Wordt de Le Pliage handtas van Longchamp nu al dan niet beschermd?

De laatste jaren hebben Belgische rechters zich veelvuldig moeten uitspreken over de vraag of de bekende Le Pliage handtas van Longchamp nu al dan niet door het auteursrecht wordt beschermd. Er is immers maar sprake van een auteursrechtelijke inbreuk wanneer een oorspronkelijk/origineel werk wordt gekopieerd.

De hoven van beroep te Brussel en Luik oordeelden in 2004 en 2006 dat er wel degelijk auteursrechtelijke bescherming toekomt aan de handtas. Het hof van beroep te Gent was echter een andere mening toegedaan en oordeelde in een arrest van 20 oktober 2014 van niet. Dit arrest werd – op juridisch-technisch vlak – bevestigd door het Hof van Cassatie in een arrest van 17 februari 2017.

Het was dan ook afwachten wat de volgende stap zou zijn in deze saga. Zou deze tweespalt bevestigd worden of zouden de hoven van beroep te Brussel en Luik hun rechtspraak wijzigen?

Deze gelegenheid kreeg het hof van beroep te Brussel in een procedure tussen Longchamp en Leonidas (die ‘namaak’ Le Pliage handtassen aan haar cliënteel had verspreid bij aankoop van minstens 28 euro chocolade). In een arrest van 26 juli 2018 bevestigde het hof van beroep te Brussel dat de Le Pliage handtas wel degelijk een oorspronkelijk werk is en dus beschermd wordt door het auteursrecht (een uitspraak die deels te verwachte was nu het hof van beroep te Brussel in een arrest van 19 juni 2015 – weliswaar in een beslag inzake namaak procedure – het arrest van het hof van beroep te Gent had bekritiseerd).

De tas die Leonidas verspreidde

Iets daarvoor had ook de rechtbank van koophandel te Antwerpen in een vonnis van 6 november 2017 bescherming toegekend.

In de praktijk bekende dit dus dat een handtas die bijvoorbeeld in de provincie Luik wordt verspreid namaak is, en een handtas die in de provincie West-Vlaanderen wordt verspreid perfect legaal is.

Dergelijke rechtspraak is geen uitzondering. Regelmatig wordt vastgesteld dat hoven van beroep een andere visie hebben over de auteursrechtelijke bescherming van een zelfde werk, of ook dat rechtbanken in verschillende lidstaten zich op dat vlak tegenspreken. De reden hiervoor ligt eigenlijk in het feit dat de invulling van het oorspronkelijkheidscriterium een subjectief gegeven is: wat voor de ene (rechter) origineel is, is dit niet noodzakelijkerwijze voor de andere (rechter). Het is dan ook zowel voor een rechthebbende als een inbreukpleger  niet altijd gemakkelijk te voorspellen op welke wijze zal geoordeeld worden in een bepaalde zaak.

Nochtans is er wel een trend zichtbaar in de rechtspraak, waarbij het hof van beroep te Gent de drempel van oorspronkelijkheid zeer hoog legt, en al vaak verrassende uitspraken heeft gedaan waarmee het een rechthebbende bescherming heeft ontzegd. Het hof van beroep te Gent wordt dan ook vaak het hof genoemd waar een inbreukpleger het meeste kans heeft op succes.

De vraag welk hof van beroep bevoegd is wordt bepaald door de woonplaats van de inbreukpleger maar ook door de plaats waar de inbreuken worden gepleegd. Een inbreukpleger die in Brugge woont en namaak enkel in Oost- en Westvlaanderen verspreidt, dient zich dan ook enkel – in graad van beroep – voor het hof van beroep te Gent te verantwoorden. Verspreidt hij deze namaak ook in de provincie Antwerpen of Vlaams-Brabant, dan kan dit ook voor het hof van beroep te Antwerpen of Brussel. Wordt namaak online verkocht, dan wordt de inbreukpleger geacht alle inwoners van België aan te spreken en kan de inbreukhandeling in elke provincie worden gelokaliseerd.

Aan een advocaat is dan ook de belangrijke taak weggelegd om de stand van de rechtspraak te kennen en vooral op de hoogte te zijn van de verschillen in de rechtspraak van de Belgische rechtscolleges.

U zoekt een advocaat om op te treden tegen namaak of om u te verdedigen tegen een beschuldiging van namaak?

 

 

Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten
Specialisatie: Intellectuele eigendom, ICT en privacy

Plaats commentaar