Maakt het versturen van een beschuldiging per e-mail naar 1 persoon laster en eerroof uit?

Kan het versturen van 1 e-mail naar 1 persoon met beschuldigingen over een ander persoon voldoende zijn om van laster en eerroof te spreken? Hierover sprak het Hof van Cassatie zich uit in een arrest van 15 september 2020.

Wat waren de onderliggende feiten?

Twee mede-eigenaars van een appartementsgebouw (laat ons ze gemakkelijkheidshalve Jan en Sara noemen) leefden al een tijdje in onmin. Jan had zich op een bepaald ogenblik ongevraagd op het terras van Sara begeven, waarna Sara klacht indiende tegen Jan. Wat Sara ook nog deed was een e-mail versturen naar de syndicus van het gebouw waarin ze vermelde dat ze tegen Jan een klacht heeft lopen omdat deze zich ongevraagd op haar terras begeven had. De syndicus stuurde deze e-mail door naar Jan alsook naar een derde persoon en nadien ook naar de advocaat van Jan. Jan besloot om een klacht wegens laster en eerroof in te dienen tegen Sara.

Het hof van beroep te Antwerpen sprak Sara evenwel vrij (en het Hof van Cassatie bevestigde deze uitspraak) omdat de voor het misdrijf van laster vereiste openbaarheid niet bewezen was. Het e-mailbericht is immers een niet-openbaar geschrift dat enkel aan de syndicus werd verstuurd, waarbij de verdere verspreiding ervan naar Jan, zijn advocaat en een derde persoon nooit gewild was door Sara en dus geen noodzakelijk gevolg was van het versturen van de e-mail naar de syndicus.

Bij toepassing van artikel 444, zesde lid Strafwetboek vereist het misdrijf van laster, gepleegd door geschriften die niet openbaar werden gemaakt, dat er een geschrift met een lasterlijke inhoud werd toegestuurd of meegedeeld aan verscheidene personen, waardoor de laster in de openbaarheid wordt gebracht. Die openbaarheid hoeft niet noodzakelijk het rechtstreeks gevolg te zijn van het optreden van de dader, maar kan ook onrechtstreeks voortvloeien uit zijn handelwijze, als het noodzakelijk gevolg ervan, waardoor blijkt dat hij dit gevolg heeft gewild.

Uit dit arrest onthouden we dus dat het versturen van een e-mail naar 1 persoon (met een beschuldiging over een ander persoon) geen laster en eerroof uitmaakt, ook al zou die persoon deze e-mail nadien doorzenden naar andere personen. Het e-mailbericht werd door de dader niet toegestuurd of meegedeeld aan verscheidende personen en aldus niet in de openbaarheid gebracht.

Indien u beschuldigd wordt van laster en eerroof of u wil klacht indienen tegen iemand wegens laster en eerroof, is het aangewezen een advocaat te raadplegen om te onderzoeken op aan alle elementen van het misdrijf van laster en eerroof is voldaan. Lees ook onze pagina over laster en eerroof online.

Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten
Specialisatie: Intellectuele eigendom, ICT en privacy

Plaats commentaar