Kan een aannemer u interesten of een schadevergoeding aanrekenen als u de algemene voorwaarden nooit vooraf te zien kreeg?

U laat werken uitvoeren door een aannemer. Na afloop ontstaat er een discussie over de factuur en de aannemer rekent plots hoge interesten en een schadevergoeding aan, verwijzend naar zijn “algemene voorwaarden”. U hebt die voorwaarden echter pas voor het eerst op de factuur zelf zien staan.

Moet u deze betalen? Nee. Een uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen (Gent) van 12 mei 2025 bevestigt een dubbele sanctie: niet alleen zijn de voorwaarden niet geldig omdat u ze niet vooraf kon inkijken, maar als de clausule ook nog eens onrechtmatig is (bv. eenzijdig), verliest de aannemer zelfs zijn recht op de gewone wettelijke interesten.


De juridische context van de zaak

In een recente zaak voor de rechtbank van Gent ontstond een geschil tussen een aannemer en zijn klanten, die consumenten waren. De discussie liep over twee punten:

  1. De prijs: De aannemer beweerde dat de werken “in vrije rekening” werden uitgevoerd, maar de klanten stelden dat er een vaste prijs van 4.000,00 euro was afgesproken. De rechtbank gaf de klanten gelijk op basis van de eerdere communicatie.
  2. De interesten en het schadebeding: De aannemer eiste conventionele interesten en een forfaitaire schadevergoeding van 10%, zoals voorzien in zijn algemene voorwaarden. Hij argumenteerde dat de klanten deze voorwaarden hadden aanvaard door een eerdere factuur voor materialen te betalen waarop naar de voorwaarden werd verwezen.

De klanten betwistten dat zij deze algemene voorwaarden ooit voorafgaand aan de werken hadden ontvangen of aanvaard.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank volgde de consumenten en wees de eis van de aannemer voor interesten en schadevergoeding volledig af. De redenering van de rechter bestond uit drie cruciale stappen.

Stap 1: Algemene voorwaarden zijn niet-tegenstelbaar

De rechtbank stelt vast dat de algemene voorwaarden niet-tegenstelbaar zijn aan de consumenten. De reden is eenvoudig: de consumenten moet een redelijke en voorafgaandelijke mogelijkheid hebben gehad om kennis te nemen van de voorwaarden, en dit vóór het sluiten van de overeenkomst.

De aannemer kon niet bewijzen dat dit gebeurd was. Zelfs als de klanten een factuur hadden betaald waarop de voorwaarden vermeld stonden, was dit nadat de werken al (deels) waren uitgevoerd en de overeenkomst dus al was gesloten. Een verwijzing op een factuur komt te laat.

Stap 2: De clausule is bovendien onrechtmatig

De rechtbank gaat nog een stap verder en onderzoekt de inhoud van de clausule zelf. Omdat het om een geschil tussen een onderneming (de aannemer) en consumenten gaat, is het consumentenrecht van toepassing (Boek VI van het Wetboek van Economisch recht).

Het schadebeding van de aannemer bepaalde een interest van 10% en een forfaitaire vergoeding van 10%. De rechtbank stelt echter vast dat de algemene voorwaarden geen wederkerig en gelijkwaardig schadebeding voorzagen voor het geval de aannemer zijn verplichtingen niet zou nakomen.

Dit gebrek aan wederkerigheid maakt het beding onrechtmatig op basis van artikel VI.83, 17° van het Wetboek economisch recht.

Stap 3: Geen recht op wettelijke interesten als “vangnet”

Dit is de kern van de uitspraak. De aannemer vroeg de rechtbank om, als zijn algemene voorwaarden ongeldig waren, hem dan tenminste de wettelijke interesten toe te kennen op basis van het algemeen (aanvullend) recht.

De rechtbank weigert dit categoriek. Ze verwijst hiervoor naar de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie (o.a. de Gupfinger– en Dexia-arresten). Die rechtspraak stelt dat wanneer een beding oneerlijk (onrechtmatig) is, de rechter het volledig buiten toepassing moet laten. Hij mag het beding niet ‘redden’ door het te vervangen door de wettelijke regeling (het ‘aanvullend recht’).

De redenering is dat als een ondernemer zou weten dat zijn onrechtmatige clausule bij een geschil toch gewoon vervangen wordt door de wettelijke interest, er geen enkele reden (geen afschrikkend effect) zou zijn om te stoppen met het gebruik van zulke onrechtmatige clausules.

De conclusie is hard maar duidelijk: de aannemer krijgt geen contractuele interest, geen schadebeding én geen wettelijke interest.


Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak illustreert perfect de dubbele bescherming die consumenten genieten op het vlak van algemene voorwaarden.

  1. De contractuele bescherming (de kennisname): Dit is de basis van het contractenrecht. Men kan niet gebonden zijn door voorwaarden waarvan men niet redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van het contract. De bewijslast hiervan ligt bij de ondernemer. Een loutere verwijzing op een factuur is, zoals hier herbevestigd, ruimschoots onvoldoende.
  2. De inhoudelijke bescherming (het consumentenrecht): Dit is de tweede, en vaak krachtigere, verdedigingslinie. Zelfs als een consument de algemene voorwaarden had ondertekend, kan een rechter ze nog steeds toetsen aan de zwarte en grijze lijst van onrechtmatige bedingen in Boek VI WER. Een gebrek aan wederkerigheid voor schadebedingen (Art. VI.83, 17°) is een klassiek voorbeeld dat vaak leidt tot de nietigheid van de clausule.

De échte les in dit vonnis is de strenge sanctie. Door de rechtspraak van het Hof van Justitie toe te passen, besluit de rechter dat een onrechtmatig beding de ondernemer elk recht op vergoeding voor die specifieke post ontneemt. De ondernemer kan niet terugvallen op het gemeen recht. Dit is een krachtig signaal: wie onrechtmatige bedingen gebruikt, riskeert met lege handen achter te blijven.


Wat dit concreet betekent

Voor consumenten

  • Controleer de offerte: Lees altijd de kleine lettertjes voor u een offerte ondertekent. Vraag actief naar de algemene voorwaarden als er enkel naar verwezen wordt.
  • Betwist facturen: Betaal niet zomaar een factuur waarop plots interesten of schadevergoeding verschijnen die u nooit bent overeengekomen. De kans is reëel dat u deze juridisch niet verschuldigd bent.
  • Ken uw rechten: Zelfs als u akkoord ging, is een clausule die u 10% schadevergoeding oplegt bij laattijdige betaling, maar de aannemer geen enkele schadevergoeding oplegt bij laattijdige levering, waarschijnlijk onrechtmatig en nietig.

Voor ondernemers en aannemers

  • Zorg voor aanvaarding: Dit is absoluut cruciaal. Zorg dat uw klant (particulier én onderneming) een actieve handeling stelt om uw voorwaarden te aanvaarden vóór de start van de werken. Dit kan via een ondertekende offerte die de voorwaarden bevat, een ‘opt-in’ vinkje op uw website, of een bevestiging per e-mail.
  • Audit uw voorwaarden (B2C): Controleer uw algemene voorwaarden op onrechtmatige bedingen, zeker in B2C-relaties. De belangrijkste valkuil is het gebrek aan wederkerigheid voor schadebedingen.
  • Begrijp het risico: Het opnemen van een onrechtmatig beding in de hoop dat het standhoudt, is een gevaarlijke strategie. Deze uitspraak bevestigt dat u hierdoor niet alleen de ongeldige clausule verliest, maar ook uw recht op alle interesten, zelfs de wettelijke.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Wat is het verschil tussen ‘niet-tegenstelbaar’ en ‘onrechtmatig’?
Niet-tegenstelbaar’ (of niet-toepasselijk) betekent dat de voorwaarden nooit deel zijn gaan uitmaken van uw contract, meestal omdat u ze niet vooraf kon lezen en aanvaarden. ‘Onrechtmatig’ betekent dat een specifieke clausule, zelfs als u ze aanvaard heeft, in strijd is met de (consumenten)wetgeving omdat ze het contractuele evenwicht grof verstoort. Een onrechtmatige clausule is nietig.

Ik heb een offerte getekend waarop stond “algemene voorwaarden op de achterzijde”, maar die achterzijde was blanco. Zijn die dan geldig?
Nee. De loutere verwijzing is niet voldoende. De rechter oordeelt dat u een effectieve en redelijke mogelijkheid tot kennisname moet hebben gehad. Als de voorwaarden er niet fysiek bijgevoegd waren (of als een link niet werkte), heeft u die mogelijkheid niet gehad en zijn de voorwaarden niet-tegenstelbaar.

Mijn aannemer rekent 12% interest aan, staat dat niet in de wet?
Nee. De wettelijke interestvoet (voor particulieren) is veel lager en wordt jaarlijks vastgelegd. Een hoger percentage (zoals 10% of 12%) is een contractuele interest, die enkel geldig is als ze in een geldige en tegenstelbare overeenkomst staat. Voor consumenten moet die clausule bovendien redelijk en wederkerig zijn om niet onrechtmatig te zijn.


Conclusie

Deze uitspraak is een duidelijke waarschuwing voor ondernemers in België : zorg dat uw algemene voorwaarden niet alleen correct worden aanvaard, maar ook inhoudelijk (vooral in B2C-context) volledig in lijn zijn met de wet. Een onrechtmatig beding kan u duur komen te staan en u elk recht op interesten of schadevergoedingen ontnemen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics