Mag u uw product nog ‘ecologisch’ of ‘klimaatneutraal’ noemen?

Alleen nog met hard bewijs. De wet van 22 juli 2026 zet de Europese EmpCo-richtlijn om in Belgisch recht en verbiedt vanaf 27 september 2026 definitief een reeks milieuclaims, zonder dat nog moet worden aangetoond dat de consument er effectief door wordt misleid. Wie “eco”, “groen” of “klimaatneutraal” op zijn product zet zonder erkende milieuprestaties, begaat voortaan per definitie greenwashing en dus een verboden handelspraktijk.

Het wetgevend kader

Op 28 februari 2024 nam de Europese wetgever Richtlijn (EU) 2024/825 aan, beter bekend als de EmpCo-richtlijn (Empowering Consumers for the Green Transition). Die richtlijn schrijft geen volledig nieuw kader voor, maar wijzigt twee bestaande instrumenten: de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (Richtlijn 2005/29/EG) en de richtlijn consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU). Het doel is dubbel: greenwashing bestrijden en de consument betere informatie geven om duurzaam te kunnen kiezen.

De lidstaten moesten de richtlijn omzetten tegen 27 maart 2026. België haalde die deadline niet. Op 28 mei 2026 stuurde de Europese Commissie een ingebrekestelling aan twintig lidstaten, waaronder België. Enkele weken later kwam de omzetting alsnog rond: de wet van 22 juli 2026 werd op 4 augustus 2026 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Zij wijzigt boek I (definities) en boek VI (marktpraktijken en consumentenbescherming) van het Wetboek van economisch recht (WER) en treedt in werking op 27 september 2026, dezelfde dag waarop de richtlijn in de hele Europese Unie van toepassing wordt.

De nieuwe regels

Twaalf nieuwe verboden op de zwarte lijst van oneerlijke handelspraktijken

De kern van de wet zit in artikel VI.100 WER, de zogenaamde zwarte lijst. Praktijken op die lijst zijn onder alle omstandigheden verboden. De rechter of de Economische Inspectie moet dus niet meer nagaan of de gemiddelde consument werkelijk werd misleid. De wetgever voegt twaalf nieuwe verboden toe, genummerd 28° tot 39°.

Vijf verboden gaan over milieuclaims. Voortaan is het altijd verboden om een duurzaamheidskeurmerk te tonen dat niet op een certificeringsregeling met onafhankelijk toezicht steunt en ook niet door een overheid is ingesteld. Verboden is ook de generieke milieuclaim, zoals “eco”, “groen” of “klimaatvriendelijk”, tenzij de onderneming erkende voortreffelijke milieuprestaties kan aantonen die relevant zijn voor de claim. Hetzelfde geldt voor een claim over het volledige product terwijl slechts één aspect groen is: wie “gemaakt van gerecycleerd materiaal” schrijft terwijl enkel de verpakking gerecycleerd is, overtreedt de wet. Verder mag een onderneming niet langer beweren dat haar product een neutraal, verminderd of positief broeikasgaseffect heeft dankzij de compensatie van emissies. En wettelijk verplichte kenmerken van een productcategorie voorstellen als een onderscheidend voordeel van het eigen aanbod, bijvoorbeeld adverteren dat een product een stof niet bevat die voor de hele categorie al verboden is, kan evenmin nog.

De zeven overige verboden betreffen duurzaamheid, software en repareerbaarheid. Een onderneming mag niet verzwijgen dat een software-update de werking van een toestel negatief beïnvloedt, en mag een update niet als noodzakelijk voorstellen wanneer die enkel functionaliteit toevoegt. Communiceren over een goed met een ingebouwd kenmerk dat de levensduur beperkt, terwijl de onderneming dat kenmerk kent, is verboden. Dat geldt ook voor het valselijk toeschrijven van een bepaalde levensduur aan een goed, het voorstellen van een goed als repareerbaar wanneer het dat niet is, het aanzetten tot het vroegtijdig vervangen van verbruiksgoederen zoals inktpatronen, en het onterecht afraden van verbruiksgoederen of reserveonderdelen van derden.

Strengere regels voor claims over toekomstige milieuprestaties en voor vergelijkingsdiensten

Naast de zwarte lijst scherpt de wet ook de algemene misleidingstoets aan. Artikel VI.97, 2° WER vermeldt voortaan uitdrukkelijk de milieu- en sociale kenmerken en de circulariteitsaspecten van een product, zoals duurzaamheid, repareerbaarheid en recycleerbaarheid, als elementen waarover niet mag worden misleid.

Voor beloftes over de toekomst komt er een eigen regime in artikel VI.98, 4° WER. Een claim over toekomstige milieuprestaties, denk aan “klimaatneutraal tegen 2030”, geldt als misleidend wanneer zij niet steunt op duidelijke, objectieve, openbaar toegankelijke en verifieerbare verbintenissen, vervat in een uitvoerig en realistisch uitvoeringsplan met meetbare en tijdsgebonden doelen. Dat plan moet bovendien regelmatig worden geverifieerd door een onafhankelijke externe deskundige, en die bevindingen moeten ter beschikking van de consument staan.

Ook vergelijkingsdiensten krijgen een nieuwe verplichting. Wie producten vergelijkt op milieu- of sociale kenmerken, moet volgens artikel VI.99, § 8 WER informatie geven over de vergelijkingsmethode, de vergeleken producten en hun leveranciers, en over de maatregelen om die informatie actueel te houden. Die informatie geldt als essentieel: haar weglaten is een misleidende omissie.

Uitgebreide precontractuele informatieplichten over garantie, updates en repareerbaarheid

Het tweede luik van de wet breidt de informatie uit die een onderneming vóór de aankoop moet geven. Drie nieuwigheden springen eruit. Ten eerste moet de onderneming de consument herinneren aan de wettelijke conformiteitsgarantie van twee jaar, en dit met een geharmoniseerde kennisgeving waarvan vorm en inhoud identiek zijn aan die van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1960. Biedt de producent gratis een commerciële levensduurgarantie van meer dan twee jaar op het volledige goed aan, dan komt daar een geharmoniseerd etiket bij. Beide gelden zowel in de fysieke winkel als online.

Ten tweede moet de verkoper van goederen met digitale elementen, digitale inhoud of digitale diensten de minimumperiode meedelen waarin de producent software-updates aanbiedt, telkens wanneer de producent die informatie ter beschikking stelt. Ten derde moet, waar die bestaat, de repareerbaarheidsscore van het goed worden vermeld. Bestaat er geen score, dan verschuift de plicht naar informatie over de beschikbaarheid, de geraamde kostprijs en de bestelprocedure van reserveonderdelen, en over reparatiebeperkingen. Deze verplichtingen gelden zowel voor de algemene verkoop als voor verkoop op afstand en verkoop buiten de verkoopruimte.

Een overgangsregeling van zes maanden voor bestaande goederen

De wet treedt in werking op 27 september 2026. Artikel 15 voorziet in één verzachting: de opsporings- en vaststellingsbevoegdheid van de door de minister aangestelde ambtenaren, vervat in artikel XV.2, § 1 WER, geldt gedurende zes maanden niet voor inbreuken op de nieuwe milieuclaimverboden wanneer die betrekking hebben op goederen die vóór 27 september 2026 werden geproduceerd, verpakt of op de markt gebracht. Na die zes maanden vervalt deze gedoogperiode.

Juridische analyse en duiding

Waarom “CO2-neutraal dankzij compensatie” voortaan altijd verboden is

Een fabrikant koopt emissierechten of plant bomen, en drukt vervolgens “klimaatneutraal” op zijn verpakking. Tot vandaag moest wie die claim aanvocht, aantonen dat de gemiddelde consument erdoor misleid werd. Vanaf 27 september 2026 is die discussie voorbij: artikel VI.100, 31° WER verbiedt de claim als zodanig, zodra zij op compensatie steunt. Het maakt daarbij niet uit hoe degelijk het compensatieproject is.

Wat blijft wel mogelijk? Een claim over de werkelijke impact van het product zelf, bijvoorbeeld een aantoonbare uitstootvermindering in de productieketen. En de onderneming mag blijven communiceren dat zij in klimaatprojecten investeert, zolang zij die investering niet vertaalt in een neutraliteitsclaim over het product. De grens ligt dus tussen “wij investeren in herbebossing” en “dit product is CO2-neutraal”. De eerste zin blijft toegelaten, de tweede is verboden zodra de neutraliteit uit compensatie volgt.

Waarom de overgangsregeling minder bescherming biedt dan ze lijkt

Op het eerste gezicht krijgen ondernemingen zes maanden respijt voor hun bestaande voorraad. Wie de tekst van artikel 15 naast artikel XV.2, § 1 WER legt, ziet echter drie beperkingen. Eerst het toepassingsgebied: de regeling geldt enkel voor goederen. Een dienstverlener die “klimaatneutrale” leveringen of “groene” energie aanprijst, valt er vanaf dag één buiten. Vervolgens de reikwijdte: enkel de nieuwe verboden inzake milieuclaims en duurzaamheid worden geviseerd, niet de nieuwe informatieplichten. De geharmoniseerde garantiekennisgeving moet dus vanaf 27 september 2026 overal hangen, ook bij oude voorraad.

De derde beperking is de belangrijkste. Artikel 15 schakelt enkel de bevoegdheid van de Economische Inspectie uit om deze inbreuken op te sporen en vast te stellen. Een concurrent of een consumentenorganisatie die een stakingsvordering instelt voor de ondernemingsrechtbank, wordt door de overgangsregeling niet tegengehouden. In de praktijk komt de eerste handhaving van oneerlijke marktpraktijken vaak net van concurrenten, die er commercieel belang bij hebben dat een rivaal zijn groene marketing staakt. De zes maanden respijt beschermen dus tegen de inspectie, niet tegen de concurrent.

Welk bewijs een generieke claim als “eco” nog kan redden

Een verpakking draagt het woord “eco”, en de uitleg staat op de website van de fabrikant. Volstaat dat? Neen. De wet definieert de generieke milieuclaim als een claim waarvan de specificatie niet in duidelijke en in het oog springende bewoordingen op hetzelfde medium staat. De toelichting op een ander kanaal telt dus niet mee: de claim blijft generiek en valt onder het verbod van artikel VI.100, 29° WER.

De enige uitweg is het bewijs van erkende voortreffelijke milieuprestaties. De wet vult dat begrip strikt in: de EU-milieukeur volgens Verordening (EG) nr. 66/2010, een officieel erkende nationale of regionale milieukeur van het type EN ISO 14024, of de hoogste milieuprestaties volgens ander Unierecht. Een eigen groen logo, een zelfverklaard certificaat of een keurmerk van een commerciële partner zonder onafhankelijk toezicht halen die lat niet. Voor duurzaamheidskeurmerken geldt bovendien een afzonderlijke toets: de onderliggende certificeringsregeling moet openstaan voor alle ondernemingen, procedures kennen bij niet-naleving en gecontroleerd worden door een onafhankelijke derde. Zelf ontworpen groene labels verdwijnen daarmee uit het straatbeeld, of ze worden het voorwerp van handhaving.

Wat betekent dit concreet?

Voor ondernemingen die milieuclaims maken. Screen vóór 27 september 2026 alle verpakkingen, websites en campagnes op de nieuwe zwarte lijst. Schrap of onderbouw elke generieke term zoals “eco”, “groen”, “duurzaam” of “biologisch afbreekbaar”, vervang compensatiegebaseerde neutraliteitsclaims door claims over de werkelijke impact, en controleer of elk gebruikt keurmerk op een echte certificeringsregeling steunt. Vergeet de visuele laag niet: ook logo’s, kleuren en natuurbeelden wegen mee in de totaalindruk die de consument krijgt.

Voor verkopers van elektronica en goederen met digitale elementen. Vraag uw producenten welke minimumperiode voor software-updates zij meedelen en welke informatie over reserveonderdelen en repareerbaarheid beschikbaar is, want zodra de producent die informatie aanlevert, moet u ze doorgeven aan de consument. Integreer de geharmoniseerde garantiekennisgeving van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1960 in uw winkel en webshop, en het geharmoniseerde etiket wanneer een levensduurgarantie van meer dan twee jaar wordt aangeboden.

Voor aanbieders van vergelijkingsdiensten. Publiceer uw vergelijkingsmethode, de lijst van vergeleken producten en leveranciers en de wijze waarop u de gegevens actueel houdt. Die informatie is voortaan essentiële informatie: haar ontbreken volstaat op zich voor een misleidende omissie.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Mag ik mijn product nog “milieuvriendelijk” of “duurzaam” noemen?
Enkel wanneer u erkende voortreffelijke milieuprestaties kunt aantonen die relevant zijn voor de claim, zoals de EU-milieukeur of een officieel erkende ISO 14024 type I-milieukeur, of wanneer u de claim op hetzelfde medium duidelijk en concreet specificeert zodat zij niet langer generiek is. “Onze verpakking bestaat voor 80 procent uit gerecycleerd karton” blijft mogelijk; “milieuvriendelijke verpakking” zonder meer niet.

Geldt de nieuwe greenwashingwet ook voor producten die al op de markt zijn?
Ja. De regels gelden vanaf 27 september 2026 ook voor bestaande producten. Voor goederen die vóór die datum werden geproduceerd, verpakt of op de markt gebracht, kan de Economische Inspectie de nieuwe milieuclaim- en duurzaamheidsverboden wel pas na zes maanden opsporen en vaststellen. Een stakingsvordering van een concurrent blijft in die periode mogelijk.

Wat riskeert een onderneming die na 27 september 2026 een verboden milieuclaim gebruikt?
De inbreuken vallen onder het algemene handhavingsregime van boek XV van het Wetboek van economisch recht, met waarschuwingen, minnelijke schikkingen en geldboetes via de Economische Inspectie. Daarnaast kan elke belanghebbende, waaronder een concurrent of een consumentenorganisatie, de staking van de praktijk vorderen voor de ondernemingsrechtbank.

Conclusie

Met de wet van 22 juli 2026 verschuift het Belgische greenwashingrecht van een misleidingstoets geval per geval naar een lijst van absolute verboden. Vanaf 27 september 2026 zijn generieke milieuclaims zonder erkende milieuprestaties, compensatiegebaseerde neutraliteitsclaims, niet-gecertificeerde duurzaamheidskeurmerken en misleidende beweringen over levensduur en repareerbaarheid in België per definitie verboden, en komen daar uitgebreide informatieplichten over garantie, updates en herstelbaarheid bovenop. De overgangsregeling van zes maanden beschermt enkel tegen de administratieve handhaving voor bestaande goederen, niet tegen een stakingsvordering van een concurrent. Wie vandaag nog groene marketing voert zonder dossier, heeft dus nog enkele weken om dat dossier op te bouwen of de claim te schrappen.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics