stond een forumkeuzebeding, dat bepaalde dat alle geschillen exclusief voorgelegd moesten worden aan de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant.
Nadat de samenwerking werd stopgezet, liet Azurtis Digital een factuur voor de royalty’s onbetaald. GGD dagvaardde haar partner voor de Franstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel, in de overtuiging dat dit de correcte rechtbank was voor een geschil over een Uniemerk. Azurtis Digital wierp onmiddellijk de onbevoegdheid van de Brusselse rechtbank op, verwijzend naar de contractuele afspraak.
De beslissing: contractuele afspraak gaat voor
GGD argumenteerde dat de Ondernemingsrechtbank Brussel exclusief bevoegd is voor geschillen over Uniemerken.
De rechtbank was het daar niet mee eens. In haar vonnis stelde ze dat de exclusieve bevoegdheid van gespecialiseerde merkenrechtbanken strikt beperkt is tot de materies die limitatief zijn opgesomd in de Europese wetgeving. Concreet gaat het volgens artikel 124 van de Uniemerkenverordening (nr. 2017/1001) om:
- Vorderingen inzake namaak of inbreuk op het merk.
- Vorderingen tot vaststelling dat er geen inbreuk is.
- Tegenvorderingen tot nietigverklaring of vervallenverklaring van het merk.
Een vordering tot betaling van achterstallige royalty’s is volgens de rechtbank een zuiver contractueel geschil. Het draait om de correcte uitvoering van een overeenkomst, niet om de geldigheid of de beschermingsomvang van het intellectueel eigendomsrecht zelf.
Omdat de vordering niet onder de speciale regels viel, oordeelde de rechtbank dat de contractuele afspraak tussen de partijen gerespecteerd moest worden. De Brusselse rechtbank verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door naar de Ondernemingsrechtbank van Waals-Brabant, zoals in het contract was bepaald.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak illustreert het juridische onderscheid tussen het intellectuele eigendomsrecht zelf en de contractuele verbintenissen die eruit kunnen voortvloeien. De de kern van de redenering is dat de centralisatie van merkenzaken een specifiek doel dient: complexe, technische discussies over namaak en geldigheid overlaten aan gespecialiseerde rechters. Een dispuut over een onbetaalde factuur vergt deze specifieke expertise niet en valt daarom buiten dat toepassingsgebied.
Omdat de bijzondere bevoegdheidsregels in deze zaak simpelweg niet van toepassing zijn, krijgt een ander basisprincipe van ons recht volle uitwerking: de wilsautonomie. Dit beginsel houdt in dat de afspraken die partijen vrijwillig maken in een contract, hen tot wet strekken.
Het is overigens belangrijk om het onderscheid te kennen dat in het Gerechtelijk Wetboek wordt gemaakt:
- Voor vorderingen inzake namaak of geldigheid van een Uniemerk is, conform artikel 633quinquies, §1, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek, enkel de Ondernemingsrechtbank te Brussel bevoegd.
- Voor gelijkaardige vorderingen over een Benelux-merk zijn, volgens het tweede lid van datzelfde artikel, de vijf ondernemingsrechtbanken in de zetels van de hoven van beroep bevoegd (Antwerpen, Bergen, Brussel, Gent en Luik).
Wat dit concreet betekent
- Voor de merkhouder (licentiegever): Denk goed na over het forumkeuzebeding bij het opstellen van een licentiecontract. Standaard uitgaan van de “merkenrechtbank” in Brussel is een vergissing. Als uw licentienemer niet betaalt, zal u de procedure moeten starten voor de rechtbank die in uw eigen contract is bepaald. Een strategisch gekozen forum kan u tijd en geld besparen.
- Voor de licentienemer: Deze uitspraak beschermt u. Het forumkeuzebeding is een krachtig instrument om te vermijden dat u voor een rechtbank aan de andere kant van het land wordt gedaagd voor een betwisting van een factuur. U kunt met succes de onbevoegdheid opwerpen als de tegenpartij de contractuele afspraken negeert.
- Strategisch advies: Zorg er altijd voor dat uw licentieovereenkomsten een duidelijke en ondubbelzinnige clausule bevatten over zowel het toepasselijk recht als de bevoegde rechtbank. Dit vermijdt dure en tijdrovende procedures over procedurekwesties, nog voor de grond van de zaak wordt besproken.
FAQ (Veelgestelde vragen)
Is een forumkeuzebeding in een licentiecontract altijd geldig?
Ja, voor contractuele geschillen zoals een dispuut over de betaling van royalty’s. Als het geschil echter zou gaan over de geldigheid van het merk of een vordering wegens namaak, dan primeren de wettelijke regels van exclusieve bevoegdheid en is het contractuele beding niet van toepassing.
Welke rechtbank is in België speciaal bevoegd voor merkkwesties?
Dat hangt af van het type merk. Voor vorderingen rond de geldigheid en namaak van een Uniemerk is enkel de Ondernemingsrechtbank te Brussel bevoegd. Voor een Benelux-merk zijn dit de vijf ondernemingsrechtbanken in de zetels van de hoven van beroep (Antwerpen, Bergen, Brussel, Gent en Luik).
Wat als mijn licentiecontract geen forumkeuzebeding bevat?
Indien er niets is afgesproken, gelden de algemene regels uit het Gerechtelijk Wetboek. Dit betekent dat de procedure meestal gevoerd moet worden voor de rechtbank van de woonplaats of maatschappelijke zetel van de verweerder (de partij die gedagvaard wordt).
Conclusie
De aard van het geschil is doorslaggevend voor het bepalen van de bevoegde rechtbank. Dit vonnis benadrukt dat voor zuiver contractuele discussies, zoals de inning van onbetaalde royalty’s, de contractvrijheid en de gemaakte afspraken de bovenhand hebben. Het toont nogmaals aan dat een zorgvuldig opgesteld contract essentieel is om juridische verrassingen te vermijden.



