Zijn AI-gegenereerde beelden van kindermisbruik strafbaar?

Ja, wanneer de beelden realistisch zijn. De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, veroordeelde op 31 juli 2026 een man die met artificiële intelligentie levensecht ogende beelden van naakte minderjarigen genereerde en bezat, ook al kwam er geen echt kind aan te pas (Corr. West-Vlaanderen (afd. Kortrijk) 31 juli 2026, nr. 26K000220, onuitgegeven). Duidelijk niet-realistische afbeeldingen, zoals anime- of mangatekeningen, vallen volgens de rechtbank buiten de strafbaarstelling. Het vonnis is een van de eerste Belgische uitspraken die het strafrecht rond online seksuele misdrijven toepast op beelden die volledig door AI zijn gemaakt.

De feiten

Het dossier begon niet bij de beelden zelf, maar bij het geld. De Cel voor Financiële Informatieverwerking meldde in juli 2024 aan het parket dat de man tussen april 2023 en mei 2024 in totaal 140 dollar had overgeschreven naar een PayPal-rekening die vermoedelijk werd gebruikt voor de verkoop van door AI gegenereerde beelden van kindermisbruik.

Bij een huiszoeking in januari 2025 nam de politie zijn gsm, twee laptops, een desktop, harde schijven, USB-sticks en SD-kaarten in beslag. Op de gsm stonden via Telegram gedownloade afbeeldingen en video’s van jonge meisjes in een seksuele context. Op een harde schijf van de desktop vond de politie mappen met beeldmateriaal, waaronder een map met 105 afbeeldingen die de man zelf met AI had gegenereerd. De meeste bestandsnamen bevatten de term “nude preteen”.

Bij zijn verhoor erkende de man dat hij de beelden genereerde met prompts. Volgens hem ging het om pure fantasie en om een experiment; de term “nude preteen” diende enkel om de beelden “jonger en onschuldiger” te laten lijken. Het openbaar ministerie vervolgde hem voor het vervaardigen, het bezitten en het verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, en daarnaast voor het vervaardigen van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard tegenover een minderjarige.

De beslissing

Wanneer een afbeelding van een niet-bestaand kind “realistisch” is

Artikel 417/43 van het Strafwetboek (Sw.), ingevoerd bij de wet van 21 maart 2022 over het seksueel strafrecht, rekent tot de beelden van seksueel misbruik van minderjarigen ook “realistische afbeeldingen” van een niet-bestaande minderjarige die deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen. De wet zegt echter nergens wat “realistisch” betekent. De verdediging greep die leemte aan: de aangetroffen afbeeldingen waren volgens haar duidelijk niet-realistisch en vielen dus buiten de definitie.

De rechtbank vulde de leemte zelf in, aan de hand van de gewone betekenis van het woord. Realistisch is elke afbeelding die de werkelijkheid nauwkeurig nabootst, of het nu gaat om een foto, een geheel of deels met artificiële intelligentie gegenereerde afbeelding, dan wel een tekening of schilderij. De afgebeelde minderjarige moet er op het eerste gezicht uitzien als een levensechte minderjarige. Is meteen duidelijk dat er geen levensecht kind is afgebeeld, dan is de afbeelding niet realistisch, “hoe moreel verwerpelijk de afbeelding ook mag zijn”.

Het bezit en het vervaardigen van de AI-beelden

Die toets leverde een gedeeld resultaat op. De anime-afbeeldingen op de gsm vielen volgens de rechtbank buiten de definitie. Maar op de gsm en de desktop stonden ook levensechte tekeningen en met AI gegenereerde beelden van niet-bestaande minderjarigen die er wél levensecht uitzagen. Voor die beelden achtte de rechtbank het bezit bewezen (art. 417/46 Sw.).

Ook het vervaardigen (art. 417/44 Sw.) achtte de rechtbank bewezen. De 105 beelden in de map “outputs” had de man zelf gegenereerd met prompts. Dat hij ze nooit verspreidde, deed er voor de bewezenverklaring niet toe: het vervaardigen zelf is strafbaar. Omdat de rechtbank oordeelde dat de man wel degelijk realistische afbeeldingen bezat en vervaardigde, hoefde zij niet in te gaan op zijn verzoek om twee prejudiciële vragen over de strafbaarstelling van niet-realistische afbeeldingen aan het Grondwettelijk Hof te stellen.

De vrijspraak voor extreem pornografische inhoud en de straf

Voor de derde tenlastelegging, het vervaardigen van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard tegenover een minderjarige (art. 417/51 en 417/52 Sw.), sprak de rechtbank de man vrij. Uit het strafdossier bleek niet dat de zelf gegenereerde map beelden bevatte die aan die definitie beantwoordden.

De rechtbank legde geen effectieve straf op, maar gelastte de opschorting van de uitspraak van veroordeling voor vier jaar, gekoppeld aan probatievoorwaarden, waaronder een gespecialiseerde begeleiding. Het openbaar ministerie had negatief geadviseerd, maar de rechtbank woog mee dat de man geen correctioneel verleden had, het ontoelaatbare van zijn handelen geloofwaardig had ingezien en al professionele gevolgen droeg: zijn hogeschool had hem preventief geschorst als docent. De desktop, de gsm en het beeldmateriaal werden verbeurdverklaard.

Juridische analyse en duiding

De techniek doet er niet toe, de levensechtheid wel

De man verweerde zich met het argument dat zijn beelden uit een computer kwamen en dus geen echt kind toonden. Dat argument mist volgens de rechtbank de kern van de wet. De wetgever wou in 2016 al, bij de aanscherping van de definitie in het toenmalige artikel 383bis Sw., de kinderpornografie “in al haar verschijningsvormen” bestrijden, met inbegrip van de fictieve variant waarbij een onbestaand kind wordt afgebeeld en de technische variant die geheel per computer is vervaardigd (MvT, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-1701/001, 12-14). Die definitie voerde de Europese verplichtingen uit richtlijn 2011/93/EU uit en verhuisde in 2022 ongewijzigd naar artikel 417/43 Sw.

Het vonnis trekt die lijn consequent door naar generatieve AI. Niet het productieprocedé telt, maar het resultaat: ziet de afgebeelde minderjarige er op het eerste gezicht levensecht uit, dan valt het beeld onder de strafwet. Een foto, een AI-beeld en een hyperrealistische tekening staan op dezelfde lijn. Dat is een werkbare toets, maar zij verschuift het debat wel naar de feitenrechter. Waar de grens ligt bij semi-realistische stijlen, tussen manga en fotorealisme in, zal per afbeelding moeten worden beoordeeld. De rechtbank verwees in dit dossier per afbeeldingsnummer naar het strafdossier, en die aanpak toont meteen hoe feitelijk de oefening is.

Wie prompt, vervaardigt

Het tweede houvast van dit vonnis zit in het werkwoord. De man had de beelden niet gedownload van een derde, maar zelf gegenereerd met prompts in een lokaal AI-model. De rechtbank kwalificeerde dat genereren zonder omhaal als vervaardigen in de zin van artikel 417/44 Sw. Verspreiding is daarvoor niet vereist; het misdrijf was voltooid op het moment dat de beelden werden gegenereerd. De prompts en bestandsnamen speelden daarbij een dubbele rol: zij bewezen dat de man de output zelf had gemaakt én zij ondergroeven zijn verweer dat het hem niet om de minderjarigheid te doen was.

Voor de strafmaat is die kwalificatie geen detail. Op het vervaardigen staat opsluiting van vijf tot tien jaar, een criminele straf die enkel door de aanvaarding van verzachtende omstandigheden gecorrectionaliseerd kon worden. De Belgische rechter heeft voor die uitkomst geen nieuwe wet nodig gehad. De Europese wetgever zet intussen dezelfde lijn om in bindend recht: op basis van het herschikkingsvoorstel van 6 februari 2024 nam het Europees Parlement op 17 juni 2025 zijn standpunt aan, en op 22 juni 2026 bereikten Parlement en Raad een voorlopig akkoord over de herschikte richtlijn. Die stelt onder meer het ontwerpen, aanpassen of verspreiden van AI-systemen die bedoeld zijn om kindermisbruikmateriaal te genereren strafbaar in de hele Unie. Het akkoord moet nog formeel worden aangenomen; daarna krijgen de lidstaten drie jaar om hun strafwet aan te passen.

De prejudiciële vragen die er niet kwamen

De verdediging had twee vragen voor het Grondwettelijk Hof klaar: schendt artikel 417/43 Sw. het legaliteitsbeginsel en de vrijheid van gedachten en meningsuiting wanneer het ook niet-realistische afbeeldingen van onbestaande minderjarigen zou bestraffen? Die vragen kwamen er niet, en de reden is instructief. Door de anime-beelden zelf buiten de definitie te houden, ontnam de rechtbank de vragen hun relevantie: de bewezen verklaarde feiten sloegen enkel op realistische beelden.

Het Hof van Cassatie aanvaardde eerder al, in een zaak over het oude artikel 383bis Sw., dat het legaliteitsbeginsel niet belet dat de strafwet de rechter een beoordelingsbevoegdheid laat, gelet op het algemene karakter van de wet en de evolutie van de gedragingen die zij bestraft (Cass. 28 februari 2018, P.17.1216.F). Het open begrip “realistisch” past in die rechtspraak. De principiële vraag of de wetgever ook duidelijk fictieve beelden strafbaar zou mogen stellen, blijft na dit vonnis wel onbeantwoord. Deze rechtbank koos alvast voor een restrictieve lezing: wat meteen als niet-levensecht herkenbaar is, valt buiten het strafrecht, hoe verwerpelijk ook.

Wat betekent dit concreet?

Voor wie met generatieve AI beelden maakt. Het argument “er is geen echt kind bij betrokken” biedt geen bescherming zodra de output levensecht oogt. Het genereren zelf is het misdrijf; verspreiding of commercieel oogmerk is niet vereist. Ook het louter bezitten van zulke beelden, bijvoorbeeld na een download uit een Telegram-groep, is strafbaar. Prompts, bestandsnamen en mapstructuren worden in de bewijsvoering tegen de gebruiker gebruikt, en de volledige hardware waarop de bestanden staan kan worden verbeurdverklaard, in dit dossier de desktop en de gsm.

Voor de strafrechtpraktijk. Het vonnis reikt een bruikbare toets aan voor de juridische beoordeling van AI-output: de eerste-zicht-toets van de levensechtheid, per afbeelding toegepast. Advocaten doen er goed aan het beeldmateriaal in het strafdossier categorie per categorie te laten kwalificeren, want de scheidingslijn tussen anime en fotorealisme bepaalde in dit dossier het verschil tussen vrijspraak en bewezenverklaring per beeldengroep. Wie een principieel debat over niet-realistische beelden wil voeren, moet er bovendien rekening mee houden dat een prejudiciële vraag pas wordt gesteld wanneer het antwoord relevant is voor de bewezen verklaarde feiten.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is het maken van kinderporno met AI strafbaar als er geen echt kind bij betrokken is?
Ja. Artikel 417/43 Sw. omvat ook realistische afbeeldingen van niet-bestaande minderjarigen. Wie zulke beelden met AI genereert, vervaardigt beelden van seksueel misbruik van minderjarigen (art. 417/44 Sw.), waarop opsluiting van vijf tot tien jaar staat. Ook het loutere bezit is strafbaar (art. 417/46 Sw.).

Zijn anime- of mangatekeningen van minderjarigen in een seksuele context strafbaar?
Volgens dit vonnis niet, wanneer meteen duidelijk is dat geen levensechte minderjarige is afgebeeld. De rechtbank oordeelde dat zulke duidelijk niet-realistische afbeeldingen buiten de wettelijke definitie vallen, hoe moreel verwerpelijk zij ook zijn. Andere rechters kunnen de grens bij semi-realistische stijlen anders leggen; het blijft een beoordeling per afbeelding.

Wat riskeert wie AI-beelden van kindermisbruik bezit of maakt?
Naast de gevangenisstraf of opsluiting riskeert de betrokkene de verbeurdverklaring van zijn volledige apparatuur. In dit dossier kreeg de beklaagde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, gekoppeld aan vier jaar probatievoorwaarden met verplichte gespecialiseerde begeleiding, mede omdat hij geen correctioneel verleden had en al professionele gevolgen droeg.

Conclusie

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, bevestigt dat het bestaande Belgische strafrecht volstaat om AI-gegenereerde beelden van kindermisbruik aan te pakken: realistische beelden van onbestaande minderjarigen zijn vandaag al beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, en wie ze genereert, vervaardigt ze. De grens ligt bij de levensechtheid op het eerste gezicht, zodat duidelijk fictieve tekeningen zoals anime in België buiten de strafwet blijven. De Europese herschikking van de richtlijn kindermisbruik zal die lijn naar verwachting verankeren.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics