Klimaatactivisten die overgaan tot acties van burgerlijke ongehoorzaamheid – zoals het wegnemen van affiches of het blokkeren van wegen – beroepen zich vaak op de vrijheid van meningsuiting of de noodtoestand. Maar levert dit een vrijbrief op voor het plegen van strafbare feiten? Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 11 december 2025 (nr. 172/2025) geoordeeld dat het plegen van misdrijven niet automatisch verschoonbaar is, maar dat de strafrechter wél verplicht is om een strikte evenredigheidstoets uit te voeren.
De feiten en context
De zaak die aanleiding gaf tot dit arrest draait om drie klimaatactivisten die vervolgd werden voor diefstal. Zij hadden twee reclameaffiches weggenomen uit de publieke ruimte om deze te beschilderen met slogans en te gebruiken tijdens een betoging tegen het beleid rond elektrische voertuigen.
In eerste aanleg werden de beklaagden schuldig bevonden aan de feiten, maar paste de rechter een “strafuitsluitende verschoningsgrond” toe, gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting. Het Hof van Beroep te Luik twijfelde echter aan deze redenering. Artikel 78 van het Strafwetboek stelt immers: “Geen misdaad of wanbedrijf is verschoonbaar dan in de gevallen bij de wet bepaald”.
De kernvraag die aan het Grondwettelijk Hof werd voorgelegd was of artikel 78 strijdig is met de Grondwet en het EVRM, doordat het de rechter zou verhinderen om strafbare feiten onbestraft te laten wanneer deze gepleegd zijn als actie van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid.
De beslissing van het Grondwettelijk Hof
Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat artikel 78 van het Strafwetboek niet ongrondwettig is.
Het Hof stelt duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting (artikel 19 Grondwet en artikel 10 EVRM) geen absolute immuniteit verleent voor het plegen van misdrijven. Het feit dat een diefstal wordt gepleegd om een politieke of ecologische boodschap over te brengen, maakt de daad op zich niet legaal.
Echter, het Hof benadrukt tegelijkertijd dat nationale rechters een zeer beperkte beoordelingsmarge hebben wanneer het gaat om politiek debat en kwesties van algemeen belang, zoals klimaatverandering. Wanneer strafvervolging wordt ingesteld tegen activisten, is de rechter verplicht om een evenredigheidstoets uit te voeren. De rechter moet nagaan of een strafrechtelijke veroordeling noodzakelijk en proportioneel is in een democratische samenleving.
Het Hof concludeert dat artikel 78 de rechter niet belet om deze toets uit te voeren, omdat er voldoende andere juridische instrumenten zijn om de strafmaat aan te passen.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest bevestigt een belangrijk evenwicht in ons strafrecht. Enerzijds wordt het legaliteitsbeginsel gehandhaafd: excuses (die de strafwaardigheid wegnemen) moeten wettelijk verankerd zijn. Anderzijds erkent het Hof de doorwerking van mensenrechten in de strafzumeting.
De proportionaliteitstoets in de praktijk
Het Grondwettelijk Hof verwijst expliciet naar rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Een strafrechtelijke veroordeling wordt beschouwd als een van de zwaarste inmengingen in de vrijheid van meningsuiting. Zelfs een lichte geldboete kan een “chilling effect” (ontradend effect) hebben.
Hoewel de rechter volgens artikel 78 van het Strafwetboek geen nieuwe “buitenwettelijke” verschoningsgrond mag creëren, beschikt hij over andere mechanismen om de proportionaliteit te waarborgen:
- Strafmaat: De rechter kan een straf opleggen die in verhouding staat tot de ernst van de feiten, binnen de wettelijke minima en maxima (bijv. voor diefstal is dit een gevangenisstraf van 1 maand tot 5 jaar).
- Verzachtende omstandigheden: In tegenstelling tot verschoningsgronden, zijn verzachtende omstandigheden niet limitatief opgesomd in de wet. De rechter kan oordelen dat het idealistische motief van de activist een verzachtende omstandigheid is, waardoor de straf onder het wettelijk minimum kan zakken.
- Opschorting en uitstel: De rechter kan oordelen dat de feiten bewezen zijn, maar de opschorting van de uitspraak verlenen (waardoor er geen veroordeling op het strafblad komt) of uitstel van straf toekennen.
Bovendien herinnert het Hof eraan dat het Hof van Cassatie reeds heeft aanvaard dat een verschoningsgrond rechtstreeks kan voortvloeien uit het EVRM, zoals in situaties van overmacht of noodtoestand.
Wat betekent dit concreet?
Voor de activist
U geniet geen automatische immuniteit. Het plegen van strafbare feiten (diefstal, beschadiging, slagen) blijft in principe vervolgbaar, ook al is het doel “nobel”. Echter, uw verdediging kan succesvol inzetten op de proportionaliteit. Een goede strafpleiter zal betogen dat een zware straf een onevenredige inbreuk zou zijn op uw vrijheid van meningsuiting, en zal pleiten voor opschorting of een autonome werkstraf, in plaats van een geldboete of gevangenisstraf.
Voor slachtoffers en benadeelden
Wanneer uw eigendom wordt beschadigd of weggenomen door activisten, blijft dit een onrechtmatige daad. Het feit dat de strafrechter de dader mogelijk geen zware straf oplegt omwille van de vrijheid van meningsuiting, betekent niet dat u geen recht heeft op schadevergoeding. De burgerlijke aansprakelijkheid blijft overeind.
Voor justitie
Magistraten moeten hun vonnissen grondig motiveren. Een eenvoudige verwijzing naar de wet volstaat niet in zaken rond burgerlijke ongehoorzaamheid. Er moet expliciet worden aangetoond waarom een specifieke sanctie noodzakelijk is in het licht van artikel 10 EVRM.
Veelgestelde Vragen (FAQ)
Is klimaatactie een geldige reden om wetten te overtreden?
Niet per definitie. Het Grondwettelijk Hof stelt dat het Strafwetboek van toepassing blijft. Echter, de rechter moet bij de strafbepaling wel rekening houden met de context van het protest en de vrijheid van meningsuiting, wat kan leiden tot lichtere straffen of opschorting.
Wat is het verschil tussen een verschoningsgrond en verzachtende omstandigheden?
Een verschoningsgrond (zoals wettige zelfverdediging) neemt de strafbaarheid of strafwaardigheid volledig weg en moet in de wet staan (art. 78 Sw.). Verzachtende omstandigheden laten de rechter toe de straf te verminderen onder het wettelijk minimum. Deze zijn niet limitatief en kunnen door de rechter vrij worden bepaald, bijvoorbeeld op basis van het altruïstische motief van de dader.
Mag ik affiches weghalen als protest tegen klimaatverandering?
Dit wordt gekwalificeerd als diefstal (art. 461 Sw.). Hoewel u zich kunt beroepen op uw vrijheid van meningsuiting, blijft de daad strafbaar. De kans is reëel dat u vervolgd wordt, waarbij de rechter zal moeten afwegen of een straf proportioneel is.
Conclusie
Het arrest van 11 december 2025 nuanceert de positie van de burgerlijke ongehoorzaamheid in het Belgisch recht. Artikel 78 van het Strafwetboek blijft overeind: er bestaat geen algemene “activisten-excuus” in de wet. Toch dwingt het Grondwettelijk Hof rechters tot terughoudendheid en maatwerk. Via verzachtende omstandigheden en gunstmaatregelen moet de strafrechter de balans bewaken tussen handhaving van de openbare orde en het fundamentele recht op vrije meningsuiting.
Lees ook onze oudere blog over de rechtmatigheid van klimaatprotest.



