Mag u straatkunst of gebouwen in de openbare ruimte gebruiken in uw reclamecampagnes?

Veel ondernemingen gebruiken stedelijke landschappen als decor voor hun marketingmateriaal, maar dit roept vaak vragen op over het auteursrecht van zichtbare kunstwerken of gebouwen. In Bekgië mag u werken die permanent in de openbare ruimte staan, zoals straatkunst of gebouwen, reproduceren en meedelen ook voor commerciële doeleinden. Dit valt onder de zogenaamde ‘panoramavrijheid’, op voorwaarde dat u het werk afbeeldt zoals het zich daar bevindt, het niet digitaal manipuleert en de zogenaamde ‘driestappentoets’ doorstaat.

De feiten en juridische context

In een recent geschil voor de rechtbank van eerste aanleg te Luik, afdeling Luik stond de reikwijdte van deze uitzondering centraal. Een beeldend kunstenaar (‘David Bruce’), bekend om zijn muurschilderingen (fresco’s), daagde het automerk Seat en een reclamebureau voor de rechter.

De aanleiding was tweeledig:

  • De internationale campagne: Hierin werd een foto gebruikt van een voertuig Seat Ibiza met op de achtergrond de muurschildering van de kunstenaar. De fresco was zichtbaar zoals deze in het straatbeeld verscheen, zonder wijzigingen.
  • De Belgische campagne: Voor een specifieke promotie werd de foto digitaal bewerkt. De ‘smileys’ in het kunstwerk werden aangepast om de prijs (“9 €”) weer te geven.

De kunstenaar claimde een schending van zijn auteursrechten (zowel vermogensrechten als morele rechten) en eiste een schadevergoeding en een stakingsbevel. De verdediging beriep zich voor de ongewijzigde foto op de panorama-uitzondering (art. XI.190, §2/1° Wetboek van Economisch Recht of WER).

De beslissing en de regelgeving

De voorzitter van de rechtbank oordeelde in een vonnis van 16 december 2025 in het voordeel van de adverteerders wat betreft de internationale, ongewijzigde campagne. De rechtbank bevestigde dat deze toepassing voldeed aan de wettelijke voorwaarden van de panorama-uitzondering.

Volgens artikel XI.190, §2/1° WER kan een auteur zich niet verzetten tegen de reproductie en mededeling van werken van beeldende, grafische of bouwkundige kunst, indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan:

  1. Het werk is gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst.
  2. De reproductie of mededeling gebeurt van het werk zoals het zich aldaar bevindt.

De rechtbank stelde vast dat de muurschildering permanent zichtbaar is vanaf de openbare weg. Cruciaal was het oordeel dat de foto het werk toonde in zijn “natuurlijke habitat” als onderdeel van het stedelijk decor. Omdat de foto het werk niet isoleerde of kunstmatig reconstrueerde, bleef de reproductie trouw aan de werkelijkheid.

Wat betreft de bewerkte foto (waarin de smileys werden aangepast), erkende de verdediging zelf dat dit niet onder de uitzondering viel, aangezien het werk werd gewijzigd. De vordering van de kunstenaar werd echter alsnog afgewezen op basis van het ontbreken van een risico op herhaling, aangezien de campagne reeds was stopgezet.

Juridische analyse en strategisch advies

Deze uitspraak biedt essentiële inzichten voor marketingbureaus, fotografen en ondernemingen.

1. De ‘driestappentoets’

Het volstaat niet dat een gebruik louter aan de definitie van de panorama-uitzondering voldoet. De rechter moet, zoals bevestigd in het vonnis en de rechtsleer, altijd een extra controle uitvoeren: de zogenaamde driestappentoets (of three-step test) (zie artikel XI.192/3 WER). Deze toets fungeert als een vangnet voor de auteur.

De rechter paste deze toets toe om te oordelen of de reclamecampagne toelaatbaar was. Of die toepassing overtuigt, is betwist. Het Hof van Justitie eist immers een strikte interpretatie van uitzonderingen op het auteursrecht, en de muurschildering werd hier niet toevallig in beeld gebracht maar zichtbaar gekozen als esthetisch blikvanger voor de autoreclame.

  • Is er sprake van een bijzonder geval? Ja, de reproductie van een werk dat permanent in de openbare ruimte is geplaatst, is een specifiek wettelijk omschreven uitzondering.
  • Wordt de normale exploitatie van het werk niet in het gedrang gebracht? De rechter oordeelde dat de muurschildering onlosmakelijk verbonden is met de straatmuur en niet bedoeld is voor autonome commerciële exploitatie (zoals de verkoop van posters van het werk zelf). Het loutere feit dat het werk zichtbaar is op de achtergrond van een reclamefoto voor een auto, berooft de kunstenaar niet van zijn eigen inkomstenbronnen.
  • Worden de wettige belangen van de auteur niet onredelijk geschaad? Dit is vaak het struikelblok. De kunstenaar voerde aan dat hij niet geassocieerd wilde worden met het automerk. De rechter stelde echter dat de driestappentoets niet dient om “louter ongemak” te beschermen. Er was geen sprake van schade aan de reputatie van het werk, noch werd het vervormd of in een denigrerende context geplaatst. De associatie was puur documentair, niet symbolisch.

Deze redenering botst enigszins met de bedoeling van de Belgische wetgever, die de panoramavrijheid in eerste instantie wilde voorbehouden voor het individu dat foto’s neemt in de publieke ruimte, niet voor commerciële reclamecampagnes.

2. De vereiste van ‘permanent in openbare plaatsen’

De uitzondering geldt enkel voor werken die gemaakt zijn om permanent in de openbare ruimte te blijven. Denk aan standbeelden, gebouwen en permanente graffiti. Tijdelijke installaties, zoals reclameaffiches of tijdelijke tentoonstellingen (“wrapping” van gebouwen), vallen hier doorgaans buiten. De locatie moet een “openbare plaats” zijn, zoals straten, pleinen en parken, maar niet noodzakelijk het interieur van musea of gebouwen.

Het permanente karakter van een muurschildering is bovendien niet evident: een fresco is per definitie onderhevig aan externe omstandigheden zoals vandalisme, weersinvloeden of verwijdering door de eigenaar van de muur. Het Hof van Beroep te Parijs weigerde in een arrest van 5 juli 2023 de Franse panoramavrijheid voor een street-artwerk net omwille van dat aleatoire karakter.

3. Integriteit van het werk: “zoals het zich aldaar bevindt”

Dit is het grootste struikelblok in de praktijk. De wetgever eist dat het werk wordt weergegeven in zijn context.

  • Toegestaan: Een auto fotograferen voor een graffiti-muur waarbij de muur fungeert als decor. In- en uitzoomen (kadreren) is toegestaan, zolang het werk niet uit zijn context wordt gelicht.
  • Niet toegestaan: Het werk digitaal manipuleren (zoals in de Belgische campagne in het vonnis), de kleuren veranderen, of het werk “uitknippen” om het op een witte achtergrond of in een andere setting te plaatsen. Een dergelijke manipulatie tast de morele rechten van de auteur aan.

Specifiek voor de Belgische campagne (waarin de smileys werden vervangen door “9 €”) waren er twee zelfstandige inbreukgronden onder art. XI.165, § 2 WER: schending van het integriteitsrecht (digitale wijziging van het werk) en schending van het paterniteitsrecht (geen vermelding van de naam van de kunstenaar). Deze morele rechten staan los van de panoramavrijheid: zelfs wanneer de patrimoniale uitzondering zou gelden, blijven de morele rechten beschermd. Dat de rechtbank deze gronden niet inhoudelijk heeft beoordeeld maar de vordering volledig op het ontbreken van herhalingsgevaar heeft afgewezen, is bekritiseerd.

4. Commercieel gebruik: toegelaten

De Belgische wettekst sluit commercieel gebruik niet expliciet uit, in tegenstelling tot de Franse wetgeving (art. L.122-5, 11° CPI). Dit vonnis aanvaardt dan ook dat u, mits aan de voorwaarden is voldaan, een foto van een openbaar kunstwerk in een commerciële context mag gebruiken — in een folder, op een website of in een advertentie.

5. Het herhalingsgevaar: een tweede betwiste pijler

Naast de panoramavrijheid steunde de rechtbank haar afwijzing op een tweede grond: het ontbreken van een objectief herhalingsrisico. Deze beoordeling is minstens even omstreden.

Volgens vaste cassatierechtspraak (Cass. 25 juni 2015) kan een stakingsbevel slechts worden geweigerd indien het risico op herhaling van de onrechtmatige handeling — of van de praktijk die eraan ten grondslag ligt — objectief is uitgesloten. De rechtspraak hanteert dit criterium streng: omstandigheden die afhangen van de wil van de verweerder (vrijwillige stopzetting, eenzijdige verbintenissen, het verstreken zijn van een marketingcyclus) volstaan in beginsel niet.

De rechter oordeelde hier echter dat de combinatie van marketingcyclus, vervangen campagnes en afwezigheid van actuele commerciële wil neerkwam op een ‘structurele onmogelijkheid tot herhaling’. Nochtans behoren deze elementen tot de commerciële rationaliteit van de verweerder, niet tot een materiële onmogelijkheid. Een nieuwe campagne met dezelfde mural blijft technisch perfect mogelijk — art. XI.165 WER dekt elke reproductie, “op welke wijze en in welke vorm dan ook”. Bovendien onderscheidt het Hof van Cassatie de concrete handeling van de onderliggende praktijk (Cass. 17 juni 2005): het stopzetten van één campagne sluit toekomstige gelijkaardige campagnes niet uit.

Advies voor de praktijk:

Best practice: Hoewel het vonnis commercieel gebruik aanvaardt, blijft het juridisch veiligst om voorafgaande toestemming te vragen aan de kunstenaar wanneer een werk doelbewust wordt geselecteerd voor zijn esthetische waarde in een reclamecampagne.

Voor adverteerders: U mag de openbare ruimte als gratis decor gebruiken, maar respecteer de realiteit. Vermijd Photoshop-aanpassingen aan de kunstwerken zelf. Zorg dat het kunstwerk fungeert als achtergrond en niet als het hoofdobject van uw verkoop (bijvoorbeeld: verkoop geen posters van enkel het kunstwerk).

Voor auteurs: Door uw werk permanent in het straatbeeld te plaatsen, aanvaardt u een beperking van uw exclusieve rechten. U behoudt echter uw morele rechten: men mag uw werk niet verminken of in een context plaatsen die uw eer of reputatie schaadt.

FAQ: Veelgestelde Vragen

Mag ik een foto van het Atomium commercieel gebruiken?
Ja, sinds de invoering van de panoramavrijheid in 2016 mag u foto’s van het Atomium (en andere permanente gebouwen) verspreiden, ook commercieel, zolang het gebouw is afgebeeld zoals het zich in de openbare ruimte bevindt.

Mag ik straatkunst digitaal aanpassen voor mijn campagne?
Nee. De uitzondering geldt enkel voor het werk “zoals het zich aldaar bevindt”. Het digitaal wijzigen van het werk (bijvoorbeeld kleuren aanpassen of tekst toevoegen op het kunstwerk) valt niet onder de uitzondering en vereist toestemming van de kunstenaar.

Geldt deze regel ook voor tijdelijke kunstinstallaties?
Nee, de wet vereist dat het werk gemaakt is om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst. Tijdelijke tentoonstellingen of evenementen vallen doorgaans niet onder deze uitzondering.

Conclusie

Dit vonnis geeft op het eerste gezicht ruime creatieve vrijheid aan fotografen en adverteerders, op voorwaarde dat de integriteit van het straatbeeld wordt gerespecteerd. Het sleutelwoord blijft authenticiteit: toon het werk zoals het is, waar het is — elke digitale manipulatie of decontextualisatie leidt richting een auteursrechtelijke inbreuk. De uitspraak is in elk geval bekritiseerbaar op het vlak van de toepassing van de panoramavrijheid als de beoordeling van het herhalingsgevaar, en de morele rechten van de auteur (paterniteit, integriteit) blijven sowieso intact. Voor adverteerders die straatkunst doelbewust kiezen voor haar esthetische waarde in een commerciële campagne, blijft voorafgaande toestemming de veiligste piste.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics