Wanneer u het niet eens bent met een beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), kunt u beroep aantekenen bij het Marktenhof. Maar aan welke formele eisen moet dit beroep voldoen om niet onmiddellijk onontvankelijk te worden verklaard? Een arrest van 25 februari 2026 bevestigt dat de drempel voor de ontvankelijkheid relatief laag ligt, zelfs als de juridische argumentatie summier is, al betekent dit niet dat de vordering hiermee ook inhoudelijk gegrond zal worden bevonden.
De feiten en de juridische context
Het geschil ontstond nadat een burger een klacht indiende bij de GBA tegen een incassobureau. De burger beriep zich op het recht om vergeten te worden (het recht op gegevenswissing). De Geschillenkamer van de GBA besloot echter de klacht te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de Wet tot oprichting van de GBA (WOG).
De GBA motiveerde dit sepot door te stellen dat de klacht een nevengeschil vormde bij een breder conflict over een vermeende betalingsachterstand. Volgens de GBA was de burgerlijke rechter of een andere autoriteit beter geplaatst om het volledige dossier te beoordelen.
De burger liet het hier niet bij en tekende beroep aan bij het Marktenhof.
De beslissing en de regelgeving
Opmerkelijk was dat de verzoeker dit deed zonder advocaat, nadien geen conclusies (uitgebreide juridische argumentatie) neerlegde en zelfs niet kwam opdagen op de zitting. De GBA wierp op dat het verzoekschrift tot hoger beroep nietig was. Volgens de autoriteit voldeed het document niet aan artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek, omdat een duidelijke samenvatting van de middelen (de juridische argumenten) zou ontbreken
Het Marktenhof diende in de eerste plaats dus te oordelen over de geldigheid van het verzoekschrift. De WOG legt een termijn van dertig dagen op om in beroep te gaan, maar specificeert verder geen vormvereisten voor de inleidende akte. Daarom valt men terug op het algemene procesrecht.
Volgens artikel 1057, 7° en artikel 1034ter, §4 van het Gerechtelijk Wetboek moet een verzoekschrift, op straffe van nietigheid, een uiteenzetting van de grieven en een korte samenvatting van de middelen bevatten. Het Marktenhof oordeelde dat dit niet extreem streng moet worden geïnterpreteerd. Het is voldoende dat de verzoeker duidelijk maakt waarom hij zich benadeeld voelt en minstens summier zijn middelen opsomt, zodat de GBA zich kan verdedigen en de rechter de draagwijdte kan nagaan. Omdat de verzoeker zes middelen (bezwaren) had opgelijst, achtte het Hof dit voldoende duidelijk als aanzet voor het debat. Het verzoekschrift was dus geldig en ontvankelijk.
Desondanks trok de verzoeker ten gronde aan het kortste eind. Het Hof oordeelde dat de GBA haar bevoegdheid om klachten te seponeren (het opportuniteitsbeginsel) correct had toegepast, aangezien de klacht slechts een nevengeschil was van een bredere discussie over een betalingsachterstand.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak illustreert een boeiende en actuele spanningsveld tussen de laagdrempeligheid van de rechtspleging enerzijds en de eisen van een kwalitatief juridisch debat anderzijds.
Het Marktenhof hanteert in dit specifieke arrest een opvallend soepele interpretatie van de artikelen 1034ter en 744 van het Gerechtelijk Wetboek. Het Hof past hier het bekende adagium Da mihi factum, dabo tibi ius (geef mij de feiten, ik geef u het recht) zeer ruim toe. Dit staat in schril contrast met de procedure voor bijvoorbeeld de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waar het procedurereglement uitdrukkelijk vereist dat de verzoeker reeds in het verzoekschrift de concrete schending van een rechtsregel aanwijst. Voor federale regulatoren (zoals de GBA, FSMA of NBB) geldt via het Marktenhof dus schijnbaar een vergevingsgezinder regime inzake de toegang tot de rechter.
Toch moet deze soepelheid sterk genuanceerd worden. De rechtstoegang is laagdrempelig, maar zeker niet volledig vormvrij. Het is immers vermeldenswaardig dat het Marktenhof in eerdere rechtspraak wél oordeelde dat een verzoekschrift nietig was wegens het ontbreken van voldoende kwalitatieve middelen. Er is dus wel degelijk een absolute juridische ondergrens. Een rudimentaire opsomming van grieven kan volstaan als aanzet voor het debat, maar een verzoekschrift dat wezenlijk tekortschiet in de formulering van de bezwaren zal onverbiddelijk stranden.
De kern van de zaak betrof overigens de bevoegdheid van de GBA om klachten zonder gevolg af te sluiten (seponeren). Het Hof onderstreept dat de GBA een eigen prioritering mag hanteren. Wanneer een klacht slechts een onderdeel is van een groter privaatrechtelijk geschil (zoals een schuldinvordering), kan de GBA legitiem oordelen dat haar tussenkomst niet efficiënt of opportuun is . Dit is in lijn met artikel 57.1.f van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR), dat stelt dat een autoriteit klachten onderzoekt “in de mate waarin dat gepast is”.
Een laatste juridisch punt uit dit arrest betreft de afwijzing van de vordering wegens procesrechtsmisbruik. De GBA vorderde op de zitting zelf een schadevergoeding van 1.800 euro omdat de verzoeker de procedure vertraagde door niet op te dagen en niet te antwoorden. Het Hof wees dit resoluut af. Een vordering tot schadevergoeding of het opleggen van nutteloze kosten (artikel 780bis en artikel 1017 Ger. W.) moet te allen tijde het beginsel van hoor en wederhoor respecteren. Omdat de GBA deze claim pas op de zitting stelde—en niet vooraf in haar schriftelijke conclusies—kon de afwezige verzoeker zich hiertegen niet verdedigen. Het Hof weigerde daarom in te gaan op deze vordering.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft belangrijke implicaties voor zowel burgers als bedrijven die betrokken zijn bij GBA-procedures:
- Voor de burger (klager): U hoeft geen volleerd jurist te zijn om een beroep ontvankelijk te laten verklaren bij het Marktenhof. Een heldere lijst met punten waarom u het niet eens bent met de GBA kan volstaan. Echter, om effectief te winnen, moet u kunnen aantonen dat de GBA haar boekje te buiten ging of de feiten manifest verkeerd heeft beoordeeld.
- Voor regulatoren: U kunt er niet zomaar van uitgaan dat een gebrekkig opgesteld verzoekschrift van een leek door de rechter nietig wordt verklaard. U zult zich ten gronde moeten voorbereiden. Bovendien moet u eventuele vorderingen voor tergend en roekeloos geding of procesrechtsmisbruik tijdig en schriftelijk in uw conclusies opnemen. Doet u dit pas op de zitting, dan vist u achter het net.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Mag de GBA weigeren mijn klacht inhoudelijk te behandelen?
Ja, de GBA heeft een discretionaire bevoegdheid en hanteert een eigen sepotbeleid. Zij kan autonoom beslissen om een klacht zonder verder gevolg af te sluiten als een vervolgonderzoek niet opportuun is, bijvoorbeeld wanneer de impact beperkt is of wanneer het gaat om een nevengeschil dat eigenlijk door een andere rechter moet worden beslecht.
Kan ik zelf beroep aantekenen tegen de GBA zonder advocaat?
Ja, dat is mogelijk. Het Marktenhof stelt geen onoverkomelijke formele eisen aan de formulering van uw argumenten in het verzoekschrift, zolang het voor de tegenpartij duidelijk is waartegen u zich verzet
Kan ik een boete krijgen als ik een procedure start maar niet kom opdagen op de zitting?
Dat is mogelijk. De wet (artikel 780bis Ger.W.) voorziet straffen voor procesrechtsmisbruik. Echter, de tegenpartij of de rechter moet u altijd eerst de kans geven om u hiertegen te verdedigen (het recht op tegenspraak). Een dergelijke eis kan in de regel niet voor het eerst mondeling op de zitting worden geëist als u afwezig bent.
Wat zijn de kosten van een beroep bij het Marktenhof?
De verliezende partij wordt doorgaans veroordeeld tot de kosten. In deze zaak bedroeg het rolrecht 400 euro en was er een bijdrage van 26 euro aan het Budgettair Fonds verschuldigd.
Conclusie
Dit arrest bevestigt dat de drempel tot de rechter in België laag blijft in gegevensbeschermingszaken, maar herinnert ons er ook aan dat een ontvankelijk beroep niet automatisch leidt tot gelijk krijgen. De beoordelingsvrijheid van de GBA blijft een stevige juridische horde.



