Wanneer is mijn webshop een zeer groot onlineplatform onder de DSA?

De Europese Digital Services Act (DSA) legt strenge verplichtingen op aan ‘zeer grote onlineplatformen’ (VLOPs). Een arrest van het Europees Gerecht van 3 september 2025 in de zaak van Zalando tegen de Europese Commissie schept duidelijkheid over twee cruciale vragen: wanneer wordt een (hybride) webshop beschouwd als een ‘onlineplatform’ en, nog belangrijker, hoe worden de gebruikers geteld? De uitspraak is een wake-up call voor elke grote e-commercespeler: in principe telt elke bezoeker die in aanraking kan komen met informatie van derden mee, zelfs als die informatie wordt gecontroleerd.

De feiten en de juridische context

De Digital Services Act (Verordening (EU) 2022/2065) duidt platformen met meer dan 45 miljoen gemiddelde maandelijkse actieve afnemers in de Unie aan als VLOP. Deze status brengt aanzienlijke extra verplichtingen met zich mee, zoals risicobeoordelingen, externe audits en meer transparantie over contentmoderatie.

Zalando, bekend van zijn online modeverkoop, hanteert een hybride model:

  1. Zalando Retail: Verkoop van producten rechtstreeks door Zalando zelf.
  2. Partnerprogramma: Derde-verkopers bieden hun producten aan via het Zalando-platform.

In april 2023 wees de Europese Commissie Zalando aan als VLOP, omdat het platform volgens haar berekeningen meer dan 83 miljoen actieve afnemers had. Zalando betwistte deze aanwijzing en stapte naar het Gerecht. Het bedrijf voerde aan dat enkel de gebruikers van het ‘Partnerprogramma’ mochten meetellen. Op basis van het aandeel van de verkopen door partners (37%), kwam Zalando uit op slechts 30,8 miljoen gebruikers, ruim onder de drempel van 45 miljoen.

De beslissing van het Gerecht

Op 3 september 2025 verwierp het Gerecht het beroep van Zalando en bevestigde de beslissing van de Commissie. De redenering van het Gerecht is gebaseerd op enkele fundamentele principes van de DSA.

1. Zalando is wel degelijk een ‘onlineplatform’

Het Gerecht oordeelde dat het ‘Partnerprogramma’ van Zalando duidelijk een ‘onlineplatform’ is in de zin van de DSA. Het slaat immers informatie op die door derde-verkopers (de ‘afnemers van de dienst’) wordt verstrekt en verspreidt deze onder het publiek.

Het argument van Zalando dat het de productinformatie van partners actief controleert, bewerkt en aanvult om een uniforme winkelervaring te garanderen, werd van tafel geveegd. Het Gerecht stelde dat deze actieve rol geen afbreuk doet aan het feit dat de informatie (gedeeltelijk) van derden afkomstig is. De controle over de content is volgens het Gerecht relevant voor de aansprakelijkheidsvrijstellingen onder de DSA, maar niet voor de kwalificatie als platform.

2. Alle 83 miljoen gebruikers tellen mee

Dit is de kern van de zaak. Het Gerecht volgde de redenering van de Commissie dat, door de geïntegreerde interface van Zalando, het onmogelijk is om een onderscheid te maken tussen bezoekers die enkel producten van Zalando Retail zien en bezoekers die ook in aanraking komen met producten van partners. Producten van beide kanalen worden vaak op dezelfde pagina’s getoond, en de identiteit van de verkoper wordt pas laat in het proces duidelijk.

Omdat Zalando zelf niet kon aantonen welke van de 83 miljoen bezoekers niet werden blootgesteld aan informatie van derde-verkopers, mocht de Commissie ervan uitgaan dat alle bezoekers potentieel werden blootgesteld. Het begrip ‘actieve afnemer’ omvat immers iedereen die wordt “blootgesteld” aan de informatie, wat niet beperkt is tot het effectief kopen van een product. Enkel het bekijken van de productnaam, foto of beschrijving is al voldoende.

3. De DSA is niet onwettig of onevenredig

Het Gerecht verwierp ook de argumenten van Zalando dat de DSA rechtsonzekerheid creëert, het gelijkheidsbeginsel schendt (door marktplaatsen en sociale netwerken gelijk te behandelen) of onevenredig is. Het oordeelde dat de Uniewetgever een ruime beoordelingsmarge heeft en dat het criterium van het aantal gebruikers een objectieve en geschikte maatstaf is om platformen met een groot maatschappelijk bereik en potentieel systemisch risico te identificeren. Het Gerecht benadrukte expliciet dat ook marktplaatsen systemische risico’s kunnen inhouden, zoals de verkoop van gevaarlijke of illegale producten, en een impact hebben op de consumentenbescherming.

Juridische analyse en duiding

Dit arrest is de eerste belangrijke rechterlijke toetsing van de aanwijzingsmethodologie onder de DSA en heeft verstrekkende gevolgen.

De uitspraak maakt duidelijk dat de bewijslast om gebruikersstromen te scheiden bij het platform zelf ligt. Een hybride platform dat technisch niet kan segmenteren welke gebruikers enkel aan eigen content worden blootgesteld en welke aan content van derden, loopt het risico dat zijn volledige gebruikersbasis wordt meegeteld.

De tijd dat een actieve rol in contentbeheer een platform uitsloot van de definitie van ‘tussenpersoon’ lijkt voorbij voor de toepassing van de DSA. De focus van de DSA ligt op het beheren van risico’s die voortvloeien uit de schaalgrootte, niet op de passiviteit van de host.

Het Gerecht bevestigt dat de logica van de DSA niet enkel van toepassing is op de verspreiding van desinformatie op sociale media. Ook e-commerceplatformen kunnen door hun schaalgrootte een systemisch risico vormen voor de consumentenbescherming en de veiligheid van producten op de interne markt.

Wat dit concreet betekent

  • Voor (hybride) onlineplatformen: Deze uitspraak is een dringend signaal om uw gebruikersstatistieken kritisch te evalueren. Kunt u aantonen welk deel van uw bezoekers uitsluitend interactie heeft met uw eigen ‘first-party’ content? Zo niet, dan moet u mogelijk rekening houden met uw totale gebruikersaantal voor de 45-miljoengrens. De kosten en inspanningen voor VLOP-compliance zijn aanzienlijk.
  • Voor consumenten: Dit is positief nieuws. De strikte interpretatie zorgt ervoor dat grote, invloedrijke marktplaatsen onder de strengste regels van de DSA vallen, wat moet leiden tot betere bescherming tegen namaak, onveilige producten en misleidende praktijken.
  • Voor derde-verkopers: Indirect zullen zij de gevolgen voelen. Aangewezen VLOPs zullen waarschijnlijk nog strengere eisen stellen aan hun partners wat betreft productinformatie, conformiteit en transparantie om hun eigen risico’s onder de DSA te beperken.

FAQ (Veelgestelde vragen)

Wat is een ‘actieve afnemer’ volgens het Gerecht?
Een actieve afnemer is elke gebruiker die in aanraking komt met informatie die door het platform wordt gehost. Dit is een zeer breed begrip: louter het bekijken of beluisteren van informatie volstaat. Een transactie of zelfs een klik is niet vereist.

Mijn webshop verkoopt eigen producten en laat ook enkele partners toe. Ben ik nu een VLOP?
Niet automatisch. U wordt pas een VLOP als u de drempel van 45 miljoen gemiddelde maandelijkse actieve afnemers in de EU overschrijdt. Dit arrest verduidelijkt echter dat als u de bezoekers van uw eigen aanbod en dat van partners niet kunt scheiden, al uw bezoekers kunnen meetellen voor deze drempel.

Maakt het uit dat ik de productinformatie van mijn partners zelf controleer en goedkeur?
Nee. Volgens het Gerecht verandert actieve controle over de content niets aan uw kwalificatie als ‘onlineplatform’ onder de DSA. Het kan wel een rol spelen in discussies over uw aansprakelijkheid, maar niet voor de vraag of de strenge VLOP-regels op u van toepassing zijn.

Conclusie

Het Zalando-arrest is belangrijk in de interpretatie van de Digital Services Act. Het bevestigt de brede en strenge aanpak van de Europese Commissie. Voor grote online retailers met een hybride model is de boodschap helder: ken uw data en wees voorbereid. De onmogelijkheid om gebruikers te segmenteren wordt in uw nadeel geïnterpreteerd, met potentieel verstrekkende en kostbare gevolgen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics