Maakt een onduidelijk contractbeding een overeenkomst met de bank automatisch onrechtmatig?

Wanneer u als consument uw relatie met een bank beëindigt, mag de bank dan onverwachte transferkosten aanrekenen als de algemene voorwaarden onduidelijk zijn? Het Hof van Cassatie oordeelde in een arrest van 29 januari 2026 dat een gebrek aan transparantie in een contractbeding niet automatisch betekent dat dit beding onrechtmatig en dus nietig is. De rechter moet steeds een stap verder gaan en onderzoeken of deze onduidelijkheid daadwerkelijk een “kennelijk onevenwicht” schept tussen de rechten en plichten van de bank en de consument.

De feiten

De zaak draait om een geschil tussen een consument en BNP Paribas Fortis.

  • De consument had in 2017 een rekeningovereenkomst gesloten met de bank voor een effectenrekening.
  • In 2022 besloot de consument deze effectenrekening op te zeggen en de effecten te laten overdragen naar een andere bank.
  • De bank rekende hiervoor een transferkost aan van 150 euro per effectenlijn, wat neerkwam op een totaalbedrag van 2.100 euro.
  • De consument weigerde dit te betalen, met het argument dat de beëindiging van de bankrelatie niet afhankelijk mocht worden gesteld van deze kosten.
  • In afwachting van betaling oefende de bank een retentierecht uit op de effecten.

Het hof van beroep te Antwerpen gaf de consument aanvankelijk gelijk. Het hof oordeelde dat een normaal geïnformeerde consument onmogelijk de link kon leggen tussen het artikel dat kosteloze opzegging garandeerde en de afzonderlijke artikelen (en de tarievenlijst) die bepaalden dat de transfer van effecten als een betalende ‘dienst’ werd beschouwd. Omdat de bedingen de transparantieverplichting schonden, verklaarde het hof van beroep ze direct nietig.

De beslissing van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie heeft dit arrest van het hof van beroep echter vernietigd. Het Hof baseert zich hiervoor op de bepalingen uit het Wetboek van Economisch Recht (WER).

  • Volgens artikel VI.84, § 1, WER is elk onrechtmatig beding verboden en nietig.
  • Een onrechtmatig beding wordt in artikel I.8, 22°, WER gedefinieerd als een beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, in het nadeel van de consument.
  • Artikel VI.82 WER stelt dat men voor de beoordeling van dit onrechtmatige karakter rekening moet houden met alle omstandigheden, inclusief de duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding (artikel VI.37 WER).

Het Hof van Cassatie oordeelt duidelijk: het transparante karakter van een beding is slechts één van de elementen waarmee de rechter rekening moet houden. Het onderzoek naar de onrechtmatigheid moet een algehele beoordeling zijn. Het hof van beroep had de bedingen nietig verklaard louter op basis van het gebrek aan transparantie, zonder daadwerkelijk te onderzoeken of er in de concrete omstandigheden sprake was van een kennelijk onevenwicht. Dat was een juridische fout.

Juridische analyse en duiding

De beslissing van het Hof van Cassatie raakt aan de kern van het Europese en Belgische consumentenrecht, in het bijzonder de wisselwerking tussen de transparantievereiste enerzijds en de materiële toetsing van het onrechtmatig karakter anderzijds. Het arrest biedt een strikte en dogmatisch zuivere lezing van Boek VI van het WER en de onderliggende Europese Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen.

Uit het arrest kunnen we de volgende juridische principes destilleren:

  • De strikte scheiding tussen transparantie en onrechtmatigheid: Artikel 5 van Richtlijn 93/13/EEG (omgezet in art. VI.37, §1 WER) eist dat bedingen in consumentencontracten duidelijk en begrijpelijk zijn. Dit is een formele transparantievereiste. De vraag of een beding daadwerkelijk ‘onrechtmatig’ (of in Europese termen ‘oneerlijk’) is, wordt echter geregeld door artikel I.8, 22° WER (gebaseerd op art. 3, lid 1 van de Richtlijn). Een beding is pas onrechtmatig als het “een kennelijk onevenwicht” schept tussen de rechten en plichten van de partijen, ten nadele van de consument. Dit zijn twee te onderscheiden concepten.
  • Geen juridisch automatisme: Het Hof van Cassatie bevestigt uitdrukkelijk dat een gebrek aan transparantie niet automatisch leidt tot de onrechtmatigheid en de daaropvolgende nietigheid van het beding. Het gebrek aan duidelijkheid is weliswaar een belangrijk beoordelingselement (conform art. VI.82, tweede lid WER), maar de feitenrechter is nog steeds verplicht om in concreto te onderzoeken of die onduidelijkheid daadwerkelijk leidt tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht. De evenwichtstoets mag niet worden overgeslagen.
  • Behoud van de contra proferentem-regel: Het arrest beschermt tevens de logica achter de specifieke sanctie voor onduidelijke bedingen. Artikel VI.37, § 2 WER bepaalt dat in geval van twijfel over de betekenis van een beding, de voor de consument gunstigste interpretatie prevaleert. Indien elke onduidelijkheid onmiddellijk en automatisch zou leiden tot absolute nietigheid wegens ‘onrechtmatigheid’, zou deze interpretatieregel elke bestaansreden verliezen.

Met dit arrest zet het Hof van Cassatie de bakens uit voor lagere rechtscolleges. Hoewel het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de laatste jaren de lat voor precontractuele en contractuele transparantie bijzonder hoog legt (onder meer in arresten zoals BNP Paribas Personal Finance en Occidental), delegeert het HvJ de finale beoordeling van het “kennelijk onevenwicht” steevast naar de nationale rechter. Het Belgische Hof van Cassatie oordeelt hier volkomen richtlijnconform: de rechter mag het gebrek aan transparantie bestraffen, maar uitsluitend nadat is vastgesteld dat dit gebrek de consument in een disproportioneel nadelige positie plaatst ten opzichte van de onderneming.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor zowel consumenten als financiële instellingen:

  • Voor de consument: U kunt niet zomaar onder een kost of vergoeding uitkomen door enkel te beweren dat de algemene voorwaarden onduidelijk of complex zijn (wat bij banken vaak het geval is). U zal ook moeten aantonen dat deze onduidelijkheid resulteert in een disproportioneel nadeel (een kennelijk onevenwicht) ten opzichte van de bank. Wel kunt u bij onduidelijkheid altijd eisen dat de clausule in uw voordeel wordt geïnterpreteerd.
  • Voor de onderneming / bank: Hoewel dit arrest een overwinning lijkt voor de contractvrijheid, is het geen vrijgeleide voor het opstellen van onbegrijpelijke algemene voorwaarden. Onduidelijkheid blijft een zwaarwegend element dat zich tegen de onderneming kan keren bij de beoordeling van het onevenwicht. Transparantie in de precontractuele fase blijft cruciaal.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Wat is een onrechtmatig beding?
Een onrechtmatig beding is een clausule in een contract tussen een onderneming en een consument die zorgt voor een duidelijk (kennelijk) onevenwicht tussen de rechten en plichten van beide partijen, in het nadeel van de consument. Dergelijke bedingen zijn wettelijk verboden en nietig.

Zijn transferkosten bij het veranderen van bank legaal?
Ja, in beginsel mag een bank kosten aanrekenen voor de diensten die zij levert bij het overdragen van een effectenportefeuille naar een andere instelling. Deze kosten moeten echter wel transparant gecommuniceerd worden in de algemene voorwaarden en mogen niet zo hoog zijn dat ze een onrechtmatige barrière vormen om van bank te veranderen.

Wat gebeurt er als een clausule in een contract onduidelijk is?
Een onduidelijk contractbeding in een consumentenovereenkomst moet in de eerste plaats geïnterpreteerd worden op de manier die het meest gunstig is voor de consument. Het leidt niet automatisch tot de volledige nietigheid van dat beding, tenzij het ook een aanzienlijk onevenwicht veroorzaakt.

Conclusie

Het Hof van Cassatie bevestigt dat de bescherming van de consument geen blind automatisme is. Een gebrek aan transparantie in de kleine lettertjes van een contract leidt pas tot de vernietiging van dat beding als er ook sprake is van een kennelijk onevenwicht in de rechten en plichten. Dit vereist in juridische geschillen in België een grondige, feitelijke analyse van het volledige contract en de omstandigheden.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics