Mededinging in de farmaceutische sector in België

België staat wereldwijd bekend als de “Pharma Valley” van Europa, een positie die gepaard gaat met verscherpt toezicht door de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA). Sinds 2015 beschouwt de BMA de farmaceutische sector als een absolute topprioriteit, waarbij de focus ligt op drie pijlers: het aanpakken van kartelafspraken, het bestrijden van misbruik van machtspositie en een striktere controle op fusies en overnames. Hieronder analyseren we wat het mededingingsrecht betekent voor spelers in de zorg- en farmasector.

1. Horizontale afspraken

De BMA treedt streng op tegen samenwerkingen die de concurrentie beperken, zelfs wanneer deze op het eerste gezicht legitiem lijken.

Category Management onder vuur

Een van de meest opmerkelijke recente dossiers is de zaak rond “Space Management” (SMAN). Hierbij werkten fabrikanten van vrij verkrijgbaar geneesmiddelen (OTC) samen om de schapruimte in apotheken in te delen. Het project opgericht door 3 partners (Johnson & Johnson Consumer, Boehringer Ingelheim and Haleon) had officieel tot doel de verkoop te bevorderen door een logische indeling voor de consument. De BMA oordeelde echter dat het systeem misbruikt werd voor marktverdeling:

  • Visuele uitsluiting: Producten van concurrenten (de zogenaamde “renters”) werden naar de zijkanten van de schappen verdrongen of zelfs geweerd als ze de zichtbaarheid van de 3 partners zouden hinderen.
  • Informatie-uitwisseling: De partners kregen gedetailleerde inzichten in de verkoop en plaatsing van producten van concurrenten.
  • Handhaving: Apotheken die zich niet aan de opgelegde planogrammen hielden, werden uit het project gezet. Dit leidde tot een schikking, wat uitzonderlijk is voor ‘category management’-zaken wereldwijd.

Het groothandelaarskartel en de ‘transfer orders’

Ook hoger in de keten greep de BMA in. In de zaak rond farmaceutische groothandelaars (Febelco, Pharma Belgium-Belmedis en CERP) werd het “Transfer Orders System” (TOS) onder de loep genomen. Het TOS laat apothekers toe rechtstreeks bij fabrikanten te bestellen tegen gunstige voorwaarden, waarbij de groothandelaar enkel de logistiek en facturatie verzorgt. De BMA ontdekte dat groothandelaars de marges en diensten binnen dit systeem coördineerden om hun centrale rol in de keten te beschermen en directe verkoop door fabrikanten te ontmoedigen.

Juridisch unicum: Dit was de eerste “hybride” schikking in België. Terwijl Febelco (immuniteit) en PBB schikten, vocht CERP de zaak aan, wat uiteindelijk leidde tot een boete van bijna 780.000 euro wegens een inbreuk “naar strekking”.

Beroepsorganisaties als rem op innovatie

De BMA viseert ook beroepsverenigingen die hun deontologische bevoegdheden inzetten voor commerciële doeleinden. De Orde der Apothekers werd zwaar gesanctioneerd voor het tegenwerken van MediCare-Market, een nieuw retailmodel. De Orde gebruikte tuchtprocedures en rechtszaken om deze nieuwkomer tegen te gaan, onder het mom van de bescherming van de volksgezondheid. De BMA oordeelde echter dat “publieke dienstverlening” geen geldig excuus is voor concurrentiebeperking. Daarnaast werd de Orde op de vingers getikt voor het verbieden van reclame via Google AdWords en sociale media voor niet-geneesmiddelen (parafarmacie), wat een ongerechtvaardigde beperking van de commerciële vrijheid bleek.

Nieuw in 2025: richtlijnen voor combinatietherapieën

Positief nieuws is er ook: in september 2025 publiceerde de BMA richtlijnen voor farmabedrijven die samenwerken rond combinatietherapieën (behandelingen die meerdere middelen combineren). De BMA biedt nu rechtszekerheid over welke data wél en niet gedeeld mogen worden tijdens terugbetalingsprocedures:

  • Toegelaten: Epidemiologische data, patiëntgegevens en therapeutische waarde.
  • Verboden: Nettoprijzen, marges, kostenstructuren en de verdeling van de therapeutische waarde over de componenten.

2. Misbruik van machtspositie

Bedrijven met een dominante marktpositie moeten extra waakzaam zijn. De BMA focust sterk op strategieën die concurrenten vertragen of uitsluiten.

Slechtmaking: Novartis vs. Roche

Het zwartmaken van concurrenten staat hoog op de radar. Novartis kreeg een boete van 2,78 miljoen euro omdat het artsen en ziekenhuizen misleidde over de risico’s van het ‘off-label’ gebruik van Avastin® (een middel van Roche) voor oogziekten, ten voordele van zijn eigen (duurdere) middel Lucentis®. De BMA oordeelde dat de waarschuwingen, gegeven op een moment dat wetenschappelijke studies de veiligheid van Avastin® al aantoonden, bedoeld waren om de markt af te schermen. Opvallend is dat de boete lager uitviel dan in een vergelijkbare Franse zaak, omdat de BMA rekening hield met de initiële periode van wetenschappelijke onzekerheid.

Marktafscherming biosimilars

De strijd om biosimilars (goedkopere biologische geneesmiddelen) woedt hevig. In maart 2025 stuurde de BMA een mededeling van grieven naar Roche. Het vermoeden is dat Roche een strategie implementeerde om de intrede van biosimilars voor zijn kankermedicijnen (MabThera® en Herceptin®) te vertragen. Dit past in een breder beleid van de Belgische overheid om de overstap naar biosimilars in ziekenhuizen te versnellen via verplichte aanbestedingen.

Prijszetting: excessief of legitiem?

Niet elke hoge prijs is een inbreuk. In de zaak Leadiant, betreffende het weesgeneesmiddel CDCA, besloot de Belgische auditeur – in tegenstelling tot collega’s in Nederland, Italië en Spanje – niet te vervolgen voor excessieve prijzen. De reden was specifiek Belgisch: in onze markt konden ziekenhuisapotheken makkelijker terugvallen op magistrale bereidingen als alternatief, waardoor de marktmacht van Leadiant in de praktijk beperkter was.

Ook roofprijzen zijn niet altijd onrechtmatig. In de zaak Docpharma / Eli Lilly werd een prijsverlaging van 80% door Eli Lilly, die de generieke concurrent Docpharma uit de markt duwde, door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Brussel toegestaan. De rechter aanvaardde het verweer dat Eli Lilly slechts zijn voorraad van een “end-of-life” product aan het liquideren was in reactie op nieuwe wetgeving, en niet de intentie had om de markt te monopoliseren.

Parallelhandel: weigering tot levering mag (soms)

Een veelvoorkomend conflict betreft parallelhandel. Mag een fabrikant leveringen weigeren aan een groothandelaar die alles exporteert naar duurdere landen? In de Bofar-zaak bevestigde de Raad van de Mededinging (in navolging van het Syfait II-arrest) dat dit onder voorwaarden mag. Een dominante onderneming moet “gewone” bestellingen voor de nationale markt honoreren, maar mag orders weigeren die disproportioneel zijn en duidelijk gericht op export. Bofar, dat uitsluitend exporteerde en de Belgische markt niet bediende, kon daarom geen levering afdwingen.

3. Fusiecontrole

De spelregels rond fusies en overnames zijn veranderd. Waar vroeger enkel de omzetdrempels bepalend waren, kijkt de BMA nu verder.

Lokale markten blijven cruciaal

Bij de overname van 92 apotheken van Popelin door Multipharma, dook de BMA diep in de lokale marktanalyse. De fusie werd enkel goedgekeurd onder voorwaarde van desinvesteringen in specifieke gemeenten (Mechelen en Willebroek) waar het marktaandeel boven de 50% zou stijgen. De BMA hield hierbij rekening met de strenge vestigingswetgeving en het moratorium op nieuwe apotheken, waardoor nieuwe toetreding in die buurten quasi onmogelijk is.

Ziekenhuizen

Rond ziekenhuisfusies woedde een politiek gevecht. De wetgever heeft de omzetdrempels voor meldingsplicht in 2024 drastisch verhoogd (naar 900 miljoen euro gezamenlijke omzet), waardoor de meeste ziekenhuisfusies nu buiten de voorafgaande controle van de BMA vallen. De BMA heeft dit verlies aan bevoegdheid publiekelijk betreurd en waarschuwt dat ze haar “restbevoegdheden” zal gebruiken om toch in te grijpen via onderzoeken achteraf als er sprake is van misbruik.

De ‘Towercast’-doctrine: geen veilige havens meer

De belangrijkste waarschuwing voor farmabedrijven is de toepassing van het Europese Towercast-arrest. Hierdoor kan de BMA fusies die onder de omzetdrempels vallen (en dus niet meldingsplichtig zijn), tóch onderzoeken als mogelijk misbruik van machtspositie. Dit is geen theorie meer: de BMA paste dit al toe in de Proximus/EDPnet zaak en in de voedingssector. Voor de farmasector is dit cruciaal vanwege de zogenaamde “killer acquisitions”: het opkopen van kleine, innovatieve start-ups om toekomstige concurrentie te voorkomen. Zelfs als de overnameprooi weinig omzet draait, riskeert de koper nu een onderzoek achteraf.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is het toegestaan om mijn octrooien juridisch af te dwingen als de geldigheid ervan wordt betwist door een concurrent?
Ja. In de zaak Merck Generics / MSD bevestigde de mededingingsautoriteit dat het louter handhaven van een octrooi of aanvullend beschermingscertificaat (ABC), zelfs als de geldigheid wordt aangevochten, geen misbruik van machtspositie is. Zolang het octrooi niet vernietigd is, heeft de houder het recht zijn intellectuele eigendom te verdedigen.

Ik ben een groothandelaar/exporteur en de fabrikant weigert mij te leveren. Is dit misbruik?
Dat hangt af van uw profiel. Als u een groothandelaar bent die de lokale markt bevoorraadt, is een weigering om “gewone” bestellingen te leveren vaak problematisch. Bent u echter een speler die zich louter op export richt (zoals in de Bofar-zaak), dan mag een fabrikant leveringen beperken om zijn commerciële belangen te beschermen tegen parallelhandel, mits proportioneel.

Mag ik als farmabedrijf informatie uitwisselen met een concurrent voor een combinatietherapie?
Ja, maar onder strikte voorwaarden. De BMA-richtlijnen van 2025 staan toe dat u gegevens deelt over epidemiologie, patiëntaantallen en therapeutische waarde. Het is echter strikt verboden om informatie te delen over nettoprijzen, marges of kostenstructuren. Het gebruik van onafhankelijke derden of “clean teams” wordt sterk aanbevolen.

Mijn overname blijft onder de omzetdrempels. Ben ik veilig voor een BMA-onderzoek?
Nee, niet langer. Door de toepassing van de Towercast-doctrine kan de BMA ook niet-aanmeldingsplichtige fusies onderzoeken als ze vermoedt dat er sprake is van misbruik van machtspositie. Dit geldt zeker als u een innovatieve concurrent overneemt.

Conclusie

De boodschap van de Belgische Mededingingsautoriteit is helder: de farmaceutische sector blijft “top of mind”. De autoriteit toont zich creatief in het gebruik van haar instrumenten: van het aanpakken van category management en beroepsregels tot het inzetten van de Towercast-doctrine voor kleine overnames. Voor marktspelers betekent dit dat compliance verder moet gaan dan standaardcontracten. Elke vorm van overleg met concurrenten, elke strategie rond biosimilars en elk distributiemodel vereist een grondige mededingingsrechtelijke toets.


Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics