De elektronische handtekening is in België geregeld door de Europese eIDAS-verordening (Verordening (EU) nr. 910/2014), aangevuld door het Wetboek van economisch recht en het Burgerlijk Wetboek. De verordening onderscheidt drie soorten: de gewone, de geavanceerde en de gekwalificeerde elektronische handtekening. Alleen de gekwalificeerde handtekening staat van rechtswege gelijk met een handgeschreven handtekening. De twee andere mogen niet worden geweigerd omdat zij elektronisch zijn, maar de rechter beoordeelt vrij of zij de ondertekenaar identificeren en zijn wil uitdrukken. Deze pagina zet de regels, de rechtspraak en de te volgen redenering op een rij.
Inhoudsopgave
- 1. Rechtsbronnen: van de wet van 2000 tot eIDAS 2
- 2. Begrippen: wat een handtekening is en welke drie soorten eIDAS onderscheidt
- 3. Rechtsgevolgen: non-discriminatie en gelijkstelling
- 4. Belgische aanvullingen: functionele gelijkwaardigheid en verplichte handtekeningsoorten
- 5. De hybride handtekening: elektronisch ondertekend, op papier afgedrukt
- 6. Het stappenplan bij een betwiste elektronische handtekening
- 7. Actuele ontwikkelingen
- Verder lezen op ICT Rechtswijzer
- Hoe onze advocaten u bijstaan
1. Rechtsbronnen: van de wet van 2000 tot eIDAS 2
De elektronische handtekening bestaat in het Belgische recht sinds ruim vijfentwintig jaar. De wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure wijzigde het toenmalige artikel 1322 van het oud Burgerlijk Wetboek. Sindsdien kon een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en de integriteit van de inhoud van de akte waarborgt, als handtekening gelden. De elektronische handtekening is dus via het bewijsrecht het Belgische recht binnengekomen.
Een jaar later volgde de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. Die wet zette Richtlijn 1999/93/EG van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen om en gaf de elektronische handtekening een algemeen statuut, ook buiten het bewijsrecht.
Sinds 1 juli 2016 is de Europese verordening de spil van het stelsel. De eIDAS-verordening, voluit Verordening (EU) nr. 910/2014 van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt, trok de richtlijn van 1999 in en geldt rechtstreeks in alle lidstaten. België voerde haar uit met de wet van 21 juli 2016 tot uitvoering en aanvulling van de verordening, die de regels over vertrouwensdiensten in Boek XII van het Wetboek van economisch recht (WER) onderbracht.
De verordening is grondig gewijzigd door Verordening (EU) 2024/1183 van 11 april 2024, bekendgemaakt op 30 april 2024 en doorgaans “eIDAS 2” genoemd. Die wijziging voert de Europese portemonnee voor digitale identiteit in en breidt het aantal vertrouwensdiensten uit. Aan de regels over de elektronische handtekening zelf verandert eIDAS 2 weinig.
Twee Belgische wetboeken vullen het Europese kader aan. Het WER bevat in Boek XII de regels over contracten langs elektronische weg en over vertrouwensdiensten. Het Burgerlijk Wetboek (BW) definieert de handtekening in Boek 8 over het bewijs, en herneemt de functionele gelijkwaardigheid in Boek 5 over de verbintenissen. Daarnaast leggen tal van bijzondere wetten voor welbepaalde akten een gekwalificeerde elektronische handtekening op; de belangrijkste komen in deel 4 aan bod.
2. Begrippen: wat een handtekening is en welke drie soorten eIDAS onderscheidt
2.1 De handtekening naar Belgisch recht
De eIDAS-verordening zegt wat een elektronische handtekening is, maar niet wat een handtekening is. Dat laatste blijft een zaak van nationaal recht. Voor België staat het antwoord in artikel 8.1, 2° BW: een handtekening is een teken of een opeenvolging van tekens, aangebracht met de hand, elektronisch of via ieder ander procedé, waarmee een persoon zich identificeert en waaruit zijn wilsuiting blijkt. Die definitie is technologieneutraal en benoemt de twee functies die elke handtekening moet vervullen: de ondertekenaar identificeren en zijn instemming met de inhoud uitdrukken. Hoewel zij in het bewijsrecht staat, geldt zij in de praktijk als de algemene omschrijving voor alle rechtsgebieden.
Artikel 8.1, 3° BW omschrijft de elektronische handtekening op zijn beurt niet zelfstandig, maar verwijst naar artikel 3, 10° tot 12° van de eIDAS-verordening. Het Belgische recht neemt de Europese driedeling dus letterlijk over.
2.2 De drie categorieën van de eIDAS-verordening
De verordening definieert in artikel 3 drie soorten elektronische handtekeningen. Elke volgende categorie is een strengere variant van de vorige. De tabel hieronder zet ze naast elkaar.
| Categorie | Definitie | Rechtsgevolg |
|---|---|---|
| Gewone elektronische handtekening (art. 3, 10°) | Gegevens in elektronische vorm die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die de ondertekenaar gebruikt om te ondertekenen | Mag niet worden geweigerd omdat zij elektronisch is; de rechter beoordeelt of zij identificeert en wil uitdrukt |
| Geavanceerde elektronische handtekening (art. 3, 11° en art. 26) | Op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden, maakt identificatie mogelijk, aangemaakt met middelen onder zijn uitsluitende controle, en zo aan de gegevens gekoppeld dat elke latere wijziging opspoorbaar is | Zelfde regel als de gewone handtekening; sommige wetten aanvaarden haar als alternatief voor de gekwalificeerde |
| Gekwalificeerde elektronische handtekening (art. 3, 12°) | Een geavanceerde handtekening, aangemaakt met een gekwalificeerd middel (bijlage II) en gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat van een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten (bijlage I) | Van rechtswege gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening |
De gewone elektronische handtekening is de ruimste categorie. Daaronder vallen een ingescande handtekening onder een pdf, een naam of initialen onderaan een e-mail of een berichtenapp, of een krabbel met de vinger op een tablet. Niet elke digitale vermelding is echter een handtekening. De vrederechter te Zinnik oordeelde op 12 april 2023 dat de vermelding van een IP-adres op een onlinecontract geen handtekening is, omdat zij de persoon achter het toetsenbord niet identificeert en die persoon niet noodzakelijk degene is wiens naam in het contract staat.
De geavanceerde elektronische handtekening voegt daar technische waarborgen aan toe die de functies van identificatie en instemming versterken en bovendien de integriteit van het document beschermen. Veel commerciële ondertekenplatformen leveren dit niveau.
2.3 Vertrouwensdiensten en de gekwalificeerde handtekening
Een gekwalificeerde elektronische handtekening is een geavanceerde handtekening die berust op een gekwalificeerd certificaat, afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten, en die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel. Een vertrouwensdienst is een elektronische dienst van een derde onderneming die de betrouwbaarheid van het procedé waarborgt; de eisen voor gekwalificeerde verleners staan in de artikelen 20 tot 24 en in bijlage I van de verordening. Enkel wie op de nationale vertrouwenslijst staat, mag zich gekwalificeerd noemen. De Europese Commissie houdt de lijst van gekwalificeerde verleners van alle lidstaten online bij.
Voor de Belgische praktijk betekent dit dat de handtekening met de elektronische identiteitskaart en de handtekening via de app itsme gekwalificeerde elektronische handtekeningen zijn. Wie met een ander platform ondertekent, moet nagaan of dat platform op de vertrouwenslijst staat en of de handtekening met een gekwalificeerd certificaat is aangemaakt.
3. Rechtsgevolgen: non-discriminatie en gelijkstelling
Artikel 25 van de eIDAS-verordening kent aan de drie categorieën verschillende rechtsgevolgen toe. Het artikel bevat twee beginselen.
3.1 Het non-discriminatiebeginsel voor de gewone en de geavanceerde handtekening
Volgens artikel 25, lid 1 mogen het rechtsgevolg van een elektronische handtekening en haar toelaatbaarheid als bewijs in rechte niet worden ontkend louter omdat de handtekening elektronisch is of niet aan de eisen van de gekwalificeerde handtekening voldoet. Dat is het non-discriminatiebeginsel. Het belet een rechter niet om een elektronisch procedé als handtekening te verwerpen. Het verbiedt hem enkel dat te doen op grond van de elektronische vorm alleen.
Het Hof van Justitie heeft die grens tweemaal afgebakend. In het arrest Ekofrukt (HvJ 20 oktober 2022, C-362/21) ging het om een Bulgaars belastingbesluit dat met een niet-gekwalificeerde handtekening was ondertekend. Het Hof van Justitie aanvaardde dat een nationale rechter zo’n besluit nietig verklaart, op voorwaarde dat de nietigheid niet uitsluitend steunt op het feit dat de handtekening elektronisch is aangemaakt. In het arrest Jarocki (HvJ 17 oktober 2024, C-302/23) weigerde een Poolse rechtbank een elektronisch neergelegd en met een gewone elektronische handtekening ondertekend processtuk. Het Hof van Justitie zag daarin geen discriminatie: de weigering steunde niet op de elektronische vorm van de handtekening, maar op het feit dat de rechtbank niet over het geschikte informaticasysteem beschikte waarlangs een elektronische neerlegging moet gebeuren.
De praktische betekenis is dat een gewone of geavanceerde elektronische handtekening in een Belgische procedure altijd mag worden voorgelegd. Of zij ook als handtekening telt, hangt af van de vraag of zij de twee functies van artikel 8.1, 2° BW vervult. Kan de partij die zich erop beroept niet aantonen wie heeft ondertekend, dan is het document niet ondertekend, hoe elektronisch het ook is.
3.2 Het gelijkstellingsbeginsel voor de gekwalificeerde handtekening
Artikel 25, lid 2 bepaalt dat een gekwalificeerde elektronische handtekening hetzelfde rechtsgevolg heeft als een handgeschreven handtekening. Dat is het gelijkstellingsbeginsel. De rechter mag de gekwalificeerde handtekening niet minder waard achten dan een pen op papier.
Het beginsel werkt in twee richtingen. De gekwalificeerde handtekening krijgt niet minder, maar ook niet meer dan de handgeschreven handtekening. Het Hof van Justitie heeft dat verduidelijkt in het arrest V.B. Trade (HvJ 29 februari 2024, C-466/22): de nationale rechter moet aan een gekwalificeerde handtekening dezelfde bewijskracht toekennen als aan een handgeschreven handtekening, binnen de grenzen die het nationale recht aan die handgeschreven handtekening stelt. Laat het nationale recht toe dat een handgeschreven handtekening wordt betwist, dan moet dat ook voor de gekwalificeerde elektronische handtekening kunnen.
Voor België is dat het geval. Wie een handtekening ontkent, kan een schriftonderzoek vragen; de procedure staat in de artikelen 883 tot 906 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) over het schriftonderzoek en de valsheidsvordering. Diezelfde weg staat dus open tegen een gekwalificeerde elektronische handtekening, al zal het onderzoek dan niet gaan over de pennenstreek maar over het certificaat, het aanmaakmiddel en de vraag wie het onder zijn controle had.
4. Belgische aanvullingen: functionele gelijkwaardigheid en verplichte handtekeningsoorten
4.1 Het beginsel van de functionele gelijkwaardigheid
Artikel XII.15 WER bepaalt dat aan elke wettelijke of reglementaire vormvereiste voor de totstandkoming van contracten langs elektronische weg is voldaan wanneer de functionele kwaliteiten van die vereiste zijn gevrijwaard. Een vormvereiste wordt dus niet omschreven aan de hand van een bepaald procedé, maar aan de hand van de functies die het vervult. Voor de handtekening verwijst artikel XII.15, § 2 uitdrukkelijk naar de eIDAS-verordening: aan de vereiste van een handtekening is voldaan wanneer de handtekening beantwoordt aan artikel 3, 10° of aan artikel 3, 12° van de verordening.
Bij de invoering van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek heeft de wetgever hetzelfde beginsel overgenomen in artikel 5.30 BW, onder de titel “functionele gelijkwaardigheid”. De tekst is een kopie van artikel XII.15 WER, met opnieuw de verwijzing naar de verordening voor de handtekening. Artikel 5.30, § 3 BW laat de rechter wel toe het beginsel buiten toepassing te laten voor vier categorieën contracten wanneer praktische belemmeringen bestaan: contracten over onroerende goederen (behalve huur), contracten waarvoor de tussenkomst van een rechtbank of een openbaar ambtenaar is voorgeschreven, persoonlijke en zakelijke zekerheden gesteld door consumenten, en contracten uit het familie- en erfrecht.
De keerzijde van dat beginsel staat in artikel XII.25, § 1 WER: behoudens andersluidende wettelijke bepaling kan niemand worden verplicht rechtshandelingen langs elektronische weg te stellen. Wie een papieren handtekening wenst, mag daarop staan.
4.2 Wanneer de wet een gekwalificeerde handtekening oplegt
Het non-discriminatiebeginsel verbiedt de lidstaten niet om voor bepaalde akten een vormvereiste op te leggen. Het Hof van Justitie heeft in de arresten Ekofrukt en V.B. Trade bevestigd dat het aan de lidstaten toekomt te bepalen of een akte elektronisch mag worden opgemaakt en welk soort elektronische handtekening daarvoor vereist is. De Belgische wetgever heeft van die mogelijkheid geregeld gebruikgemaakt.
Drie voorbeelden tonen het patroon. Artikel 8.15, derde lid BW vereist een gekwalificeerde elektronische handtekening voor authentieke akten die een openbaar of ministerieel ambtenaar in gedematerialiseerde vorm opmaakt, verlijdt of betekent. Artikel 782, § 2 Ger.W. bepaalt dat een vonnis dat in gedematerialiseerde vorm is opgemaakt, wordt ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening. En sinds 1 oktober 2024 laat artikel 84, § 3 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen de verzekeringnemer toe zijn contract op te zeggen via een digitale omgeving van de verzekeraar, op voorwaarde dat hij de opzegging ondertekent met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel.
Dat laatste voorbeeld leert iets over de afweging die de wetgever maakt. Het oorspronkelijke voorstel liet elke elektronische handtekening toe. Tijdens de parlementaire behandeling werd de gekwalificeerde handtekening opgelegd, omdat de opzegging van een verzekeringscontract zware gevolgen heeft voor de verzekeringnemer en soms voor derden, zoals een benadeelde bij een aansprakelijkheidsverzekering. Hoe zwaarder de gevolgen van de akte, hoe strenger de vereiste handtekening.
4.3 De geavanceerde handtekening als alternatief
Zeldzamer zijn de bepalingen die een geavanceerde elektronische handtekening aanvaarden als alternatief voor de gekwalificeerde. Twee voorbeelden staan in het socialezekerheidsrecht. Artikel 23ter, § 14 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en artikel 41quater, § 12 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders laten toe dat kennisgevingen die als beslag onder derden gelden, een geavanceerde of een gekwalificeerde elektronische handtekening dragen.
Die tussenweg kan aan belang winnen. Considerans 63 van eIDAS 2 moedigt de lidstaten aan het gebruik van de geavanceerde elektronische handtekening te bevorderen in dagelijkse transacties waarvoor zij voldoende veiligheid en vertrouwen biedt, en vraagt hen bij het bepalen van rechtsgevolgen rekening te houden met de verhouding tussen de juridische waarde van het document en de kost en het veiligheidsniveau van de handtekening. Een geavanceerde handtekening is goedkoper en gebruiksvriendelijker dan een gekwalificeerde, terwijl zij wel de integriteit van het document waarborgt.
5. De hybride handtekening: elektronisch ondertekend, op papier afgedrukt
Artikel XII.25, § 11 WER bepaalt dat de elektronische handtekening van de certificaathouder kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat voldoet aan de eisen van artikel 26 van de eIDAS-verordening. Materialiseren betekent hier afdrukken op papier. De bepaling regelt de hybride handtekening: een handtekening die elektronisch wordt aangemaakt en vervolgens op een papieren drager wordt afgedrukt.
De regel gaat terug op de wet van 15 februari 2012, die de wet van 9 juli 2001 wijzigde. Het wetsvoorstel dat eraan ten grondslag lag (Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, Parl.St. Kamer 2010-2011, nr. 53-1450/001, 4-5) legt uit wat de wetgever voor ogen had. Het papieren document moet, bijvoorbeeld via een scanner, een barcodelezer of een eenvoudige referentiecode op de afdruk, toelaten het oorspronkelijke digitale document met de oorspronkelijke elektronische handtekening op te vragen. De afdruk is dus geen kopie van een handtekening, maar een sleutel naar het elektronische origineel.
In de praktijk komt de hybride handtekening voor op afgedrukte facturen, attesten en beslissingen die in een volledig digitaal proces zijn aangemaakt. Wie zo’n document betwist, moet niet de afdruk aanvechten maar het digitale origineel opvragen en de handtekening daarop toetsen.
6. Het stappenplan bij een betwiste elektronische handtekening
Wanneer in een geschil de vraag rijst of een elektronisch procedé als handtekening geldt, verloopt de redenering in drie stappen. Die volgorde volgt uit de verordening en uit de rechtspraak van het Hof van Justitie.
6.1 Stap één: welk soort handtekening schrijft de toepasselijke wet voor?
De eerste vraag is of de wet die op de akte van toepassing is, een bepaalde categorie van elektronische handtekening oplegt als vormvereiste. Vereist zij een gekwalificeerde handtekening, zoals voor een gedematerialiseerd vonnis of een authentieke akte, dan volstaat een lagere categorie nooit. Aanvaardt zij een geavanceerde handtekening als alternatief, dan telt het onderscheid tussen geavanceerd en gewoon. Zwijgt de wet, wat de regel is voor de meeste contracten tussen ondernemingen en particulieren, dan is elke soort elektronische handtekening toegelaten en gaat de discussie enkel nog over de bewijswaarde.
Voor contracten hoort daar een bewijsrechtelijke nuance bij. Artikel 8.8 BW stelt het vrije bewijsstelsel voorop, maar artikel 8.9 BW vereist voor rechtshandelingen vanaf 3.500 euro in beginsel een ondertekend geschrift, behalve tussen of tegen ondernemingen. Wie een contract van die omvang tegen een particulier wil bewijzen, heeft dus een handtekening nodig in de zin van artikel 8.1, 2° BW, van welke soort ook.
6.2 Stap twee: is de handtekening gekwalificeerd?
De tweede vraag is hoe het gebruikte procedé moet worden gekwalificeerd. Dat hangt af van wat de partijen aanvoeren. Beroept de ondertekenaar of zijn wederpartij zich op een gekwalificeerde handtekening, dan moeten de drie cumulatieve voorwaarden van artikel 3, 12° van de eIDAS-verordening worden getoetst: een geavanceerde handtekening in de zin van artikel 26, aangemaakt met een gekwalificeerd middel dat aan bijlage II voldoet, en gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat dat aan bijlage I voldoet.
Het Hof van Justitie heeft in het arrest Ekofrukt de spelregels van die toets vastgelegd. Het ontbreken van een gekwalificeerd certificaat volstaat om te besluiten dat de handtekening niet gekwalificeerd is; de benaming die een dienstverlener aan zijn handtekening geeft, zoals “beroepsmatige elektronische handtekening”, is daarbij zonder belang. Omgekeerd volstaat de loutere vermelding in het certificaat niet om de handtekening als gekwalificeerd te aanvaarden. Wordt de kwalificatie in rechte betwist, dan moet de nationale rechter nagaan of alle voorwaarden van artikel 3, 12° zijn vervuld, met inbegrip van artikel 26 en bijlage I. In de praktijk spitst het onderzoek zich meestal toe op het certificaat, omdat dat het element is dat het snelst kan worden nagegaan op de vertrouwenslijst. De omvang van het onderzoek volgt echter de omvang van de betwisting.
Is de handtekening gekwalificeerd, dan is de akte ondertekend. Dat geldt zowel wanneer de wet die soort handtekening oplegde als wanneer zij elke soort toeliet.
6.3 Stap drie: vervult de niet-gekwalificeerde handtekening de functies van een handtekening?
De derde stap komt enkel aan bod voor procedés die niet gekwalificeerd zijn, hetzij omdat de partij dat van meet af aan niet beweerde, hetzij omdat de toets van stap twee negatief uitviel. Op voorwaarde dat de toepasselijke wet andere soorten toelaat, kan het procedé dan nog een gewone of geavanceerde elektronische handtekening zijn.
Het non-discriminatiebeginsel verbiedt de rechter het procedé op zich te verwerpen. Vooraleer hij er de rechtsgevolgen van een handtekening aan toekent, moet hij wel nagaan of het de ondertekenaar identificeert en zijn wil uitdrukt. Is dat zo, dan is het een handtekening en is de akte ondertekend. Is dat niet zo, dan is het document niet ondertekend en geldt het hoogstens als begin van bewijs of als feitelijk vermoeden.
Bij die laatste stap is het onderscheid tussen een geavanceerde en een gewone elektronische handtekening in de regel zonder belang: beide hebben dezelfde rechtsgevolgen. Het onderscheid telt alleen wanneer de wet een geavanceerde handtekening als alternatief voor de gekwalificeerde oplegt, zoals in de socialezekerheidsbepalingen uit deel 4.3. Wie in een contractgeschil veel energie steekt in het bewijs dat een DocuSign- of Adobe-handtekening geavanceerd is, wint daar op zich niets mee; wat telt, is dat het platform aantoont wie ondertekende en dat het document sinds de ondertekening niet is gewijzigd. Die technische waarborgen zijn wel nuttig als bewijs van de functies van identificatie en instemming.
Wie elektronische contracten sluit, doet er dus goed aan vooraf te bepalen welk niveau de akte vereist en het bewijs van de ondertekening (auditlog, certificaat, tijdstempel) te bewaren.
7. Actuele ontwikkelingen
Het Hof van Cassatie heeft op 11 juni 2025 aanvaard dat een vonnis tegelijk een gekwalificeerde elektronische handtekening van de kamervoorzitter en de handgeschreven handtekeningen van de twee andere rechters draagt (Cass. 11 juni 2025, P.25.0445.F). Geen enkele bepaling verbiedt volgens het Hof van Cassatie zo’n gemengde ondertekening, zodat artikel 782 Ger.W. niet is geschonden. De beslissing bevestigt dat de vormregels over de ondertekening van vonnissen de identificatie van de rechters en hun instemming dienen, niet een bepaalde techniek.
Op Europees niveau loopt de gefaseerde toepassing van eIDAS 2. De lidstaten moeten een Europese portemonnee voor digitale identiteit aanbieden, waarmee burgers zich online zullen identificeren en gekwalificeerd zullen ondertekenen. Het gewijzigde artikel 26, lid 2 van de verordening droeg de Europese Commissie bovendien op om uiterlijk op 21 mei 2026 te beoordelen of uitvoeringshandelingen met referentienormen voor geavanceerde elektronische handtekeningen nodig zijn. Zulke normen zouden de geavanceerde handtekening een conformiteitsvermoeden geven en haar gebruik als alternatief voor de gekwalificeerde handtekening vergemakkelijken.
Verder lezen op ICT Rechtswijzer
- Mag een vonnis zowel elektronisch als met de hand ondertekend zijn? Bespreking van het cassatiearrest van 11 juni 2025 over de gemengde ondertekening van een vonnis onder artikel 782 Ger.W.
- Een elektronische borgstelling door de bestuurder van een vennootschap: is die wel geldig? Twee uitspraken uit 2024 over de geldigheid en de bewijswaarde van een elektronisch ondertekende persoonlijke borgstelling tegenover een bank.
- Kan ik een huurovereenkomst digitaal sluiten? Welke stappen van een huurcontract wel en niet digitaal kunnen verlopen.
Hoe onze advocaten u bijstaan
ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht van Everest Advocaten, onder leiding van mr. Joris Deene. Onze advocaten begeleiden ondernemingen bij de keuze van het juiste handtekeningniveau voor hun contracten en processen, en verdedigen of betwisten de geldigheid van een elektronische handtekening in rechte.
Concreet gaan wij na welke wet op uw akte van toepassing is en of die een gekwalificeerde of geavanceerde handtekening oplegt, beoordelen wij of het platform dat u gebruikt de vereiste waarborgen biedt, stellen wij de contractuele bepalingen over elektronische ondertekening en bewijsbewaring op, en voeren wij in een geschil de toets van de drie voorwaarden van de gekwalificeerde handtekening of het schriftonderzoek tegen een betwiste handtekening.
