Wie een geschil heeft over bitcoins of andere crypto-activa, botst op een vraag die klassieke goederen nooit stellen: onder welk nationaal recht valt dit vermogen eigenlijk? Het korte antwoord: een sluitende verwijzingsregel bestaat vandaag nergens, ook niet in België, maar de rechtspraak wereldwijd convergeert naar één criterium: de verblijfplaats van de persoon die de private sleutel controleert.
Waarom een bitcoin nergens ligt
Een huis ligt in één land. Een schilderij hangt in één museum. Een bitcoin daarentegen bestaat als inschrijving op een blockchain, een register dat gelijktijdig wordt bijgehouden door duizenden validatienodes verspreid over de hele planeet. Geen enkele node is het register; elke node draagt een volledige kopie.
Voor het internationaal privaatrecht is dat een probleem. De klassieke verwijzingsregel voor zakelijke rechten knoopt aan bij de plaats waar het goed ligt, de zogenaamde lex rei sitae. Crypto-activa hebben geen ligging : het bevindt zich overal en dus nergens. Ook de private sleutel biedt geen houvast als aanknopingspunt: dezelfde sleutel kan tegelijk op een papiertje in Gent, in een cloudopslag in Dublin en op een hardware wallet in Singapore staan.
Dat is geen theoretische kwestie. In het vonnis Tulip Trading stond 4,5 miljard dollar aan digitale activa op het spel na een hack; in het geschil rond het fonds Three Arrows Capital vochten een Singaporese beheerder en vereffenaars op de Britse Maagdeneilanden over de vraag welke rechter zich over de crypto-portefeuille mocht buigen. Telkens was de eerste vraag: waar bevinden die activa zich juridisch?
Schuldvordering, effect of geld: wat is een crypto-actief naar Belgisch recht?
Vóór de verwijzingsregel komt de kwalificatie. De MiCA-verordening (verordening (EU) 2023/1114 betreffende cryptoactivamarkten) definieert een crypto-actief als een digitale weergave van een waarde of recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen met behulp van distributed-ledgertechnologie. Die definitie is regelgevend, niet burgerrechtelijk. Zij zegt niets over de vraag of u een crypto-actief bezit zoals een fiets, dan wel een vordering heeft zoals op een bankrekening.
De klassieke categorieën passen telkens net niet. Een schuldvordering veronderstelt een schuldenaar, maar bitcoin en ether hebben geen emittent: er is niemand tegen wie een vordering kan bestaan. De categorie van de effecten ligt evenmin voor de hand: volgens de ESMA-richtsnoeren betreffende de voorwaarden en criteria voor de kwalificatie van cryptoactiva als financiële instrumenten, die de FSMA op 10 februari 2026 in haar toezichtspraktijk opnam (FSMA_2026_04), veronderstelt die kwalificatie een identificeerbare emittent en rechten die met bekende effecten vergelijkbaar zijn, waaraan bitcoin en ether niet voldoen. En geld? Crypto-activa vervullen de drie klassieke geldfuncties (betaalmiddel, waardereserve, rekeneenheid) hooguit gebrekkig, al staan voor bepaalde stablecoins de kwalificatie van monetair substituut open.
Wat overblijft, is de restcategorie van de onlichamelijke roerende goederen. Voor het conflictenrecht volstaat die kwalificatie: het is uiteindelijk het aangewezen recht dat het zakenrechtelijke regime ten gronde bepaalt. Sinds de wet van 11 december 2025 is het regelgevende luik van MiCA overigens volledig in Belgisch recht verankerd, zoals we eerder analyseerden in onze bijdrage over de Belgische MiCA-uitvoeringswet. Dat regelgevende kader lost de vermogensrechtelijke vraag echter niet op.
Wat het Belgische WIPR vandaag oplevert
Voor het toepasselijke recht op zakelijke rechten bestaat geen Europese verordening. De Belgische rechter valt dus terug op het Wetboek van internationaal privaatrecht (WIPR). Drie bepalingen komen in aanmerking, en geen van de drie is op crypto-activa geschreven.
Artikel 87, § 1 WIPR bevat de basisregel: zakelijke rechten op een goed worden beheerst door het recht van de staat waar het goed zich bevindt op het tijdstip dat zij worden ingeroepen. Voor een actief zonder ligging draait die regel in het luchtledige. Artikel 87, § 3 WIPR wijst voor zakelijke rechten op een schuldvordering het recht aan van de gewone verblijfplaats van de cedent, maar die bepaling veronderstelt precies wat bij bitcoin ontbreekt: een vordering en een schuldenaar. Artikel 91 WIPR ten slotte regelt verhandelbare effecten en knoopt aan bij het register waarin de effecten op individuele rekeningen zijn ingeschreven. Een blockchain is wel een register, maar geen register met een ligging, en de meeste crypto-activa zijn volgens de FSMA geen effecten.
De Belgische rechter die vandaag over eigendom van bitcoins moet oordelen, heeft dus geen pasklare verwijzingsregel. Hij zal artikel 87, § 1 WIPR analoog moeten toepassen en het goed ergens moeten lokaliseren. Precies daar biedt de buitenlandse rechtspraak inspiratie.
De rechtspraak kiest voor de controle over de private sleutel
Drie uitspraken uit drie continenten wijzen dezelfde richting uit.
In het vonnis Tulip Trading (High Court van Engeland en Wales 25 maart 2022, [2022] EWHC 667 (Ch)) aanvaardde de Engelse rechter dat de gestolen digitale activa in Engeland gelokaliseerd konden worden omdat de vennootschap die er in beginsel de controle over had, daar resideerde. De lokalisatie van de crypto-activa volgt de persoon, niet de techniek.
De High Court van Singapore sloot daar uitdrukkelijk bij aan in het vonnis Cheong Jun Yoong v Three Arrows Capital (High Court van Singapore 26 januari 2024, [2024] SGHC 21). Crypto-activa bevinden zich waar de persoon die de private sleutel effectief houdt zijn gewone verblijfplaats heeft. De Singaporese rechter verkoos de gewone verblijfplaats boven het domicilie, als feitelijker en stabieler criterium.
De rechtbank van eerste aanleg te Tokio ging nog een stap verder in een zaak over gehackte bitcoins die naar een Japans handelsplatform waren weggesluisd (T. prem. inst. Tokyo, 25 avr. 2024, Reiwa 2 (wa) n° 19906, LLI/DB L07931064). De rechtbank paste eerst Californisch recht toe op het ontstaan van het eigendomsrecht, omdat de bitcoinrekening bij een Californisch platform was geopend, en vervolgens Japans recht als recht van de actuele ligging: de bitcoins bevonden zich in Japan omdat de Japanse vennootschap er de private sleutels hield. De eiseres verloor de zaak omdat zij niet kon bewijzen dat zij op het ogenblik van de hack zelf de controle over de toegangsmiddelen had. Controle werd zo tegelijk lokalisatiecriterium en grondvoorwaarde voor het eigendomsrecht zelf.
Voor de Belgische praktijk is dat een bruikbare lijn. Wie artikel 87, § 1 WIPR op crypto-activa toepast, kan het goed lokaliseren bij de gewone verblijfplaats of vestiging van de persoon die er de effectieve controle over uitoefent. Dat criterium werkt ook bij bewaargeving: houdt een gereguleerde bewaarnemer de sleutels voor rekening van zijn cliënt, dan ligt de effectieve controle bij die bewaarnemer, en diens vestigingsplaats is identificeerbaar en stabiel.
De wetgevende oplossingen: rechtskeuze eerst
Naast de rechtspraak schuiven drie instrumenten oplossingen naar voren, telkens met de rechtskeuze bovenaan.
De Uniform Law Commission amendeerde in 2022 de Amerikaanse Uniform Commercial Code met een cascaderegel: eerst geldt het recht dat in het crypto-actief zelf of de bijbehorende documentatie is aangewezen, bij gebrek daaraan het algemeen gekozen recht, en als laatste redmiddel het recht van het District of Columbia. Intussen hebben 36 Amerikaanse staten die amendementen omgezet. De laatste trap is uiteraard alleen voor de Verenigde Staten aanvaardbaar; de bovenste trappen, de uitdrukkelijke en voor derden kenbare rechtskeuze, inspireren wereldwijd.
De UNIDROIT-beginselen inzake digitale activa en privaatrecht namen die cascade over in hun beginsel 5: eerst het recht gekozen in het digitale actief zelf, dan het recht gekozen in het systeem, dan het recht van de statutaire zetel van de emittent. Inhoudelijk bouwen de beginselen het zakenrecht op rond hetzelfde begrip dat de rechtspraak hanteert: controle, begrepen als de feitelijke macht om exclusief over het actief te beschikken.
De Law Commission van Engeland en Wales bewandelt in haar consultation paper van 5 juni 2025 een radicalere weg: voor omniterritoriale situaties zou de rechter helemaal geen toepasselijk recht meer aanwijzen, maar het geschil rechtstreeks materieel beslechten. Hier kunnen vragen bij gesteld worden: zuivere casuïstiek biedt de cryptomarkten onvoldoende rechtszekerheid, en de nood aan internationale beslissingsharmonie verdwijnt niet door haar te negeren. De lopende werkzaamheden van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht rond digitale activa moeten hier op termijn uniformiteit brengen.
Wat betekent dit concreet?
Voor houders en dienstverleners in België vallen drie praktische lessen te trekken.
Ten eerste: neem een rechtskeuze op. Artikel 75 van de MiCA-verordening verplicht aanbieders van bewaar- en administratiediensten al om in de cliëntenovereenkomst het toepasselijke recht aan te duiden. Een uitdrukkelijke, voor derden kenbare rechtskeuze in de bewaarovereenkomst of in de documentatie van een tokenuitgifte is vandaag het krachtigste instrument om de onzekerheid over het zakelijk statuut te beperken, ook al staat nog niet vast dat elke rechtsorde die keuze zakenrechtelijk zal honoreren.
Ten tweede: documenteer de controle. Wie in een geschil eigendom van crypto-activa wil laten gelden, moet kunnen bewijzen dat hij op het relevante tijdstip de private sleutels effectief hield. Het Tokiovonnis toont wat er gebeurt zonder dat bewijs: de vordering strandt volledig, nog vóór de schadediscussie begint.
Ten derde: de verblijfplaats telt. Zolang wetgever noch verdragsluitende staten een bijzondere verwijzingsregel invoeren, is de kans reëel dat een rechter de crypto-activa lokaliseert bij de gewone verblijfplaats of vestiging van wie ze controleert. Voor een Belgische houder betekent dit doorgaans Belgisch recht; voor activa in bewaring bij een buitenlandse bewaarnemer kan een ander recht gelden dan verwacht.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Onder welk recht vallen mijn bitcoins als ik in België woon?
Er bestaat geen specifieke Belgische of Europese verwijzingsregel voor zakelijke rechten op crypto-activa. Naar analogie met artikel 87, § 1 WIPR en in lijn met de internationale rechtspraak zal een rechter uw bitcoins wellicht lokaliseren waar u, als houder van de private sleutels, uw gewone verblijfplaats heeft. Woont u in België, dan wijst dat naar Belgisch recht.
Maakt het uit of mijn crypto-activa bij een exchange of bewaarnemer staan?
Ja. Bij bewaargeving ligt de effectieve controle over de sleutels bij de bewaarnemer, zodat diens vestigingsplaats als aanknopingspunt kan dienen. Bovendien moet de bewaarovereenkomst onder artikel 75 van de MiCA-verordening het toepasselijke recht vermelden; controleer die clausule vóór u tekent.
Kan ik zelf kiezen welk recht op mijn tokens van toepassing is?
Bij een tokenuitgifte kan de emittent een rechtskeuze opnemen in het actief zelf of in de documentatie. De UNIDROIT-beginselen en de Amerikaanse UCC-amendementen erkennen zo’n keuze als eerste aanknopingscriterium, op voorwaarde dat zij uitdrukkelijk en voor elke derde kenbaar is. Of een Belgische rechter een zuiver zakenrechtelijke rechtskeuze zal aanvaarden, is nog niet uitgemaakt; de keuze opnemen kost echter niets en versterkt uw positie.
Conclusie
De vraag welk recht de eigendom van crypto-activa beheerst, blijft in België onbeantwoord door de wetgever: de aanknopingsregels van het WIPR zijn geschreven voor goederen met een ligging, vorderingen met een schuldenaar en effecten met een register op één plaats. De internationale rechtspraak, van Londen over Singapore tot Tokio, vult die leemte met een werkbaar criterium: het recht van de gewone verblijfplaats van wie de private sleutels effectief controleert. Wie vandaag in België crypto-activa uitgeeft, bewaart of erover procedeert, doet er goed aan de rechtskeuze en het bewijs van controle van bij het begin op orde te hebben.



