Bij audiovisuele werken (zoals films) of muziek is er vaak sprake van meerdere auteurs. Maar wat gebeurt er als er inbreuk wordt gepleegd en u wilt optreden, maar u kunt de andere rechthebbenden of hun erfgenamen niet vinden? In het arrest Chabrol (C-182/24) van 18 december 2025 schept het Europees Hof van Justitie duidelijkheid. Het korte antwoord: nationale procedureregels mogen eisen dat alle auteurs gezamenlijk optreden, tenzij dit het voor u praktisch onmogelijk maakt om uw rechten af te dwingen. In dat geval gaat het recht op toegang tot de rechter voor.
De feiten en context
De zaak draait om de nalatenschap van de beroemde Franse regisseur Claude Chabrol en scenarioschrijver Paul Gégauff. Tussen 1967 en 1974 maakten zij samen veertien films. De erfgenamen van beide heren stelden vast dat deze films werden geëxploiteerd door diverse distributiebedrijven zonder dat daar (volgens hen) correcte vergoedingen tegenover stonden of contracten werden nageleefd.
Toen de erfgenamen naar de rechtbank stapten, wierpen de distributeurs een procedurele drempel op. Zij beriepen zich op het Franse recht (artikel L. 113-3 van de Code de la propriété intellectuelle), dat stelt dat co-auteurs van een collaboratief werk hun rechten “in gemeenschappelijk overleg” moeten uitoefenen. De verdediging stelde dat de vordering onontvankelijk was omdat niet alle co-auteurs (of hun erfgenamen) partij waren in het geding.
Dit creëerde een patstelling. De eisers hadden weliswaar diverse andere rechthebbenden opgespoord en in de procedure betrokken, maar door de ouderdom van de films en het grote aantal betrokkenen was het onmogelijk om iedere erfgenaam van elke medewerker (dialogisten, componisten, etc.) te identificeren en te betrekken. De Franse rechter vroeg daarop aan het Europees Hof of een dergelijke nationale regel, die een rechtszaak effectief blokkeert, in strijd is met het Europees recht.
Het arrest van het Europees Hof van Justitie
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) moest oordelen of strikte nationale procedureregels de handhaving van auteursrechten mogen verlammen.
De kernpunten van de beslissing luiden als volgt:
- Nationale autonomie: Het Hof bevestigt in eerste instantie dat EU-richtlijnen (zoals Richtlijn 2004/48 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten) geen specifieke regels bevatten over hoe co-auteurs gezamenlijk moeten optreden. Lidstaten hebben dus “procesautonomie” om dit zelf te regelen.
- De grens van autonomie: Deze autonomie is echter niet absoluut. Nationale procedures mogen niet “onnodig ingewikkeld of duur” zijn.
- Doeltreffendheidsbeginsel: Het Hof oordeelt dat een regel die vereist dat alle co-auteurs worden betrokken, niet in strijd is met het EU-recht, op voorwaarde dat dit de uitoefening van rechten niet “uiterst moeilijk of onmogelijk” maakt.
- Impact van het Handvest: Wanneer het onmogelijk blijkt om alle erfgenamen te vinden, schendt een strikte toepassing van de nationale regel het fundamentele recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU).
De conclusie van het Hof is helder: als de eiser redelijke inspanningen heeft geleverd maar niet alle mede-eigenaars kan vinden, moet de rechter de eis toch ontvankelijk verklaren.
Juridische analyse en duiding
Het arrest Chabrol dwingt ons tot een hernieuwde blik op de procedurele obstakels binnen het Belgisch auteursrecht, specifiek met betrekking tot werken van samenwerking. Hoewel het arrest in eerste instantie de Franse procedureregels toetst, heeft het ook impact op de bepalingen van het Belgisch Wetboek van Economisch Recht (WER).
Voor werken van samenwerking geldt in België een regime van onverdeeldheid. Artikel XI.168 WER stelt als principe dat medeauteurs hun rechten gezamenlijk moeten uitoefenen. Dit heeft tot gevolg dat geen enkele auteur het werk afzonderlijk mag exploiteren zonder instemming van de anderen.
De wetgever heeft echter voorzien in ventielen om een totale blokkering te voorkomen:
- Contractuele vrijheid: Auteurs kunnen bij overeenkomst afwijken van de gezamenlijke uitoefening.
- Rechterlijke tussenkomst: Bij onenigheid kan de rechtbank beslissen. De rechter beschikt hierbij over een ruime appreciatiebevoegdheid en kan zelfs de publicatie toestaan ondanks het verzet van een co-auteur, eventueel mits financiële compensatie of anonimisering van de weigerende partij.
In het kader van de (procedurele) handhaving moet evenwel een onderscheid gemaakt worden tussen een vordering tot schadevergoeding en een vordering tot staking:
- Vordering tot schadevergoeding: Het Belgisch recht is hier reeds soepel. Artikel XI.168, tweede lid WER bepaalt expliciet dat iedere medeauteur alleen kan optreden wegens inbreuk op het auteursrecht om zijn deel van de schadevergoeding te eisen. Hiervoor is de aanwezigheid van andere co-auteurs in het geding niet vereist.
- Vordering tot staking (verbod): Omdat een stakingsbevel (bv. een verbod op de vertoning van een film) het gehele werk raakt en niet splitsbaar is, werd in de rechtspraak soms aangenomen dat alle medeauteurs betrokken moesten worden. Dit kan leiden tot situaties waarbij één onvindbare erfgenaam de facto immuniteit verleende aan een inbreukmaker.
Het Hof van Justitie oordeelt nu dat een nationale procedureregel die de deelname van alle co-auteurs eist, niet in strijd is met het Unierecht, mits deze regel het uitoefenen van rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk maakt.
Concreet betekent dit voor de Belgische rechtspraktijk:
- Toetsing aan art. 47 Handvest: De rechter moet nagaan of de eis dat alle co-auteurs als eiser in een procedure moeten aanwezig zijn geen disproportionele drempel opwerpt.
- Uitzondering bij overmacht: Wanneer een co-auteur ondanks “belangrijke inspanningen” niet geïdentificeerd of gelokaliseerd kan worden , mag de rechter de vordering van de actieve auteur niet onontvankelijk verklaren.
- Verschuiving van bewijslast: De eisende partij zal moeten aantonen dat zij al het mogelijke heeft gedaan om de onverdeeldheid samen te brengen. Slaagt zij daarin, dan moet de weg naar de rechter openliggen, zelfs voor een stakingsvordering die het hele werk raakt.
Let wel : bij audiovisuele werken (zoals in de zaak Chabrol) is de situatie vaak nog complexer door het grote aantal medewerkers. Artikel XI.179 WER wijst de hoofdregisseur, de scenrioschrijver, de bewerker, de tekstschrijver, de componist en (bij animatie) de tekenaar aan als wettelijk vermoede auteurs. Daarnaast geldt in België een weerlegbaar vermoeden van overdracht van exploitatierechten aan de producent (Art. XI.182 WER). Conflicten ontstaan echter vaak bij audiovisuele werken – zoals in casu – die dateren van vóór de huidige wetgeving van 2015, en waarbij contracten onduidelijk zijn, of wanneer de producent failliet gaat en rechten versnipperd raken. In die gevallen vallen de rechten vaak terug in de onverdeeldheid van de auteurs, waardoor de regels van Art. XI.168 en de correctie van Chabrol onverkort van toepassing worden.
Wat betekent dit concreet voor u?
Bent u betrokken bij een werk van samenwerking? Dit zijn de gevolgen:
- Voor exploitatie (licenties geven): U heeft nog steeds een akkoord nodig van alle co-auteurs. U kunt niet in uw eentje beslissen om het werk te licentieren of over te dragen aan een derde partij. Is er onenigheid? Dan moet u naar de rechtbank om een machtiging te vragen.
- Bij inbreuk (derden plegen inbreuk op uw auteursrecht U kunt individueel naar de rechter stappen om schadevergoeding te vragen voor uw deel.
- Bij procedurele blokkering: Is een co-auteur spoorloos (bijvoorbeeld geëmigreerd zonder adres achter te laten) en wilt u een inbreuk laten stoppen? U moet aantonen dat u “aanzienlijke inspanningen” heeft geleverd om hen te vinden. Als u dat bewijst, mag de rechter u de toegang tot de procedure niet weigeren op basis van de afwezigheid van die co-auteur.
FAQ: Veelgestelde Vragen
Geldt dit arrest ook voor Belgische rechtszaken?
Ja. Het Hof van Justitie interpreteert het EU-recht, dat voorrang heeft op nationale wetgeving. Belgische rechters zijn verplicht hun procedureregels zo te interpreteren dat ze in overeenstemming zijn met dit arrest (conform interpretatie) of, indien nodig, de strikte nationale regel buiten toepassing te laten.
Mag ik mijn bijdrage aan een gezamenlijk werk apart exploiteren?
Dat hangt ervan af of het werk deelbaar is. Als uw bijdrage (bv. tekst) gescheiden kan worden van de rest (bv. muziek), mag u deze apart exploiteren, zolang dit de exploitatie van het gemeenschappelijke werk niet schaadt (art. XI.179 WER). Is het werk onscheidbaar (een “werk van samenwerking”), dan heeft u toestemming nodig van de andere auteurs.
Wie wordt beschouwd als co-auteur bij een film of video?
De wet wijst specifieke personen aan als vermoedelijke auteurs: de hoofdregisseur, de scenarist, de auteur van de dialogen, en de componist van speciaal voor het werk geschreven muziek (en bij animatie ook de grafisch ontwerper). Andere medewerkers (zoals cameramensen of decorontwerpers) moeten bewijzen dat hun inbreng creatief en bepalend was om als co-auteur erkend te worden.
Kan ik alleen een rechtszaak starten als de andere co-auteurs het er niet mee eens zijn?
Ja, maar met een belangrijk onderscheid. Voor het eisen van (schade)vergoeding mag u altijd alleen optreden. Wilt u echter de exploitatie laten verbieden (staking) en weigert een andere co-auteur expliciet zijn medewerking? Dan moet u de rechtbank eerst vragen om deze onenigheid te beslechten, aangezien u in principe gezamenlijk moet beslissen over het beheer van het werk.
Moet ik de opbrengst van mijn rechtszaak delen met de andere auteurs?
Nee. De wet bepaalt dat u enkel voor “uw deel” schadevergoeding kunt eisen. De rechter zal uw schadevergoeding berekenen volgens uw aandeel in het werk. De andere auteurs krijgen niets, tenzij zij zich vrijwillig bij de zaak aansluiten.
Wat als we niet weten wie de andere erfgenamen zijn?
Vroeger kon dit een rechtszaak blokkeren, zeker als u een verbod op de exploitatie wilde eisen. Dankzij het arrest Chabrol is dit opgelost: als u kunt aantonen dat u tevergeefs ernstige inspanningen heeft geleverd om de erfgenamen te vinden, mag de rechter uw vordering niet afwijzen enkel omdat u alleen bent. Voor het vorderen van een schadevergoeding werd dit in de Belgische rechtspraktijk sowieso al aanvaard.
Conclusie
Het auteursrecht in onverdeeldheid kan leiden tot complexe situaties, zeker wanneer relaties verwateren of erfgenamen in beeld komen. Het Hof van Justitie bevestigt dat het rechtssysteem flexibel moet zijn: formele regels mogen de bescherming van uw intellectuele eigendom niet onmogelijk maken. Voor de Belgische rechtpraktijk heeft dit tot gevolg dat individuele acties door mede-auteurs beter mogelijk zullen zijn.



