Mag u twee octrooien hebben voor dezelfde uitvinding?

In België wel, althans op papier: de Dienst voor de Intellectuele Eigendom verleent octrooien zonder onderzoek ten gronde, dus niets belet dat dezelfde aanvrager twee octrooien voor dezelfde uitvinding verkrijgt. Beide octrooien afdwingen is een ander verhaal. Dat is de kernconclusie van het rapport dat de Belgische groep van AIPPI, de internationale vereniging voor de bescherming van de intellectuele eigendom, schreef over dubbele octrooiering en afsplitsingsaanvragen (rapporteurs A. Bouten en C. Dumont) met het oog op het wereldcongres in oktober 2026. Wij zetten de krachtlijnen op een rij.

Waarom het Belgische octrooibureau geen dubbele octrooien tegenhoudt

Het Belgische octrooirecht werkt in de praktijk als een registratiesysteem. De Dienst voor de Intellectuele Eigendom controleert de formele vereisten en laat een nieuwheidsonderzoek uitvoeren, maar weigert een aanvraag niet omdat de uitvinding niet nieuw of niet inventief zou zijn. Wie tweemaal dezelfde uitvinding deponeert, krijgt dus tweemaal een octrooi.

De wetgever heeft dat nooit met een algemeen verbod gecorrigeerd. Geen enkele bepaling van het Wetboek van economisch recht (WER) zegt dat dezelfde aanvrager maar één octrooi per uitvinding mag hebben. De vraag komt pas bij de rechter terecht, na de verlening, wanneer een concurrent de geldigheid van een van beide octrooien aanvecht of wanneer de houder ze allebei wil inroepen.

De enige wettelijke rem: het Belgische octrooi wijkt voor het Europese

Eén situatie heeft de wetgever wel geregeld: de samenloop van een Belgisch octrooi met een Europees octrooi. Volgens artikel XI.86 WER houdt een Belgisch octrooi op gevolgen te hebben zodra drie voorwaarden vervuld zijn. Dezelfde uitvinder of zijn rechtverkrijgende verkrijgt een Europees octrooi, dat octrooi dekt dezelfde uitvinding en hetzelfde grondgebied, en beide delen dezelfde indieningsdatum of, bij een beroep op voorrang, dezelfde voorrangsdatum.

Het tijdstip ligt vast. Zonder oppositie tegen het Europese octrooi verliest het Belgische octrooi zijn gevolgen bij het verstrijken van de oppositietermijn; bij oppositie gebeurt dat op de dag waarop de procedure eindigt met behoud van het Europese octrooi. De Dienst voor de Intellectuele Eigendom maakt die beoordeling niet zelf. Alleen de ondernemingsrechtbank te Brussel kan vaststellen of het Belgische octrooi geheel of gedeeltelijk zijn gevolgen heeft verloren.

Het vonnis dat een verbod tot algemeen rechtsbeginsel verhief

Op 28 september 2021 ging de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel een stap verder. De rechtbank oordeelde dat aan dezelfde aanvrager geen twee octrooien voor één uitvinding kunnen worden verleend, niet op grond van een wetsbepaling, maar als algemeen rechtsbeginsel. Zij haalde haar inspiratie bij de rechtspraak van de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau, in het bijzonder de beslissing G 4/19.

Het vonnis kreeg kritiek in de rechtsleer. Opvallend: de conclusies van de twee octrooien in dat dossier waren niet strikt identiek, de bewoordingen verschilden. Wat “dezelfde aanvrager” en “één uitvinding” precies betekenen, laat het vonnis open. De Belgische AIPPI-groep houdt het erop dat een verbod in elk geval de situatie dekt waarin de beschermingsomvang van beide octrooien strikt identiek is; alles wat “wezenlijk gelijk” heet, opent volgens de groep de deur naar rechtsonzekerheid.

Hoe het Europees Octrooibureau identieke aanvragen weigert

Voor Europese octrooien ligt de zaak anders. In de beslissing G 4/19 van 22 juni 2021 bevestigde de Grote Kamer van Beroep dat een Europese octrooiaanvraag kan worden geweigerd op grond van de artikelen 97, lid 2, en 125 van het Europees Octrooiverdrag (EOV) wanneer zij hetzelfde voorwerp claimt als een Europees octrooi dat al aan dezelfde aanvrager is verleend en niet tot de stand van de techniek behoort. De richtlijnen voor het onderzoek van het Europees Octrooibureau nemen dat verbod uitdrukkelijk over.

De reikwijdte blijft evenwel beperkt. Het verbod belet de verlening van een tweede octrooi voor dezelfde uitvinding, niet het bezit van twee al verleende octrooien. En “hetzelfde voorwerp” wordt in de commentaren strikt gelezen: het gaat om identieke conclusies, niet om twee octrooien die dezelfde uitvinding met andere woorden claimen (J. Mazurelle, EPI Information maart 2023, 23). Een klein verschil in formulering volstaat in de praktijk dus om aan het verbod te ontsnappen. Vandaar dat een auteur het verbod een papieren tijger noemde.

Afsplitsingsaanvragen: soepel, maar tot de dag van verlening

Een afsplitsingsaanvraag (divisional) haalt een deel van een lopende octrooiaanvraag eruit en zet dat voort als zelfstandige aanvraag, met behoud van de oorspronkelijke indieningsdatum. Verplicht wordt dat wanneer de aanvraag het beginsel van eenheid van uitvinding schendt (art. XI.19, § 1 WER): meer dan één uitvinding, of meerdere uitvindingen zonder algemene uitvindingsgedachte, dwingt tot beperken of splitsen.

De Belgische regels zijn soepel. Volgens artikel 18, § 1 van het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien kan een afsplitsing worden ingediend tot de datum van verlening van de hangende moederaanvraag. Er geldt geen limiet op het aantal afsplitsingen, en cascades zijn toegelaten: een afsplitsing kan zelf als basis dienen voor een volgende afsplitsing (art. 19, § 2 van hetzelfde besluit). Meer dan de identificatie van het nummer van de moederaanvraag vraagt de procedure niet; een verantwoording van de splitsing is niet vereist. Voor het Europees Octrooibureau geldt dezelfde logica: indienen kan zolang de eerdere aanvraag hangende is, dat wil zeggen tot de dag vóór de publicatie van de vermelding van de verlening.

Waar de divisional game misbruik wordt

Die soepelheid heeft een keerzijde. Op 31 oktober 2024 legde de Europese Commissie farmabedrijf Teva een boete van 462,6 miljoen euro op in de zaak AT.40588 rond het MS-geneesmiddel Copaxone. Het basisoctrooi verstreek in 2015. Teva diende daarna gespreid afsplitsingsaanvragen in rond het productieproces en het doseerschema, vorderde op basis daarvan voorlopige maatregelen tegen generieke concurrenten, en trok de octrooien strategisch weer in zodra een vernietiging dreigde. Zo vermeed het bedrijf een precedent dat de rest van de octrooifamilie zou doen sneuvelen, terwijl concurrenten telkens opnieuw een procedure moesten opstarten.

De Belgische AIPPI-groep trekt daaruit een dubbele les. Het indienen van afsplitsingen is op zich nooit misbruik; de beoordeling hoort thuis in het mededingingsrecht, met de concrete omstandigheden van het dossier als maatstaf. Maar het Belgische recht heeft wel een eigen instrument klaarliggen: het verbod van rechtsmisbruik, sinds 1 januari 2023 verankerd in artikel 1.10 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Wie zijn recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen van de normale uitoefening door een voorzichtig en redelijk persoon te buiten gaat, misbruikt zijn recht.

In de rechtsleer is al gesuggereerd dat de Belgische rechtspraak die weg kan inslaan . Een deel van de AIPPI-groep ziet in het rechtsmisbruikverbod van artikel 1.10 BW de grondslag om naar Belgisch recht een equivalent van de Engelse Arrow declaration te aanvaarden: een negatieve verklaring van recht die een vermeende inbreukmaker rechtszekerheid geeft tegenover een cascade van afsplitsingen. Belgische rechters hebben die stap nog niet gezet. De groep wijst wel op het pijnpunt van elke remedie achteraf: wanneer de rechter het misbruik vaststelt, is de markttoetreding van de concurrent al vertraagd en rest enkel een moeilijk te bewijzen schadeclaim.

Wat betekent dit concreet?

Voor octrooihouders. Twee octrooien voor dezelfde uitvinding verkrijgen kan in België, en dat kan zelfs nuttig zijn, bijvoorbeeld wanneer één octrooi in pand is gegeven en het andere vrij blijft voor licenties. Houd wel artikel XI.86 WER in het oog: wie naast zijn Belgisch octrooi een Europees octrooi voor dezelfde uitvinding valideert, ziet het Belgische octrooi zijn gevolgen verliezen. En wie een portefeuille van afsplitsingen actief inzet in procedures, doet er goed aan de grens van het rechtsmisbruik vooraf te laten toetsen door een advocaat octrooirecht.

Voor concurrenten en generieke spelers. Een cascade van afsplitsingen is geen onneembare muur. De beslissing Teva Copaxone toont dat het mededingingsrecht ingrijpt wanneer indienen en intrekken een afschermingsstrategie wordt, en artikel 1.10 BW biedt een Belgische grondslag om tegen zulk gedrag op te komen. Documenteer de chronologie van indieningen, intrekkingen en procedures: precies dat patroon droeg de boete van 462,6 miljoen euro.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Vervalt mijn Belgisch octrooi automatisch wanneer ik een Europees octrooi krijg?
Niet automatisch in de zin dat een register wordt aangepast. Artikel XI.86 WER bepaalt dat het Belgische octrooi ophoudt gevolgen te hebben zodra dezelfde uitvinder of zijn rechtverkrijgende een Europees octrooi verkrijgt voor dezelfde uitvinding en hetzelfde grondgebied, met dezelfde indienings- of voorrangsdatum. Alleen de ondernemingsrechtbank te Brussel kan vaststellen dat die voorwaarden vervuld zijn en of het verval het octrooi geheel dan wel gedeeltelijk treft.

Hoeveel afsplitsingsaanvragen mag ik indienen?
Er geldt geen limiet, noch in België, noch voor het Europees Octrooibureau. De enige harde grens is de tijd: de moederaanvraag moet nog hangende zijn. In België betekent dat indienen vóór de datum van verlening van de moederaanvraag; bij het Europees Octrooibureau tot de dag vóór de publicatie van de vermelding van de verlening. Een afsplitsing kan bovendien zelf de basis vormen voor een volgende afsplitsing.

Conclusie

Het Belgische recht kent geen algemeen verbod van dubbele octrooiering. De enige wettelijke regel, artikel XI.86 WER, regelt de samenloop tussen een Belgisch en een Europees octrooi, en het vonnis dat in 2021 een ruimer verbod als algemeen rechtsbeginsel poneerde, blijft betwist. Afsplitsingsaanvragen zijn in België ruim toegelaten, zonder limiet en in cascade, maar wie ze inzet als afschermingswapen botst op het mededingingsrecht en op het rechtsmisbruikverbod van artikel 1.10 BW. Voor octrooistrategieën in België is de vraag dus zelden of het mag, maar hoe ver het mag gaan.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics