Stelt u zich voor: u bent een muzikant of DJ en ontdekt jaren later dat een van uw oude opnames is gesampled in een bekend nummer. U meent recht te hebben op een vergoeding voor het gebruik van die specifieke opname. Maar wie is juridisch gezien de houder van de rechten op die geluidsopname – het zogenaamde naburige recht van de fonogramproducent (niet te verwarren met het auteursrecht)? Bent u dat als het creatieve brein achter de track, of is het de platenmaatschappij die de opname destijds financierde?
Deze vraag stond centraal in een uitspraak van het Hof van Cassatie van 13 juni 2025. De zaak, die werd aangespannen tegen een Gents muziekbedrijf, werpt een licht op het onderscheid tussen de creatieve producent en de producent van het fonogram, en de bewijsvoering die daarbij komt kijken.
De feiten: waar ging de discussie over?
De zaak draaide om een artiest (Martin Luna) en zijn licentienemer (High Fashion Music Bv), die beweerden de houders te zijn van de naburige rechten op een masteropname uit 1990 van het muzieknummer “In the Mix”. Volgens hen bevatte het nummer ‘Pump it Up!’ van zanger Danzel uit 2004, uitgebracht door het Gentse label NEWS, een sample uit hun originele opname zonder dat daarvoor toestemming was gevraagd. Zij eisten dan ook een staking van het gebruik en een schadevergoeding.
Het verweer van NEWS was fundamenteel: zij betwistten dat de eisers wel de effectieve houders waren van de geclaimde naburige rechten.
De kern van de zaak: het wettelijk vermoeden voor de producent
Om een inbreuk op de naburige rechten van de fonogramproducent te bestrijden, moet u eerst bewijzen dat u de houder van die rechten bent. Het Belgische recht helpt hierbij een handje via artikel XI.209, § 2 van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Deze bepaling voorziet in een wettelijk vermoeden:
“Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als de producent van fonogrammen of van eerste vastleggingen van films aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.”
Dit vermoeden is belangrijk en het verlicht de bewijslast aanzienlijk. Als u ‘als dusdanig’ vermeld staat als producent, is het aan de tegenpartij om te bewijzen dat u het niet bent.
Het oordeel van het hof van beroep en het Hof van Cassatie
1. De vermelding “Produced by” is niet altijd voldoende
De eisers baseerden zich op de vermelding “Produced by Martin Luna” op de vinylplaat van “In the Mix”. Het hof van beroep te Antwerpen, in zijn arrest van 14 juni 2023, volgde deze redenering echter niet en het Hof van Cassatie bevestigde nu dat deze beslissing juridisch correct was.
Waarom volstond de vermelding niet? De rechter moet rekening houden met de volledige context op de drager en de gebruiken in de sector. Op het label stonden nog andere, cruciale vermeldingen:
- “Additional production by Tyree Cooper and Rocky Jones”.
- “All tracks are original DJ International recordings”.

Het hof oordeelde dat de combinatie van “Produced by” en “Additional production” eerder wees op de rol van creatieve producent – degene die het artistieke proces begeleidt. Dit is een andere rol dan die van de producent van het fonogram. Deze laatste is de persoon of onderneming die het financiële en commerciële risico van de opname draagt, doorgaans de platenmaatschappij.
Omdat de vermelding “DJ International recordings” ook op het label stond, was het onduidelijk wie nu ‘als dusdanig’ werd aangeduid als de producent die het ondernemingsrisico droeg. Het wettelijk vermoeden kon daardoor niet worden toegepast. De bewijslast kwam zo weer volledig bij de eisers te liggen, die volgens het hof onvoldoende andere bewijzen aanleverden.
2. De relativiteit van overeenkomsten
De eisers probeerden hun rechten ook te bewijzen via een dadingsovereenkomst met Universal Music, waarin Universal erkende dat de eiser de houder was van de rechten. Ook dit argument werd door het Hof van Cassatie van tafel geveegd. Het Hof herinnerde aan het basisprincipe van de relativiteit van overeenkomsten (het vroegere art. 1165 oud Burgerlijk Wetboek – thans artikel 5.103 Burgerlijk Wetboek): een overeenkomst brengt enkel gevolgen teweeg tussen de contracterende partijen. Aangezien het Gentse label NEWS geen partij was bij die dading, kon de inhoud ervan niet tegen haar worden ingeroepen.
Praktische gevolgen voor muzikanten, producers en labels
Dit arrest is een belangrijke wake-upcall voor iedereen die actief is in de muziekwereld. De belangrijkste lessen zijn:
- Zorg voor duidelijke contracten: Verlaat u niet op aannames. Leg contractueel vast wie de producent van het fonogram is (wie het financiële risico draagt) en wie louter als creatief of artistiek producent optreedt. Dit voorkomt discussies achteraf.
- Wees precies in uw credits: De vermeldingen op een fysieke release of op digitale platformen zijn van kapitaal belang. Een vage vermelding kan u het voordeel van het wettelijk vermoeden kosten. Overweeg expliciete vermeldingen zoals “fonogramproducent” of “muziekproducent”, dan wel het gebruik van het ℗-symbool, dat specifiek verwijst naar het naburige recht op de geluidsopname.
- Het bewijsrisico ligt bij de eiser: Zonder een duidelijk vermoeden, moet u als eiser hard kunnen maken dat u de naburige rechten bezit. Voor oudere opnames, waar contracten soms verloren zijn gegaan, kan dit een zeer moeilijke opdracht zijn.
Conclusie en hoe wij u kunnen helpen
Het arrest van het Hof van Cassatie van 13 juni 2025 onderstreept het cruciale belang van juridische precisie in de muzieksector. Een vermelding als “producer” is geen garantie op de naburige rechten van de fonogramproducent. Het is de partij die het financiële en organisatorische initiatief neemt die met deze rechten wordt beschermd.
Heeft u vragen over uw naburige rechten, het opstellen van productie- of licentieovereenkomsten, of wordt u geconfronteerd met een inbreuk op uw intellectuele eigendom? Ons kantoor is gespecialiseerd in intellectuele eigendomsrechten en staat u graag bij met deskundig en praktisch advies.
