De inzet van ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) door lokale besturen om verkeersregels te handhaven, neemt exponentieel toe. Een beslissing van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) van 12 maart 2026 (nr. 56/2026) maakt echter duidelijk dat gemeenten deze technologie niet zomaar als wondermiddel mogen inzetten. Om de privacy van burgers te beschermen, is een waterdichte juridische basis, een strikte proportionaliteitstoets en een onberispelijke technische beveiliging vereist. Ontbreken deze, dan is de gegevensverwerking onrechtmatig en stelt de overheid zich bloot aan sancties.
De feiten
De zaak draait rond een lokaal project, genaamd “Minder verkeer, beter wonen”, waarmee de gemeente Dilbeek via een vergunningensysteem en ANPR-camera’s sluipverkeer wilde tegengaan. De gemeente voerde een toegangsverbod in, aangeduid met het verkeersbord C3, dat gold tijdens de spitsuren.
Om het systeem werkbaar te maken, werkte de gemeente met een zogenaamde ‘whitelisting’ of vergunningslijst. Volgende categorieën kregen of konden een vergunning aanvragen:
- Bewoners en handelaars die in de vergunningszone wonen of werken.
- Bezoekers van deze bewoners en handelaars, mits registratie door de bewoner of handelaar.
- Voertuigen voor dienstverlening, gemeentediensten en afvalbeheer.
- Zorgverleners, zoals dokters, thuisverpleging en kinesisten.
Wanneer een voertuig zonder vergunning de zone tijdens de verbodsuren doorkruiste, registreerden de ANPR-camera’s dit automatisch als een overtreding.
Een inwoner van de gemeente diende hierop een klacht in bij de GBA. Hij stelde dat de inzet van de camera’s buitensporig was en weigerde zijn persoonsgegevens (en die van zijn bezoekers) prijs te geven om door de wijk te mogen rijden, waardoor hij zich genoodzaakt zag zich enkel nog per fiets te verplaatsen.
De beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit
De Geschillenkamer van de GBA oordeelde hard en stelde meerdere zware inbreuken vast op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) en nationale wetgeving. De gemeente kreeg hiervoor een officiële berisping. De belangrijkste vaststellingen zijn:
- Geen geldige rechtsgrond (Artikel 6.1.e AVG): De gemeente beriep zich op haar taak van algemeen belang, maar kon niet aantonen dat zij vooraf de vereiste afweging had gemaakt tussen de noodzakelijkheid van het project en de privacybelangen van de burgers.
- Schending van dataminimalisatie en privacy by design (Art. 5.1.c en 25 AVG): De gemeente onderzocht wel verkeerskundige alternatieven, maar toetste vooraf niet of het doel kon worden bereikt met minder ingrijpende gegevensverwerkingen.
- Buitensporige databewaring en ongeoorloofde koppelingen: Er was geen duidelijke bewaartermijn vastgelegd voor vergunningsaanvragen en in de praktijk werden gegevens te lang bewaard. Bovendien oordeelde de GBA dat het structureel koppelen en samen bewaren van de gegevens van bezoekers aan de gegevens van bewoners een te verregaande inmenging in de persoonlijke levenssfeer vormt.
- Onrechtmatige raadpleging van databanken: De gemeente raadpleegde het chassisnummer in de Kruispuntbank van de Voertuigen (KBV/DIV) zonder dat zij hiervoor over de juiste machtiging beschikte.
- Gebrekkige logging (GAS-wet en Rijksregisterwet): Bij het raadplegen van de Kruispuntbank van de Voertuigen en het Rijksregister kon de gemeente niet de wettelijk vereiste, volledige logbestanden voorleggen.
- Inadequate Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB/DPIA): De uitgevoerde GEB was volstrekt onvoldoende. De systematische raadpleging van het Rijksregister werd niet vermeld, de datastromen rond bezoekersregistratie ontbraken, en de risico’s voor de rechten van betrokkenen werden niet correct beoordeeld.
Juridische analyse en duiding
Deze beslissing is een belangrijk precedent inzake de grenzen van lokale handhaving via technologie. De Geschillenkamer beklemtoont dat de inzet van ANPR-systemen grootschalig, continu en vaak ongericht is, wat het risico op verregaande inbreuken op fundamentele rechten aanzienlijk vergroot in vergelijking met traditioneel toezicht.
Het procesbelang: gedragsaanpassing is voldoende
Een zeer opmerkelijk juridisch luik in deze uitspraak is de beoordeling van het procesbelang van de klager. De gemeente wierp op dat de klager geen actueel of persoonlijk belang had, aangezien zijn gegevens niet effectief werden verwerkt (hij reed immers niet meer met de wagen door de zone). De GBA, in navolging van rechtspraak van het Hof van Cassatie en het Hof van Justitie, verwerpt dit verweer. Het feit dat een burger zijn gedrag in de publieke ruimte moet aanpassen (zoals de wijk vermijden) om een inbreukmakende gegevensverwerking niet te hoeven ondergaan, volstaat ruimschoots om een rechtmatig belang te hebben bij een klacht. Dit zet de deur open voor proactieve klachten van mondige burgers tegen oprukkende cameranetwerken.
De proportionaliteitstoets en rechtsgrond
Voor juristen is de analyse van de rechtsgrond (art. 6.1.e AVG) belangrijk. Een lokale overheid kan niet louter verwijzen naar haar algemene bevoegdheid inzake “veilige en vlotte verkeersafwikkeling” (zoals art. 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet) als een blanco cheque voor massasurveillance. De wetgevende norm moet de essentiële kenmerken van de verwerking vastleggen. Is dit niet het geval, dan verschuift de bewijslast naar de verwerkingsverantwoordelijke: de gemeente moét zelf vooraf, expliciet en gedocumenteerd een afweging maken tussen de noodzaak van de verwerking en de privacyrechten. Zonder deze gedocumenteerde afweging is de verwerking de facto onrechtmatig. Dit sluit naadloos aan bij het autonome Europese begrip van ‘noodzakelijkheid’ zoals geformuleerd in de Huber– en Schecke-arresten van het Hof van Justitie.
Strenge eisen voor raadpleging van authentieke bronnen
Ten slotte stelt deze uitspraak een pijnpunt scherp in de samenwerking tussen overheden en IT-leveranciers. Lokale besturen dragen de eindverantwoordelijkheid voor de wettelijke verplichtingen inzake IT-security en logging, zoals vastgelegd in artikel 19/1 van de GAS-wet en artikel 17 van de Rijksregisterwet. Dat een IT-subverwerker weigert zijn systemen aan te passen vanwege een eigen “kosten-batenafweging”, is geen geldig excuus voor de gemeente. Sterker nog: deze beveiligingslekken leidden tijdens het onderzoek tot een bevel tot onmiddellijke opschorting van het cameraproject door de Inspectiedienst.
Wat dit concreet betekent in de praktijk
Deze uitspraak heeft aanzienlijke gevolgen voor alle partijen die betrokken zijn bij de lokale verkeershandhaving:
- Voor lokale besturen (steden en gemeenten): Het is tijd voor een dringende doorlichting van alle lopende en geplande ANPR-projecten. Een degelijke, voorafgaande en uitgebreide Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA/GEB) is absoluut verplicht. Daarin moet bewezen worden waarom fysieke barrières (zoals verzinkbare palen) of occasionele politiecontroles niet volstaan. Ook de contracten met IT-leveranciers moeten worden herzien om sluitende garanties te eisen rond wettelijke logbestanden en dataminimalisatie.
- Voor burgers en belangenverenigingen: U hoeft niet te wachten tot u onterecht beboet wordt. De loutere aanwezigheid van een privacyschendend camerasysteem dat uw mobiliteitsgedrag beïnvloedt, is voldoende grond om actie te ondernemen bij de bevoegde toezichthouders.
- Voor IT-leveranciers en verwerkers: ‘Privacy by design’ is geen dode letter. Software moet standaard zo gebouwd worden dat bewaartermijnen automatisch aflopen, dat bezoekersgegevens niet nutteloos gekoppeld blijven aan bewoners, en dat raadplegingen van overheidsdatabanken minutieus gelogd worden (wie, wat, wanneer en waarom).
Veelgestelde vragen (FAQ)
Mag een gemeente ANPR-camera’s gebruiken voor verkeershandhaving?
Ja, maar enkel onder strikte voorwaarden. De gemeente moet vooraf documenteren waarom de inzet van camera’s absoluut noodzakelijk en proportioneel is in verhouding tot de privacy van de burger. Dit wordt bij voorkeur vastgelegd in een sluitende Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB/DPIA). Er moeten tevens strenge technische waarborgen zijn inzake dataminimalisatie en beveiliging.
Kan ik als burger een klacht indienen tegen een ANPR-camera in mijn straat, ook als ik geen boete heb gehad?
Ja. De rechtspraak stelt dat u een persoonlijk en rechtmatig belang heeft zodra u uw gedrag in de publieke ruimte moet aanpassen (bijvoorbeeld een andere route kiezen of de wagen laten staan) om te ontsnappen aan de ongewenste verwerking van uw persoonsgegevens door de camera.
Wat zijn de regels rond het koppelen en bewaren van nummerplaten van bezoekers in een vergunningszone?
Gegevens mogen niet langer bewaard worden dan strikt noodzakelijk. Bovendien oordeelt de Gegevensbeschermingsautoriteit dat het standaard koppelen en gezamenlijk bewaren van de nummerplaat van een bezoeker aan de persoonsgegevens van een lokale bewoner een overmatige en onrechtmatige inbreuk op de privacy vormt.
Conclusie
De inzet van nieuwe technologieën door de overheid botst steeds vaker op fundamentele privacyrechten. Werkt u als (Belgische of Vlaamse) overheid aan een ‘smart city’-project of de implementatie van ANPR, of wordt u als burger of onderneming geconfronteerd met disproportionele controlesystemen? Dan is tijdig en gespecialiseerd juridisch advies onmisbaar om kostbare fouten of inbreuken te voorkomen.



